Recensie Esther Starkenburg e.a., Tastbaar geheugen, 150 jaar zorg voor Leidse monumenten

Esther Starkenburg, Rudi van Maanen en Cor Smit, Tastbaar geheugen, 150 jaar zorg voor Leidse monumenten Primavera Pers, Leiden, 2014, 192 p., geïll., ISBN 9789059971752, prijs €19,50

door Marc Laman

Primavera Pers publiceerde in het najaar van 2015 met Tastbaar geheugen, 150 jaar zorg voor Leidse monumenten alweer het 22ste deel in de ‘Leidse Historische Reeks’. Sinds 1987 zijn rijk geïllustreerde publicaties verschenen over onder andere 75 jaar Leidse Hout, De nieuwe trekweg langs de Vliet, De burcht van Leiden en over het Romeinse castellum Matilo, waarmee het Leidse erfgoed, materieel en immaterieel, voor een breed publiek onder de aandacht is gebracht.

Tastbaar Geheugen is – zoals te verwachten – een echt ‘Leids’ boek geworden. In twaalf artikelen wordt de geschiedenis van de zorg van het ruimtelijke erfgoed in Leiden belicht vanuit verschillende invalshoeken: archeologie, industrieel erfgoed, stedenbouwkundige ontwikkelingen en bouwhistorie.

Zo komen ook ervaringsdeskundigen aan het woord: een timmerman, een ontwikkelaar, een architect, een bewoner delen de ervaring, ergernis en passie die ze hebben met het ruimtelijke erfgoed. Daarmee komen de meer abstracte en technische restauratie- en stedenbouwkundige voorbeelden ook in een emotionele context te staan, waarmee de herkenbaarheid en inleving voor de lezer wordt versterkt.

Zorg is strijd

Uit de verhalen blijkt meermalen dat de ‘zorg’ voor het ruimtelijke erfgoed vaak een ware strijd is geweest. Die strijd begon aan het eind van de 19de eeuw, toen ons land en de wereld om ons heen in snel tempo industrialiseerde. Maatschappelijke en politieke ontwikkelingen werden in gang gezet die grote veranderingen teweeg zouden brengen voor de dan nog ‘ongeschonden’ historische steden en landschappen.

Net als in andere grotere steden werden in Leiden tussen 1863-1876 de stadswallen geslecht en de stadspoorten een voor een afgebroken. Eerst ging dat zonder protest maar nadat de vijfde poort was afgebroken ontstond er toch bij sommige vooraanstaande Leidenaren het besef dat hiermee wel kostbaar erfgoed verloren ging. Conrad Leemans, directeur van het Museum van Oudheden, nam het voortouw om de nog twee resterende poorten te behouden. En gelukkig voor ons: met succes.

Maar de modernisering was niet te stoppen. In de historische binnenstad van Leiden verschenen nieuwe gebouwtypen; fabrieken, stations, watertorens, ziekenhuizen, warenhuizen en niet te vergeten veel nieuwe universiteitsgebouwen. Zij vallen nog steeds op door hun omvang en niet altijd even harmonieuze inpassing in de historisch stedelijke structuur.

Leiden, van oudsher al een nijverheidsstad, kreeg in de 19de eeuw ook te maken met een grote toename van industriële gebouwen. De skyline van de stad kenmerkte zich in het eerste kwart van de 20ste eeuw door een woud van schoorsteenpijpen aan de oostkant van de stad. Zo werd een nieuwe identiteit en historische laag aan de stad toegevoegd. De moderne tijd is een dynamischer samenleving. Ontwikkelingen volgen elkaar nu veel sneller op.

In Leiden is het erfgoed uit de industriële tijd er slecht van afgekomen. Van de vele schoorstenen die er waren is er slechts nog een handje vol over. Dat kwam simpelweg omdat er nauwelijks interesse voor bestond. Brede waardering voor dit erfgoed kwam pas in de jaren negentig. En dat is heel jammer voor de Zoutkeet, een van rijkswege beschermd vroeg-industrieel monument dat toch in een onoplettend moment begin jaren zeventig werd afgebroken, om vervangen te worden door een enorm appartementencomplex uitgevoerd in wit baksteen. Ook fouten en vergissingen komen in dit boek aan de orde, en dat is te prijzen.

De jaren zestig: idealisme, vooruitgang en modernisme

De jaren zestig stonden in het teken van de vooruitgang, waarbij men voor de historische context weinig aandacht had.

Elke stad kent uit die tijd wel de vervooruitzichten, verbeeld in – toen nog – indrukwekkende analoge maquettes. Grote verkeersaders werden dwars door historische structuren gepland. De vele afbeeldingen in het artikel ‘De bereikbare stad versus monumentale stad’ laten weinig aan de verbeelding over. Ook de oude stad van Leiden zou modern worden volgens het Basisplan 1961. Brede verkeersaders zijn hierin dwars door de middeleeuwse stad getrokken. Het ging gelukkig niet allemaal door, daar maakte de economische crisis en een verandering van politieke kleur van het gemeentebestuur na 1970 een eind aan.

Hoe heeft Leiden de hierboven ontwikkelingen doorstaan in de afgelopen 150 jaar?

De historische schetsen wekken grote verbazing en soms afgrijzen, over het feit dat dergelijke drastische plannen ooit bedacht zijn en in sommige gevallen ook daadwerkelijk uitgevoerd. Tegenwoordig zou dat toch niet meer zo makkelijk gaan. Erfgoed heeft een vaste plaats gekregen in de ruimtelijke ordeningsprocessen. Historische gebouwen die hun functie hebben verloren, krijgen vaker een nieuwe bestemming. In Leiden hebben ze daarmee de afgelopen twintig jaar al veel ervaring mee opgedaan. En dat heeft ook effect gehad voor het draagvlak in de samenleving. Was in de 19de eeuw de belangstelling voor het erfgoed nog een aangelegenheid voor de gegoede burgerij, tegenwoordig is het erfgoed van ons allen. Dat blijkt elk jaar weer op de open monumentendagen in Leiden. Deze publicatie kan aan die belangstelling alleen maar een waardevolle bijdrage leveren.

Het signalement van dit boek is verschenen in Holland Historisch Tijdschrift (2015-2).

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Marc Laman, 3 februari 2015.

Getagd met