Memorabilia van de Tachtigjarige Oorlog. De rol van voorwerpen in de oorlogsherinnering, 1566-1750

Memorabilia van de Tachtigjarige Oorlog

Henk van Nierop – emeritus hoogleraar Nieuwe Geschiedenis

De bronzen ketel die in het Leidse Museum De Lakenhal bewaard wordt, is niet zomaar een kookpot. Het is dé ketel gevuld met hutspot die na het opbreken van het Spaanse beleg in de Lammenschans werd aangetroffen. Daarmee was dit eenvoudige stuk keukengerei een symbool geworden van het beleg, het ontzet, de hongersnood en het dappere verzet van de Leidenaren. Voorzien van een gedicht gegraveerd in zijn bronzen buik werd de ketel eeuwenlang in enkele Leidse regentenfamilies bewaard, voor het in de 19de eeuw in de 3-oktobercollectie van het museum belandde.

Marianne Eekhout, conservator geschiedenis in het Dordrechts Museum, gebruikt het begrip ‘memorabilia’ voor materiële voorwerpen die aan iets gedenkwaardigs in het verleden herinneren. Die voorwerpen spelen niet alleen een passieve rol door de beschouwer aan bepaalde gebeurtenissen te herinneren, maar zetten hem of haar ook actief aan tot een bepaalde emotie of gedachte. De Leidse hutspotketel noodt niet tot overpeinzingen over keukengerei, maar herinnert aan hongersnood, strijd en de met hulp van de goddelijke voorzienigheid behaalde overwinning. Hij is de drager van verhalen, een medium dat de herinnering aan de oorlog levend houdt.

Dit boek is een bewerking en uitbreiding van het proefschrift dat de auteur schreef in het kader van het door prof. Judith Pollmann geleide onderzoeksproject Tales of the Revolt over de ‘herinneringscultuur’ van de Opstand en de Tachtigjarige Oorlog. Eekhout laat zien hoe vanaf het begin van het conflict voorwerpen werden gered, bewaard, gekoesterd en tentoongesteld teneinde bepaalde herinneringen levend te houden. Dat kon een (al dan niet beschadigd) heiligenbeeld zijn, of een kanonskogel die een stadsbewoner die zich in zijn baan bevond op schijnbaar miraculeuze wijze gemist had.

Later in het conflict ging men er toe over speciale memorabilia te (laten) vervaardigen, die de herinnering aan een bepaalde gebeurtenis levendig moesten houden. Deze voorwerpen konden vele vormen aannemen: gevelstenen, gedenkpenningen, draagtekens, schilderijen, prenten, beelden, zilveren en gouden drinkschalen, aardewerk. Ook gedichten, toneelstukken en historiewerken werden geschreven om de herinnering aan de oorlog te onderhouden, maar deze vallen niet onder de materiële cultuur die in dit boek behandeld wordt.

Uiteraard onderzoekt de schrijver niet uitputtend alle memorabilia van de Tachtigjarige Oorlog die nog bestaan of ooit bestaan hebben. Eerst passeren voorwerpen de revue die tijdens oorlogshandelingen ontstonden en door particulieren als aandenken werden bewaard. Vervolgens neemt Eekhout de memorabilia onder de loep die in opdracht werden vervaardigd, achtereenvolgens door particulieren, stadsbesturen en de Staten-Generaal en de stadhouder (het gewestelijke niveau ontbreekt). Ten slotte is een hoofdstuk gewijd aan de materiële herinneringscultuur in de eeuw na de Vrede van Munster.

Eekhout schetst een helder en overtuigend beeld van de rol die voorwerpen in de herinneringscultuur konden spelen. Dergelijke ‘souvenirs’ zijn nooit neutraal. Ze zijn altijd verbonden met een bepaalde interpretatie van de gebeurtenissen waarin ze zijn ontstaan. Een heiligenbeeld verwees voor een aanhanger van de kerkhervorming op de onmacht en volstrekte nutteloosheid van afgodsbeelden. Voor een gelovige katholiek die zo’n beeld van de vernielzucht van de beeldenstormers had weten te redden, duidde het op miraculeuze goddelijke interventie. Het afgehouwen hoofd van Balthazar Gerards werd in Keulen als een belangrijk relikwie vereerd. Betekenis is niet inherent aan het object, maar wordt er door gebruikers, eigenaars en waarnemers aan toegeschreven.

Memorabilia zijn volgens het Woordenboek der Nederlandse taal (WNT) ‘gedenkwaardigheden’ of de schriftelijke neerslag daarvan. Het WNT kent ‘gedenkwaardigheid’ alleen als afleiding van gedenkwaardig: ‘waardig om gedacht te worden of in duurzame herinnering te blijven’. Strikt genomen zijn memorabilia dus niet de voorwerpen die aan een gebeurtenis herinneren, maar de heugenswaardige gebeurtenissen zelf. Opmerkelijk is dat memorabilia alleen in meervoudsvorm bestaat: een ‘memorabilium’ bestaat niet. De ondertitel van dit boek is daarom preciezer: de rol van voorwerpen in de oorlogsherinnering. Strikt genomen zijn de voorwerpen die Eekhout onderzoekt aandenkens of souvenirs.

Memorabilia van de Tachtigjarige Oorlog is een helder verslag van een gedegen onderzoek naar de rol van voorwerpen in de herinneringscultuur, dat zich trouwens niet beperkt tot de grenzen van het oude gewest Holland. Behalve aan de overige Nederlandse gewesten, besteedt het onderzoek terecht aandacht aan Vlaanderen en Brabant, waar vergelijkbare belegeringen en veldslagen aanleiding gaven tot een herinneringscultuur die diametraal tegenovergesteld was aan die van het noorden. Het boek is ruim geïllustreerd, maar de afbeeldingen zijn soms zo klein dat ze slecht te lezen zijn. Dat is een onvermijdelijk bezwaar van alle boeken die niet het formaat van een tentoonstellingscatalogus hebben.

Marianne Eekhout, Memorabilia van de Tachtigjarige Oorlog. De rol van voorwerpen in de oorlogsherinnering, 1566-1750, Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2020, 126 pp., ISBN: 9789087048372. Prijs: € 15,-.