Recensie Maarten Hell, Emma Los en Norbert Middelkoop, Hollanders van de Gouden Eeuw

Maarten Hell, Emma Los en Norbert Middelkoop, Hollanders van de Gouden Eeuw WBooks, Zwolle, 2014, 128 p., geïll., ISBN 978-90-78653-52-3 (Engelse editie ISBN 978-90-78653-53-0), prijs € 19,95

door Leon Wessels, student Vrije Universiteit

Groepsportretten waren razend populair in de Gouden Eeuw. Welvarende burgers lieten zich graag vereeuwigen als een deugdzaam gezelschap. Tegenwoordig verlaten de meeste groepsportretten nog maar zelden de museale depots. De schilderijen zijn simpelweg te groot voor de meeste expositieruimtes. Sinds februari 2014 is dit gemis een beetje goedgemaakt door de opening van een permanente tentoonstelling van meer dan dertig groepsportretten in de Hermitage Amsterdam. Naar aanleiding van deze tentoonstelling, een samenwerkingsproject van het Rijksmuseum, het Amsterdam Museum en de Hermitage Amsterdam, verscheen het rijkelijk geïllustreerde boek Hollanders van de Gouden Eeuw. De auteurs beogen aan de hand van groepsportretten het succes van Nederlands Gouden Eeuw te verklaren. Als centrum van de Republiek en de Hollandse portretkunst, vormt Amsterdam het middelpunt van het boek. Sporadisch besteden de auteurs aandacht aan andere Hollandse steden.

Het lukt de auteurs niet om schilderijen te gebruiken als startpunt van een historisch verhaal. Evenmin slagen zij er in om de grote ontwikkelingen duidelijk te maken die het groepsportret als genre doormaakte tijdens de Gouden Eeuw

Na een voorwoord en een inleidend hoofdstuk, volgen zes inhoudelijke hoofdstukken. In drie hoofdstukken staat het groepsportret centraal. ‘Samen op het portret’ beschrijft de begintijd van het groepsportret. Vóór de Gouden Eeuw waren groepsportretten al in trek in Holland. De schilderijen drukten de band uit tussen de afgebeelde groepsleden. De bloei van de Hollandse portretkunst was het gevolg van de groeiende welvaart. ‘Orde en rust’ is gericht op schuttersstukken. Schutterijen waren verantwoordelijk voor de stadsverdediging en de openbare orde. Hoewel er onder de schutters nog wel eens onenigheid heerste, straalden de schuttersstukken daadkracht, verantwoordelijkheidsbesef en burgertrots uit, aldus de auteurs. ‘Zorg en tucht’ behandelt groepsportretten van het bestuur van verschillende instellingen. Bestuursleden van weeshuizen, gasthuizen, tuchthuizen en andere tehuizen lieten zich veelal vastleggen tijdens een vergadering. Een opengeslagen rekeningboek, de inspectie van een lapje stof of de liefdevolle hand op de schouder van een weesje, moesten duidelijk maken dat de regenten hun taak serieus namen. Zo nu en dan bevat een groepsportret een doorkijkje naar een Bijbels tafereel of staat één van de zeven werken van barmhartigheid centraal.

In de overige drie hoofdstukken is het groepsportret naar de achtergrond verschoven. ‘De stad van de Gouden Eeuw’ gaat over de architectuurgeschiedenis, de machtspositie en de burgers van Amsterdam. Het hoofdstuk is versierd met verschillende stadsgezichten. ‘Burgers aan de macht’ behandelt het Hollandse regentenpatriciaat. Telgen uit voorname regentengeslachten fungeren als gidspersonen, die onder meer het belang van welstand, huwelijk en nepotisme verduidelijken. Het hoofdstuk telt enkele groepsportretten, maar bevat vooral veel individuele portretten van welgestelde burgers. ‘Handel en economie’ beschrijft economische aspecten van urbaan Holland. En passant wordt ook aandacht besteed aan de stand van wetenschap en het tolerante klimaat in Holland. De gebruikte afbeeldingen lopen uiteen van handelsschepen tot groentemarkten en van lakenmeesters tot anatomische lessen. Paul Spies sluit het boek af met een epiloog in de stijl van Herman Pleij. Hij beschrijft het ‘historisch DNA’ van de Hollandse burger als een paradoxaal mengsel van individualisme en collectiviteit.

De auteurs laten kansen liggen om aan te sluiten bij historische debatten. Hollanders van de Gouden Eeuw is een salontafelboek vol schitterende groepsportretten, maar voor de geïnteresseerde lezer biedt het boek niets nieuws

Hollanders van de Gouden Eeuw bevat een selectie schitterende groepsportretten, die het waard is gebundeld te worden. Wat mij betreft hadden de auteurs het daarbij gelaten. De stadsgezichten en soloportretten die her en der in het boek opduiken leiden de aandacht af van het hoofdonderwerp. De bijgaande tekst leest prettig, maar voegt nauwelijks iets toe aan de bestaande literatuur. De algemene hoofdstukken over Amsterdam, het regentenpatriciaat en de economie vormen een gemankeerde samenvatting van wat je in elk handboek over Hollands Gouden Eeuw kunt lezen.

De hoofdstukken waarin de groepsportretten centraal staan maken de verwachtingen niet waar. Het lukt de auteurs niet om schilderijen te gebruiken als startpunt van een historisch verhaal. Evenmin slagen zij er in om de grote ontwikkelingen duidelijk te maken die het groepsportret als genre doormaakte tijdens de Gouden Eeuw. De auteurs beperken zich voornamelijk tot details, zoals veranderende blikken en handgebaren. Voorstellingen van het groepsportret als de belichaming van burgerlijke deugden worden uitsluitend in het hoofdstuk ‘Zorg en tucht’ aannemelijk gemaakt.

De auteurs laten kansen liggen om aan te sluiten bij historische debatten. Zo wordt het einde van het groepsportret en de introductie van wapenborden enkel beschouwd vanuit praktische motieven. De regentenkamers hingen vol en de wapenborden waren kleiner en goedkoper. Veel interessanter was het geweest, als de auteurs zich hadden gemengd in het belangrijke debat over aristocratisering van vermogende burgers – recent heropend door Paul Brusse en Wijnand Mijnhardt in Towards a New Template for Dutch History.

Al met al slagen de auteurs er niet in de hoofdvraag, hoe de burgers van de zeventiende eeuw een Gouden Eeuw hebben gemaakt, te beantwoorden. Hollanders van de Gouden Eeuw is een salontafelboek vol schitterende groepsportretten, maar voor de geïnteresseerde lezer biedt het boek niets nieuws.

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Leon Wessels, 11 februari 2015.

Lees hier ook de blog van redacteur Henk Looijesteijn over de tentoonstelling Hollanders van de Gouden Eeuw in de Hermitage Amsterdam!

Getagd met