De Slag bij Moordrecht

Carin Gaemers

Ik wandel vaak met de hond langs de Schielandse Hoge Zeedijk iets ten westen van Moordrecht. In de nacht van 17 op 18 juni 1489 vond hier een grote veldslag plaats. Het was een koele, regenachtige zomer dus de duisternis zal dik als een deken zijn geweest. De polders een geluidloze, bewegingloze leegte. Ergens vroeg in de nacht van 17 juni moet op dit punt vanuit het niets een schip zijn opgedoemd in de watergang onder aan de dijk. En nog een. En nog een. Uiteindelijk lagen hier ongeveer twintig schepen stil voor een kade. Met aan boord meer dan duizend mannen.

Afb. 1 De Derde Tocht gezien vanaf het
gemaal Abraham van Stolk. Hier lag ooit de Jonckerskade. Foto: Myrte van der Meer, 2020.

De vloot kwam uit Rotterdam. Die stad was sinds november in handen van de Hoeken onder leiding van jonker Frans van Brederode. Niet lang daarna was de stad belegerd door troepen van Maximiliaan van Oostenrijk. Na maanden schaarste dreigde hongersnood.

Twee weken daarvoor was een strooptocht in de Krimperwaard door de Kabeljauwen onderschept. Daarbij waren meer dan 200 Hoeken gesneuveld. Vervolgens hadden de Kabeljauwen de wachten verdubbeld bij alle rivieren en doorgaande wegen die naar Rotterdam leidden.

Van de volgende poging voedsel naar de stad te halen, hing veel af. Hoeken in Woerden hadden op grote schaal levensmiddelen gekocht. De overdracht zou die nacht plaatsvinden bij Boskoop. Door met het konvooi door de onbewoonde delen van de polders tussen Rotte, IJssel en Gouwe naar Boskoop te varen, hoopten de Rotterdammers ongezien heen en weer te kunnen

De voortgang stokte bij mijn Thuishoek. Leeg konden de lichte schepen nog wel over de kade naar de andere kant worden getrokken. Op de terugweg zouden de schepen daarvoor te zwaar beladen zijn. De Hoeken waren op deze hindernis voorbereid. Geruisloos en snel werd een geul gegraven. Daarna trokken de schepen in stilte verder en bereikten zonder problemen Boskoop.

Afb. 2 De Derde Tocht. Bij de bomenrij op de achtergrond loopt de A20 tussen Nieuwerkerk en Gouda. Foto: Myrte van der Meer, 2020.

Ook van deze poging waren de Kabeljauwen op de hoogte. Iemand heeft direct ingezien dat mijn Thuishoek de beste plaats vormde voor een aanval op het konvooi. Een grote groep Kabeljauwse manschappen verstopte zich in schuren, hooibergen en huizen in de buurt. Zodra de Rotterdamse schepen in de vroege uren van 18 juni opnieuw de geul door voeren, stormden zij van alle kanten toe. 

In een oogwenk werd de stilte verscheurd door het geschreeuw van vechtende manschappen, het geluid van staal op staal en het gekrijs van gewonden. Aanvankelijk hadden de Hoeken de overhand. Zodra de troepenmacht arriveerde, die buiten zicht paraat had gestaan onder leiding van de stadhouder van Maximiliaan van Oostenrijk, keerden de kansen. 

Vijf uur lang hakten ruim duizend Hoekse en meer dan tweeduizend Kabeljauwse manschappen verbeten op elkaar in. Uiteindelijk besefte de Hoekse bevelhebber dat het konvooi onmogelijk behouden kon blijven. Met zo’n 350 man probeerde hij zwemmend te ontsnappen. Voordat zij konden verdwijnen in het doolhof van watergangen dieper in de polder, werden zij door Kabeljauwse manschappen ingehaald.

Na het staken van de strijd moeten overal op de weilanden en in watergangen rond mijn Thuishoek meer dan vijfhonderd doden hebben gelegen. Alleen al aan de Hoekse zijde was de helft van de manschappen gesneuveld. De Kabeljauwen voerden de overlevende Hoeken en hun schepen af naar Gouda.

Afb. 3 Kaart van de landen gelegen tussen Gouda, Moordrecht, Zevenhuizen en Waddinxeen. Linksonder in de hoek ligt Gouda. Onder van links naar rechts de rivier de Gouwe. Links midden het dorp Moordrecht. Kaart door onbekende maker, ongedateerd (16e eeuw). Collectie Nationaal Archief, Den HaagVerzameling Binnenlandse Kaarten Hingman, nummer toegang 4.VTH, inventarisnummer 2427.

Deze slag betekende voor de Hoeken het einde. Op 22 juni gaf jonker Frans Rotterdam prijs en in de maanden erna doofden Hoekse en Kabeljauwse Twisten uit als een nachtkaars. De kade aan de voet van de IJsseldijk werd nog eeuwenlang ‘de Jonckerskade’ genoemd. Door turfwinning verdween steeds meer polderland en ontstond een groot watergebied. Toen deze Zuidplas aan het begin van de 19e eeuw werd ingepolderd, verdween ook de Jonckerskade. Niets aan mijn Thuishoek herinnert aan de veldslag waarmee een einde kwam aan een strijd die 140 jaar lang de politiek en het dagelijks leven in Holland bepaalde. Geen monument, geen herdenkingsteken, zelfs geen informatiebordje. Op de IJsseldijk staat het grote gemaal Abraham van Stolk, dat de Zuidplaspolder droog houdt. Waar eens de Jonckerskade lag, loopt nu een breed afwateringskanaal tussen de dijk en de A20, ruim anderhalve kilometer verderop.