Recensie Ben Speet, Historische atlas van Kennemerland

Ben Speet, Historische atlas van Kennemerland. Hart van Holland Vantilt, Nijmegen, 2014, 80 p., geïll., ISBN 978 94 6004 172 3, prijs €29,50

door Henk Baas, Hoofd Landschap Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

In 2014 verscheen bij Vantilt de historische atlas van Kennemerland, in een serie historische atlassen van steden en regio’s die begon in 2003. Toen verscheen bij SUN de Historische Atlas van Nijmegen, die zo’n succes was dat dit de start werd van een hele serie. Na Nijmegen volgden historische stedenatlassen van ‘s-Hertogenbosch, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht, Maastricht, Arnhem, Den Haag, Haarlem, Hilversum, Gent en Groningen. Bij SUN verscheen ook de regionale historische atlas van Ooijpolder en Duffelt. Daarna is de serie overgenomen door de Nijmeegse uitgever Vantilt, en werd de serie aangevuld met de steden  Dordrecht, Delft, Schiedam, Zutphen en met de historische regio´s Rivierenland en Walcheren. Een uitermate succesvolle serie dus, die aangeeft dat er een breed publiek is voor (historische) atlassen.

Historicus Ben Speet heeft een vlotte pen en schrijft heel toegankelijk over de historische en geografische ontwikkelingen binnen Kennemerland

De historische atlas van Kennemerland is geschreven door Ben Speet, die ook al andere boeken in dit genre op zijn naam heeft staan. Zo verscheen onder zijn redactie in 2013 bij WBooks nog Het Grote Geschiedenisboek van Kennemerland. Speet heeft in deze serie ook de delen Amsterdam en Haarlem geschreven. Deze historicus heeft een vlotte pen en schrijft heel toegankelijk over de historische en geografische ontwikkelingen binnen Kennemerland. Net als de andere delen is dit samengevat in tachtig bladzijden, telkens twee per onderwerp. Tekst, kaarten en foto´s wisselen elkaar in prettige opmaak af. De thema´s van de atlas passen in de ruimtelijke chronologie. Begonnen wordt met de geologische en landschappelijke situering, dan de Romeinen, en langs de lijnen van ontginning, stadsontwikkeling en buitenplaatsen komen we uiteindelijk in de moderne tijd terecht. Alle verwachtte onderwerpen komen aan bod. Hierbij overigens wel de opmerking dat de auteur – en de redactie neem ik aan – gekozen heeft voor wat nu Zuid- en Midden-Kennemerland (IJmond) genoemd wordt. Noord-Kennemerland, het gebied rond Alkmaar, wordt in dit deel geheel buiten beschouwing gelaten. Dit heeft met name te maken met 20ste-eeuwse ontwikkelingen rond wat we nu de IJmond noemen, die de vroegere eenheid van het gebied hebben verstoord.

De kracht van een uitgave als deze ligt vooral in het bijeenbrengen van deze kennis voor een breder publiek; een publiek dat vooral is geïnteresseerd in kaartbeelden

Kennemerland is in de 19e, maar vooral in de 20ste eeuw ruimtelijk enorm getransformeerd. De aanleg van het Noordzeekanaal, de komst van de Hoogovens en de groei van de IJmond zijn hierin sturend geweest. Ook de voortgaande verstedelijking van de binnenduinrand, als gevolg van de aanleg van de spoorlijn, is zo’n ontwikkeling geweest. Hierdoor stemt dit boek de lezer ook wat weemoedig. “Wat geweest is, is geweest” zong Kennemerlander Boudewijn de Groot ooit en dat geldt in hoge mate voor veel Kennemerlandse schoonheid. De afbeeldingen laten zien dat keuzes voor sloop in het nabije verleden niet altijd even gelukkig zijn geweest . Dit is goed te zien in  badplaatsen Zandvoort en Wijk aan Zee. In 1881 liet de Duitse ondernemer Tappenbeck in Wijk aan Zee het schitterende Badhotel bouwen, dat vervolgens in 1980 is gesloopt. Zandvoort kende ook een flink aantal prachtige hotels en badhuizen, waar ook niets meer van over is gebleven. Dit geldt ook voor veel bruggen en ponten: de spoorbrug over het Noordzeekanaal, de Hemburg bij Zaandam, de Velservoetbrug en de spoorbrug bij Velsen zijn stuk voor stuk gesloopt. Wat de slopershamer heeft gemist zijn de meer dan veertig forten van de Stelling van Amsterdam, waarvan een flink aantal in Kennemerland. Hoewel nutteloos en vaak verlaten, kwam voor de forten de status van Unesco-werelderfgoed in 1996 op tijd. Het fort Velsen was in de jaren tachtig trouwens al voor meer dan de helft gesloopt.

De grootste veranderingen in het gebied vonden in de negentiende en twintigste eeuw plaats. Het is daarom jammer dat in de gedeeltes over dorpen en steden de nadruk ligt op de eerdere fasen in de ontwikkeling

In de loop der tijd zijn veel boeken over Kennemerland of afzonderlijke onderwerpen geschreven: de Kennemerlandse buitenplaatsen, de Stelling van Amsterdam, de steden en dorpen, de Middeleeuwse geschiedenis en over de waterstaatsgeschiedenis. De kracht van een uitgave als deze ligt dan ook vooral in het bijeenbrengen van deze kennis voor een breder publiek; een publiek dat vooral is geïnteresseerd in kaartbeelden. Dat publiek is dus groot, getuige het eerder aangehaalde succes van deze serie. De atlas bevat – vooral dankzij de collectie van het Noord-Hollands Archief – fraaie kaarten en afbeeldingen, die in veel gevallen de enorme veranderingen in dit gebied illustreren. Al in de 17e eeuw veranderde het gebied van karakter door de aanleg van tientallen buitenplaatsen aan de binnenduinrand. Deze waren vanuit Amsterdam bereikbaar via het IJ en het Wijkermeer, maar vooral ook door de eveneens in die periode gegraven trekvaarten, de Haarlemmervaart en de Leidsevaart.  De grootste veranderingen in het gebied vonden echter in de negentiende en twintigste eeuw plaats. Het is daarom jammer dat in de gedeeltes over dorpen en steden de nadruk ligt op de eerdere fasen in de ontwikkeling. We lezen nauwelijks iets over de meer recente –moderne – fasen in de dorps- en stadsgeschiedenis, terwijl die juist zo kenmerkend zijn voor de wijze waarop ze zich nu aan ons manifesteren. Feitelijk gaat alleen het laatste hoofdstuk hierover. Wel komen de recente ontwikkelingen terug in meer thematische hoofdstukken, zoals die over de ‘Haarlemse landhonger’.  Verder moet de lezer voor het complete verhaal terug naar de monografieën per stad of dorp, die er overigens in grote getale zijn. Ik snap dat het format van het boek noopt tot het maken van keuzes, maar hierdoor is het eindresultaat soms niet altijd geheel bevredigend.

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Henk Baas, 23 juni 2015.

Getagd met