In het nieuwste nummer lees je alles over hoe de Caraïben het economische, maatschappelijke en culturele landschap in Holland hebben beïnvloed. Zo bespreken Gabriëlle La Croix en Matthias Lukkes het leven van de rijke commandeur van St. Eustatius in de 18e eeuw, neemt Jan Bant u mee in het verhaal van Hermina en Otto Huiswoud en vertelt Esther Schreuder het verhaal van Sideron, een Curaçaose jongen die in 1763 als ‘cadeautje’ in Den Haag terecht wam. Daarnaast zijn er bijdragen over de migratiegeschiedenis van de gamelan (Emily Hansell Clark), de Kachu als communicatiemiddel en muziekinstrument (Dyonna Benett), slavernij en Hollandocentrisme (Alex van Stipriaan) en Alkmaar in Suriname (Henk Looijesteijn). Reserveer Caraïbisch Holland nu direct in onze webwinkel!

 

Lees meer →

In het kader van het herdenkingsjaar 1672-2022 verschijnen er dit jaar vele publicaties rondom het Rampjaar, waaronder Hiëronymus van Beverningk tijdens het rampjaar 1672 van Wout Troost. In 160 pagina’s slaagt de auteur erin de complexe stof helder uit te leggen, waardoor het boek voor zowel de geïnteresseerde leek als voor gespecialiseerde historici een handig overzicht biedt. Wie was Hiëronymus van Beverningk? En behoorde hij nu tot het kamp van raadpensionaris Johan de Witt of was hij toch meer een aanhanger van Willem III? In het nieuwe boek loopt de relatie van Beverningk met deze twee mannen als een rode lijn door het boek. Kerrewin van Blanken deelt zijn bevindingen over dit boek nu op onze website. Lees de recensie hier.

Door Kerrewin van Blanken, promovendus project The Invention of Public Diplomacy in Early Modern Europe (UvA/KNAW)

Hiëronymus van Beverningk tijdens het rampjaar 1672 is een boek met twee gezichten. Enerzijds is het een politieke biografie van een invloedrijke, maar nauwelijks bekende staatsman, die ooit werd gezien als mogelijke opvolger van Johan de Witt. Anderzijds blijft de persoon van Hiëronymus van Beverningk in het verhaal vaak ondergeschikt aan een algemenere beschrijving van de politieke en militaire gebeurtenissen in en rondom 1672.

Als publieksboek in het kader van de herdenking van het rampjaar is de uitgave in ieder geval zeer geslaagd. Het is vlot geschreven, en de citaten in het 17de-eeuws Nederlands zijn voorzien van heldere duiding. De lange stoet aan historische personages en gebeurtenissen is makkelijk te volgen door de vele portretten die in het boek zijn opgenomen en door kruisverwijzingen naar eerdere optredens. De analyse van het politiek en diplomatiek gekonkel rondom 1672 is grotendeels gebaseerd op secundaire literatuur en biedt daardoor weinig verrassende inzichten. De auteur Wout Troost slaagt erin de complexe stof helder uit te leggen, waardoor het boek voor zowel de geïnteresseerde leek als voor gespecialiseerde historici een handig overzicht biedt.

De eerste twee hoofdstukken beschrijven de levensloop van Van Beverningk vóór 1672, de geopolitieke opmars naar de oorlog van 1672, en Van Beverningks driehoeksverhouding met raadpensionaris Johan de Witt en Willem III. Zijn relatie tot deze twee mannen loopt als een rode lijn door het boek. Van Beverningk zat in het kamp van de republikeinse raadpensionaris, maar zag nog wel een rol weggelegd voor de jonge Willem III in het staatsbestel op het moment dat deze volwassen zou worden. Hoe dichter die dag naderde en hoe meer functies werden toegekend aan de jonge prins, hoe groter de kloof tussen Van Beverningk en De Witt werd.

Dit is een belangrijk punt voor Troost. Van Beverningk is door tijdgenoten en historici vaak verweten dat hij na de val van De Witt opportunistisch van kamp wisselde. Voorstanders van De Witts Ware Vrijheid zagen hem als een verrader, terwijl Orangisten hem bestempelden als een onbetrouwbare Wittiaan, die tijdens de vredesonderhandelingen van 1676-1678 nog probeerde het gezag van Willem III te ondermijnen. Troost laat overtuigend zien dat Van Beverningk eigenlijk een vrij consistente middenweg bewandelde. Vanwege zijn kwaliteiten als diplomaat en politicus namen zowel De Witt als Willem III hem in vertrouwen.

De volgende vier hoofdstukken behandelen de gebeurtenissen in het jaar 1672 in min of meer chronologische volgorde, met de focus op de militaire manoeuvres (hoofdstukken 3 en 6) en de binnenlandse politieke ontwikkelingen (hoofdstukken 4 en 5). Het laatste hoofdstuk bespreekt in vogelvlucht de rest van de oorlog, de vredesbesprekingen in Keulen (1673-1674) en Nijmegen (1676-1678) en eindigt met een heel summiere beschrijving van Van Beverningks laatste levensjaren.

