De Molensteeg van notaris Laurens Lamberti in Amsterdam

Laurien van der Werff

De Molensteeg, gezien richting de Oudezijds Achterburgwal. Foto: Laurien van der Werff,
18 mei 2020.

Midden op de Amsterdamse wallen, tussen de Zeedijk en de Oudezijds Achterburgwal, ligt de Molensteeg. Tien jaar geleden nog de meest criminele straat van Amsterdam, zoals te lezen valt in een artikel van Het Parool. Sindsdien lijkt er aan de bestemming van de steeg weinig te zijn veranderd. Het merendeel van de zeventien panden behuist peeskamers en op toeristen gerichte horeca, zoals een paar smoezelig ogende snackbars en het Redlight Casino.

Hoe anders moet het eruitgezien hebben in de 17de eeuw, toen mijn favoriete notaris Laurens Lamberti (1588-1655) er werkte en woonde en het een centraal gelegen steeg in het oude deel van de stad was. In welk pand Lamberti verbleef, is onduidelijk. Misschien bestaat het ook niet meer, want een deel is later gesloopt en vervangen door nieuwere bebouwing. Toch loop ik graag door de steeg en verbeeld ik mij hoe het er toen uit zou hebben gezien en wie er allemaal liepen – iets dat voor de coronacrisis bijna onmogelijk was door de constante toeristendrukte.

Lamberti was begin mei 1619 met zijn echtgenote Saartje Pieters naar de Molensteeg verhuisd en zou er tot zijn dood blijven. Hij had het kantoor en woonhuis overgenomen van zijn voorganger en leermeester Jacob Gijsbertsz, die eind 1618 was overleden. Daarvoor kwam hij er al jaren als klerk. Zijn eigen opvolger en schoonzoon, Jacob de Winter, zou overigens niet het huis in de Molensteeg betrekken.

In die tijd ging men voor veel meer zaken naar de notaris dan tegenwoordig. Na een moord kon de familie van het slachtoffer bijvoorbeeld bij een notaris een zogenaamde zoenbrief opstellen waarin de dader vergiffenis verkreeg in ruil voor financiële compensatie. Als er een buitenechtelijk kind werd geboren, dan konden allerlei regelingen worden opgesteld in een notariële akte. Na een burenruzie of ander geschil kon men getuigen verzamelen en hen een attestatie laten afleggen voor een notaris; om vast te leggen wat er zou zijn gebeurd en bij eventuele vervolgstappen bewijsmateriaal te hebben. Dit zijn slechts een paar voorbeelden. De vele soorten notariële akten geven ons een unieke inkijk in het dagelijks en persoonlijk leven van de 17de-eeuwer.

Wat Lamberti als notaris zo interessant maakt, is dat hij een zeer brede clientèle had. Bekendheden als Pieter Cornelisz. Hooft en Joost van den Vondel, burgemeesters, rijke koopmannen en -vrouwen, maar ook ambachtslieden, vroedvrouwen, zeelui, marktkramers en dienstmaagden hebben in zijn kantoor aan de Molensteeg gestaan. Bovendien had hij een prachtig handschrift, zoals hieronder te zien is.

‘… Ten huijse mijns / Notarij gestaen inde Molenstege…’. Deel van een pagina uit een van Lamberti’s protocollen. Collectie Stadsarchief Amsterdam, Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam.

Ik heb helaas geen 17de-eeuwse afbeelding van de Molensteeg kunnen vinden, maar ook de veel latere tekening van Herman Schouten hieronder geeft weer hoezeer het is veranderd. Wat volgens Lamberti echter nooit zou veranderen – en inderdaad niet is veranderd – is het feit dat mensen (te veel) waarde hechten aan materieel bezit. Op een kladblaadje, boven een akte omtrent een ruzie over de verdeling van een erfenis, dichtte hij in 1635: ‘Soo lang als het sal vloeijen en ebben, sal men scheelen om het houwen en hebben’.

Meer weten over notarissen en het leven in vroegmodern Amsterdam? Kijk dan eens op de website van Alle Amsterdamse Akten: https://alleamsterdamseakten.nl/.

Oudezijds Achterburgwal met daartussen in de Molensteeg.
Tekening door Herman Schouten, 1790. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
Getagd met