De oude meelfabriek is dood, leve De Meelfabriek! De Leidse meelfabriek De Sleutels van de familie De Koster

Door Marieke Dwarswaard
Een onweersbui
In dit mooi vormgegeven boek beschrijft bestuurskundige en historicus Frits van Oosten de opkomst en ondergang van de iconische Leidse meelfabriek, die in 1884 werd opgericht door Arie de Koster sr. In dit boek staat zowel de zakelijke als de privékant van de directeuren centraal, met name het leven van directeur Hans de Koster (derde generatie) wordt uitgebreid beschreven.
Het verhaal van De Sleutels begint met een flinke onweersbui, die een grote korenmolen in Leiden in 1883 volledig verwoest. Eigenaar Jacob Koole besluit een sprong in het diepe te wagen en geen nieuwe traditionele molen te laten bouwen, maar over te gaan op stoom. Daar heeft hij echter wel kapitaal voor nodig. Dat vindt hij bij Arie de Koster sr., die dan al ruim een decennium een goedlopende graanhandel drijft. Op de Zijlsingel verrijst in 1884 een moderne meelfabriek. Twee jaar na de opening overlijdt Koole. De Koster kan de nabestaanden van zijn compagnon uitkopen en op dat moment begint het imperium van de familie De Koster.
De Meelfabriek
Het bedrijf overleeft diverse economische crises. Er is een aantal keer brand in de verschillende fabrieksgebouwen en de bakkers – de belangrijkste klanten van de meelfabriek – komen regelmatig in verzet tegen de in hun ogen onredelijke prijzen. De opvolgers van De Koster, zijn zoon Arie jr. en zijn kleinzoon Hans, weten de kaarten slim te spelen en maken prijsafspraken met andere fabrieken. Zo weten ze het hoofd boven water te houden en is De Sleutels uiteindelijk een van de twee overgebleven meelfabrieken in Nederland. Het legt de familie geen windeieren: ze bouwen huizen als kastelen en hebben toegang tot de Nederlandse elite. In de jaren zestig is de koek op en besluit Hans de Koster het bedrijf te verkopen aan de grootste concurrent: het Rotterdamse Meneba. De Koster heeft daarna nog een succesvolle nationale en Europese politieke carrière. De investeringskeuzes van Meneba leiden er toe dat de fabriek in Leiden uiteindelijk in 1987 moet sluiten en de medewerkers op straat komen te staan. De gemeente weet niet goed wat ze met het enorme complex aan moet. Sloop dreigt tot het gebouw in 2000 een monumentale status krijgt. Dat is het startschot voor een nieuwe bestemming: een ‘nieuwe buurt’. De schrijver besluit met de gevleugelde woorden ‘De oude meelfabriek is dood, leve De Meelfabriek’. (p.127)
Door de lens van de geschiedenis van de meelfabriek leert de lezer veel over de bredere Europese geschiedenis van de 19de en 20ste eeuw. De familie De Koster moet zich verhouden tot beide wereldoorlogen, de opkomst van de arbeidersbeweging en nationale en uiteindelijk Europese regels. Interessant is de rol van Hans de Koster, die zich eerst uitgesproken anti-Europees opstelde, omdat dat hem zakelijk goed uitkwam. Later bouwde hij een politieke carrière op pro-Europees sentiment. Van Oosten heeft echter ook veel context weggelaten, bijvoorbeeld over de opkomst van de burgerij in de 19de eeuw, waar De Kosters absoluut onderdeel van waren. Door deze lacune lacune blijft het verhaal van deze interessante familie helaas anekdotisch.
Vrouwen buiten beeld
Het werk van Van Oosten past in de traditie van geschiedenissen van familiebedrijven, waarvan er een aantal de afgelopen decennia verschenen is. Denk bijvoorbeeld aan het kloeke De Kesslers van Jeroen Koch. Van Oosten heeft de ontwikkelingen in deze hoek van de geschiedschrijving niet op de voet gevolgd en daardoor is zijn werk vrij traditioneel. De mannen staan centraal en de vrouwelijke partners en dochters van de verschillende heren De Koster komen slechts sporadisch langs. Dat familie (waar vrouwen dus óók onderdeel van zijn) en bedrijf veel meer verknoopt zijn dan vaak op het eerste gezicht wordt gedacht, zoals bijvoorbeeld aangetoond door Tina Hammer-Stroeve in haar werk over de Twentse textielelite, is niet meegenomen in De Leidse meelfabriek. Het verhaal had meer vlees op de botten kunnen krijgen als Van Oosten nieuwsgieriger was geweest naar dat wat niet direct aan de oppervlakte zichtbaar is.
Al met al is dit boek een informatieve bedrijfsgeschiedenis, waarin veel mooi beeldmaterieel en bedrijfshistorische gegevens zijn verwerkt. De auteur leidt de lezer door de Europese geschiedenis, aan de hand van een van Leidens meest bekende gebouwen.
Frits van Oosten, De Leidse meelfabriek De Sleutels. Graanhandel en het rijke leven van de familie De Koster (Uitgeverij Ginkgo, Leiden: 2024), 147 blz. Ill., ISBN 9789083374833. Prijs €20,00