Troost weet handig de grote gebeurtenissen binnen de Nederlandse en Europese politiek uit de doeken te doen aan de hand van Van Beverningks verschillende politieke rollen als diplomaat, thesaurier-generaal van de Staten Generaal, als gedeputeerde ter velde in het Staatse leger en als schepen in de vroedschap van Gouda. Hoewel deze uitweidingen over de binnen- en buitenlandse politiek soms de aandacht enigszins afleiden van de hoofdpersoon, weet Troost op de sterkste momenten in het boek Van Beverningks verschillende rollen in te zetten om inzicht te geven in de dynamiek tussen deze politieke niveaus. Zo stelde Van Beverningk als gedeputeerde ter velde – de facto opperbevelhebber van het Staatse leger – in juni 1672 de Hollandse waterlinie in werking, terwijl hij als lid van de Goudse vroedschap zijn eigen stad van de noodzaak van de inundaties moest overtuigen. Tegelijk besprak hij met Willem III en de Nederlandse gezanten de diplomatieke tactieken voor de onderhandelingen met Lodewijk XIV.

Juist op dit punt had Troost naar mijn inzien meer kunnen toevoegen aan het bekende verhaal van het Rampjaar. De debatten rondom het huidige herdenkingsjaar lijken namelijk grotendeels te worden bepaald door een spanning tussen het oude nationale verhaal over 1672 en de roep om meer regionale (en ook vooral niet-Hollandse) en internationale perspectieven. De vraag wat de biografische insteek van dit boek ons kan vertellen over de verwevenheid van lokale, landelijke en internationale belangen en hoe Van Beverningk zich in al zijn verschillende hoedanigheden profileerde komt niet aan bod. Desondanks heeft Troost een spannend en overzichtelijk boek afgeleverd, met een interessante herwaardering van de politicus die nog voor enige politieke continuïteit kon zorgen tussen de regimes van De Witt en Willem III.

Wout Troost, Hiëronymus van Beverningk tijdens het rampjaar 1672 (Uitgeverij Walburg Pers: Zutphen 2021), 160 blz., ill., ISBN 9789462497900. Prijs €19,99.

Illustratie Maarten Streefland

Na alle onrust van Opstandig Holland-nummer gaat de redactie voor het aankomende nummer de grenzen over. Op zaterdag 25 juni presenteren wij in samenwerking met Dutch Caribbean Book Club ons nieuwste nummer over ‘Caraïbisch Holland’. Meld je aan voor dit bijzondere symposium via dutchcaribbeanbookclub@gmail.com. De toegang is gratis! Het online evenement begint vanaf 15 uur Nederlandse tijd.

Het programma en de link voor deelname volgen binnenkort. Het nummer is in onze webwinkel al te reserveren.

In deel 41 van de Zeven Provinciën Reeks gaat J.R. Bruijn, emeritus hoogleraar zeegeschiedenis aan de Universiteit van Leiden, in op een specifieke periode in de geschiedenis van de Rotterdamse admiraliteit. Aan de hand van enkele beeldbepalende aspecten, zoals het bestuur, de vergaderingen, de belastinginning, de financiën, de scheepswerf, de schepen, de officieren en zeelieden, biedt hij een zeer waardevol inkijkje in het reilen en zeilen van de Rotterdamse admiraliteit. Conservator Ron Brand van het Maritiem Museum Rotterdam legt in zijn recensie voor Holland uit waarom dit werk waardevol is voor ieder die onderzoek doet naar de Nederlandse zeegeschiedenis. Zijn bevindingen leest u hier.

Door Ron Brand, conservator Maritiem Museum Rotterdam

Jaap R. Bruijn, emeritus hoogleraar zeegeschiedenis aan de Universiteit van Leiden, stond aan de wieg van de Zeven Provinciën Reeks, die al sinds 1990 wordt uitgegeven door uitgeverij Verloren. Zelf werkte Bruijn mee aan verschillende deeltjes, die in een beknopte vorm informatie bieden over een bepaald aspect van de Nederlandse geschiedenis en cultuur van de 16de, 17de en 18de eeuw. Veel van de tot nu toe verschenen delen hebben een maritiem onderwerp en dat zal ongetwijfeld door Bruijn zijn gestimuleerd.

In het nu als deel 41 verschenen deel gaat Bruijn zelf in op een specifieke periode in de geschiedenis van de Rotterdamse admiraliteit. De marine van de Republiek was in de 17de en 18de eeuw niet een eenheid, maar bestond uit vijf admiraliteitscolleges: Amsterdam, Zeeland, West-Friesland, Zeeland en de Maze (Rotterdam). De voornaamste taken van de admiraliteiten waren het beheer en de uitrusting van de oorlogsvloot en de inning van belastingen, de zogenaamde convooien en licenten.

