Verwacht
Mens en dier in Holland (2026-3)
De geesteswetenschappen gaan traditioneel over de mens, en wat deze in de wereld zoal aan groots, moois en vooruit, een enkele keer ietwat kwestieus heeft voortgebracht. Die afbakening leek vanaf het begin volkomen logisch, om niet te zeggen ‘natuurlijk’. De mens is immers het enige wezen met een geest, althans met een geest waaruit allerlei creatiefs zoals taal en cultuur, muziek en religie kon ontspruiten. Maar dat idee begint de laatste eeuwen steeds meer barsten te vertonen
In de jaren 1980 beginnen academici in de ‘mensdisciplines’ zich ineens af te vragen waarom hun wetenschap eigenlijk zo antropocentrisch is. Onderzoekers in de geestes- en de sociale wetenschappen ontdekken het dier als de blinde vlek in hun eigen disciplines. Zo ontstaat een nieuw en inmiddels wereldwijd snel groeiend interdisciplinair vakgebied: Human-Animal Studies. Van het type onderzoek naar mens-dierrelaties vanuit menselijk perspectief zien we in dit nummer een aantal goede voorbeelden. Van de wonderlijke notities over mens-dierrelaties in het 17de-eeuwse Holland van de hand van Ernst Brinck tot de aanwezigheid van landbouwdieren (runderen, paarden en schapen) in de stad Leiden vanaf de 17de tot in de 19de eeuw. En van de beginjaren van Artis in het begin van de 19de eeuw tot het immaterieel erfgoed rond mens-en-dier in het heden.
Mens en dier in Holland (2026-3) verschijnt op dierendag 2026

Afb. 1 Ingebruikneming van de apenrots in Artis op 23 mei 1940. Foto: Onbekende maker, 1940. Collectie Stadsarchief Amsterdam.
