Zeevarenden achter de tralies. De krijgsgevangenen van de grote zeeoorlogen, 1652-1674

Zeevarenden achter de tralies

Romy Beck, redacteur Holland. Historisch Tijdschrift

Hij liet de witte vlag hijsen, het internationaal gehanteerde signaal voor overgave. Vanuit twee of drie Engelse schepen zijn daarop sloepen naar de Sint Laurens uitgezet. Tuynemans en zijn officieren gaven zich formeel over aan de commandant van de Engelse ‘skeleton crew’ die nu bezit nam van zijn schip. Tuynemans leverde zijn scheepspapieren in en gaf zich over aan de genade en de zorg van de overwinnaar. Zijn bemanningsleden werden ontwapend en geboeid, en vervolgens door bewakers benedendeks gebracht om daar te worden vastgeketend.

Dit citaat van pagina 20 uit Zeevarenden achter de tralies vertelt het verhaal van Bastiaan Tuynemans en zijn officieren en bemanningsleden. Zij behoorden tot de grote groep zeevarenden die tijdens de Engels-Nederlandse Oorlogen gevangen werden genomen door de Engelsen. Wat gebeurde er eigenlijk met deze krijgsgevangenen? Hoe zag hun leven in gevangenschap er precies uit? En maakten ze kans om vrijgelaten of vrijgekocht te worden?

Deze en andere vragen komen aan de orde in een monografie van de hand van Gijs Rommelse, verschenen in de Zeven Provinciën Reeks. In deze studie richt hij zich op de onbekende of veelal zelfs vergeten personen van de Engelse zeeoorlogen (1652-1674). Een interessante periode uit de maritieme geschiedenis, want nooit eerder waren twee landen met enorme vloten langdurig met elkaar in conflict geweest en werd ook de oorlogsvoering op zee steeds meer het domein van overheden.

Dat laatste gold ook voor krijgsgevangenen. Zij vielen vanaf halverwege de 17de eeuw onder verantwoordelijkheid van de staat. Volgens de morele conventies van ‘ius in bello’ werden onderdanen van tegenstanders niet gedood of mishandeld. Dit waren meteen ook alle bestaande richtlijnen, want over de verdere omgang bestonden geen afspraken. Waar de spaarzame literatuur over krijgsgevangenschap in de vroegmoderne tijd voornamelijk gaat over deze politieke en juridische dimensies, poogt Rommelse meer licht te werpen op de sociale dimensie van oorlogsvoering. Hij bespreekt de levens van de vele (anonieme) zeelieden die voor maanden of zelfs jaren in uiterst moeilijke situaties verkeerden. Rommelse schreef al eerder over ‘Engelse krijgsgevangenen in de Republiek in de zeventiende eeuw’, maar binnen dit nieuwe werk presenteert hij een vergelijking tussen de situaties in Engeland en de Nederlanden.

Het boek volgt gedeeltelijk de chronologie van de Eerste (1652-1654), Tweede (1665-1667) en Derde Engelse-Nederlandse Oorlog (1672-1674), maar kent door de gekozen nadruk op de levens van krijgsgevangenen toch vooral een thematische aanpak. Het eerste hoofdstuk opent met De juridische, politieke en militaire kaders van de grote zeeoorlogen. Aan de hand van een kort historiografisch overzicht toont Rommelse hoe de toenemende overheidsbemoeienis in de 17de eeuw ervoor zorgde dat krijgsgevangenen binnen de verantwoordelijkheid van de staat vielen, en zij hiermee een andere status verwierven dan voorheen. Daarbij omschrijft hij het verloop van de oorlogen, aangevuld met anekdotes en voorbeelden uit deze periode. De combinatie van het chronologische overzicht en de thematische elementen maakt dit eerste deel van het boek interessant. Zo maak je op pagina 20 kennis met de bovengenoemde Tuynemans en zijn bemanning, en bespreekt Rommelse de overmeestering van het schip Sint Laurens. Het enige dat jammer is, is dat je als lezer de benodigde context van bijvoorbeeld de Engelse staat en de Nederlandse gevangenen pas in de opvolgende hoofdstukken krijgt. 

In het tweede en derde hoofdstuk De staat en de krijgsgevangenen en Gevangenen, familieleden en ambassadeurs vergelijkt Rommelse, op basis van prenten, pamfletten, administratieve en diplomatieke bronnen, de omgang met krijgsgevangenschap in Engeland en de Nederlandse Republiek. Hij concludeert dat door verschillende oorzaken – voornamelijk de hoeveelheden gevangenen en de bijbehorende financiële middelen die nodig waren om hen een bestaansminimum te garanderen – de Nederlandse staat beter slaagde in de zorg voor de Engelse gevangenen dan andersom.

Deze resultaten zijn een mooie aanvulling op de reeds bestaande kennis over krijgsgevangenschap in de vroegmoderne tijd, maar tonen ook de nodige nieuwe perspectieven. Ondanks het ontbreken van egodocumenten en hiermee de ‘stemmen van gevangenen’, weet Rommelse inzicht te geven in het dagelijks bestaan en de overlevingsstrategieën van zeelieden in gevangenschap. Met kleine snippers informatie laat hij zien hoe krijgsgevangen hun lot moesten afwachten in cellencomplexen, poogden te ontsnappen, deel uitmaakten van uitwisselingen, in dienst traden van de vijand, te werk werden gesteld of stierven in gevangenschap. De vele kleurenafbeeldingen, schilderijen, prenten, pamfletten, archiefstukken en foto’s van archeologische opgravingen, bieden visuele ondersteuning bij het lezen en benadrukken bovendien zijn veelzijdige gebruik van bronnen.   

Gijs Rommelse, Zeevarenden achter de tralies. De krijgsgevangenen van de grote zeeoorlogen, 1652-1674, Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2020, 104 pp, ISBN: 9789087048365. Prijs: €15,-