Recensie Paul H.A.M. Abels e.a., Terug naar Gouda

Paul H.A.M. Abels, Jan Jacobs en Mirjam van Veen red., Terug naar Gouda. Religieus leven in de maalstroom van de tijd Meinema, Zoetermeer, 2014, 304 p., geïll., ISBN 9021143720,  prijs €28,50

door Fred van Lieburg, bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de Vrije Universiteit

Dit boek verscheen ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (VNK), die op 27 mei 1989 in Gouda werd opgericht. Deze aanleiding vormt de helft van de verklaring van de hoofdtitel Terug naar Gouda en van de inhoud van de bundel, die voor een deel bestaat uit artikelen over de geschiedenis van deze interconfessionele vereniging van beroeps- en amateurkerkhistorici. De andere helft van de verklaring is dat de meeste artikelen – net als indertijd de eerste bundel die door de VNK werd uitgegeven – gewijd zijn aan onderwerpen uit de Goudse religie- en kerkgeschiedenis. In één artikel, dat van John Exalto over ‘De opmars van de bevindelijk gereformeerden in de historiografie’, lopen beide perspectieven zelfs een beetje door elkaar, in zoverre als de recente geschiedschrijving van de Biblebelt geïllustreerd wordt vanuit plaatselijke ontwikkelingen op het terrein van kerk en onderwijs. De overige bijdragen over Gouda zijn primair lokaal-historisch van aard, wat uiteraard niet wegneemt dat ze daarmee een spiegel vormen van gewestelijke of internationale ontwikkelingen in de geschiedenis van het christendom. Wel hebben deze bijdragen vrijwel allemaal betrekking op de late Middeleeuwen en de Reformatietijd. Voor de lezers van Holland ligt daarin dan ook de grootste waarde van deze bundel casestudies over het godsdienstige leven in de vroegmoderne periode.

Het is winst dat in deze bundel meer nuchterheid wordt betracht en zelfs een zekere spijt wordt betuigd dat een kwarteeuw geleden niet gewoon een Vereniging voor Nederlandse Religiegeschiedenis is opgericht

Koen Goudriaan beschrijft enkele, rond 1500 in Gouda gedrukte boeken waarin de betekenis van de mis werd uitgelegd. Hij plaatst deze in de context van een kerkelijk catechese-offensief waarmee geestelijken de aandacht van leken voor de eucharistie probeerden terug te winnen. Jan van Herwaarden behandelt strafbedevaarten die tussen 1447 en 1563 door Goudse rechters werden opgelegd aan personen die zich aan allerlei kleinere of grotere overtredingen hadden schuldig gemaakt. Drie artikelen, geschreven door Mirjam van Veen, Kees Plaizier en Gertjan Glismeijer, gaan in op de min of meer spiritualistische stroming in het door confessionalisme beïnvloede protestantisme rond 1600, vertegenwoordigd door auteurs als Dirck Volckertsz. Coornhert en Herman Herbers. De aandacht voor deze schakering van het christelijke spectrum wordt in de bundel niet echt gecompenseerd door studies over de gereformeerde orthodoxie, die uiteindelijk ook in Gouda langdurig de toon aangaf. Maar liefst drie artikelen, aangeboden door Paul Abels, Marieke Abels en Marianne van der Veer, bestrijken het rooms- en oud-katholieke leven in Gouda in de vroegmoderne tijd. De negentiende en twintigste eeuw komen er in de bundel bekaaid af. Gelukkig leverde Henny van Dolder-de Wit nog een lezenswaardige bijdrage over de kerkmuzikale ontwikkelingen in de Goudse hervormde gemeente in de loop der eeuwen.

In de eerste VNK-bundel over Gouda wordt met geen woord over moslims gerept, hoewel de stad in 1989 al twee moskeeën telde. Tekenend voor de verschuivingen in historie én historiografie is dat in de huidige bundel een boeiend artikel over de islam in Gouda is opgenomen. Haar openheid voor een in alle opzichten brede beoefening van de geschiedenis van religie, geloof en kerk in Nederland verdient lof en steun

Zoals gezegd hinkt de bundel een beetje op twee gedachten – de religiegeschiedenis van Gouda en de geschiedenis van de VNK zijn vermengd. Veel aandacht wordt besteed aan de verschillen tussen het in 2005 uitgegeven handboek Nederlandse religiegeschiedenis en het een jaar later gepubliceerde Handboek Nederlandse Kerkgeschiedenis. Vreemd genoeg heeft de VNK zich van meet af aan nogal sterk met het laatstgenoemde werk geïdentificeerd. Daarmee verbonden was een krampachtige verdediging van iets wat specifiek ‘kerkgeschiedenis’ in tegenstelling tot ‘religiegeschiedenis’ zou moeten heten. Het is winst dat in deze bundel meer nuchterheid wordt betracht en zelfs een zekere spijt wordt betuigd dat een kwarteeuw geleden niet gewoon een Vereniging voor Nederlandse Religiegeschiedenis is opgericht. Initiatiefnemer Henk ten Boom voorzag al tijdens een bestuursvergadering in december 1988 dat het vak zich in deze richting zou bewegen. Zelf heb ik aan het einde van een voorbereidingsbijeenkomst van de oprichters op schrikkeldag 1988 voorgesteld de aandacht niet te beperken tot het christendom, maar ook het jodendom erbij te betrekken. Van de opmars van de islam in Nederland had ik nog geen kaas gegeten. Ook in de eerste VNK-bundel over Gouda wordt met geen woord over moslims gerept, hoewel de stad in 1989 al twee moskeeën telde. Tekenend voor de verschuivingen in historie én historiografie is dat in de huidige bundel een boeiend artikel over de islam in Gouda is opgenomen van de inmiddels helaas overleden archivaris Nico Haber­mehl. Daarmee krijgt de ondertitel van het boek – Religieus leven in de maalstroom van de tijd – het volle pond en toont de VNK volwassen te zijn geworden. Haar openheid voor een in alle opzichten brede beoefening van de geschiedenis van religie, geloof en kerk in Nederland verdient lof en steun. De frisse blik op de toekomst blijkt ook uit de feestrede die Willem Frijhoff hield bij de presentatie van de bundel op de VNK-jubileumdag op 11 oktober 2014 in Gouda. Zijn titel bevatte een uitroepteken en een vraagteken – in die volgorde: ‘Lang leve de kerkgeschiedenis!?’

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Fred van Lieburg, 7 april 2015.

Getagd met