Veel archiefstukken van de admiraliteiten gingen verloren of raakten zwaar beschadigd op de avond van 8 januari 1844, toen brand uitbrak in het Ministerie van Marine. Gelukkig werden veel van de stukken gered door ze uit het raam te gooien. Half verbrand, doorweekt door het bluswater, bevroren, met slijk, sneeuw en ijs overdekt werden ze overgebracht naar het Algemeen Rijksarchief om te worden gerestaureerd. Van de notulenboeken van de Maze, 1588-1795, die 234 banden telden, waren er nog 90 over. Wat betreft de eerste helft van de 17de eeuw zijn de resoluties van de admiraliteiten van Amsterdam en Rotterdam allesbehalve compleet, maar de Rotterdamse archiefstukken uit de periode 1625-1644 zijn grotendeels nog intact.

In de jaren 1980 maakte viceadmiraal A. de Booy b.d. transcripties van de overgebleven Rotterdamse resoluties. Hij gaf zelf een aanzet tot onderzoek van de Rotterdamse admiraliteit met een artikel over de Maze in de periode 1626-1628. Bruijn borduurt hierop voort. Aan de hand van enkele beeldbepalende aspecten, zoals het bestuur, de vergaderingen, de belastinginning, de financiën, de scheepswerf, de schepen, de officieren en zeelieden, biedt hij een zeer waardevol inkijkje in het reilen en zeilen van de Rotterdamse admiraliteit. Rode draden in deze periode zijn het gebrek aan daadkracht in het bestuur en het voortdurende gebrek aan geld. Oorzaken waren de bijdrage van de Staten-Generaal, die vaak niet tijdig of volledig werd uitbetaald, alsmede de inkomsten uit belastingheffingen, die achterbleven. Ook werd veelvuldig gefraudeerd en werden allerlei regels ontdoken. Leveranciers, zeelui en anderen moesten soms jaren op hun geld wachten. Opmerkelijk genoeg was er voor de aankoop van allerlei zeemansgidsen en prenten wél altijd geld beschikbaar.

De Rotterdamse admiraliteit had voortdurend te kampen met (te) weinig geld en toch veel verplichtingen en je vraagt je dan ook af hoe de Maze dit systeem zo lang in stand heeft weten te houden. Een vergelijking met de periode vanaf 1650, als diverse zeeoorlogen met Engeland worden uitgevochten, en ook met de gang van zaken bij een andere admiraliteit kunnen interessant zijn. Misschien is dat iets voor een volgend deel in de reeks.

Bruijns heldere betoog leest plezierig. De passages waarin problemen ter sprake worden gebracht, hebben een hoog anekdotisch gehalte. Soms geeft Bruijn onderkoeld commentaar, zoals in de inleiding bij twee citaten over de slechte financiële toestand in 1627 in vergelijking tot 1641. Hij stelt dan droogjes dat er in deze jaren niets was veranderd.

Jammer genoeg komt de wisselwerking tussen de Maze en de stad Rotterdam niet zo goed uit de verf. Er waren enkele pestepidemieën in de jaren 1634-1636, maar wat die betekenden voor de admiraliteit blijft onbekend. De notulen noemen niets hierover en bronnen over de stedelijke ontwikkelingen moeten deze gegevens dus aanvullen.

Het is een grote verdienste van Bruijn dat hij na zijn emeritaat in 2003 niet stil is gaan zitten en onderzoek is blijven doen naar tal van maritiem-historische onderwerpen. Bruijn is van zeer vele markten thuis met publicaties over de marine, handel, walvisvaart, maar ook de grote zeevaarders als ook de gewone zeelieden. Over de geschiedenis van de oorlogsvloot in de Republiek schreef hij al een overzichtswerk (ook vertaald in het Engels), maar in het hier besproken boek gaat hij specifiek in op één van de vijf admiraliteiten. Het boek biedt heel veel nuttige informatie voor iedereen die onderzoek doet naar de Nederlandse zeegeschiedenis.

Jaap R. Bruijn, Reilen en zeilen van de admiraliteit van Rotterdam in de jaren 1630-1640. Zeven Provinciën Reeks, nr. 41. (Uitgeverij Verloren: Hilversum 2022) 114 blz., ill., ISBN 9789087049812. Prijs: € 15,-

Het Rampjaar en de totstandkoming van de Oude Hollandse Waterlinie worden in 2022 herdacht en gevierd. Als startschot voor de herdenking gaf WBOOKS in 2021 in samenwerking met de Stichting OHW Het Oude Hollandse Waterlinie Boek uit, geschreven door historicus Sander Enderink. Het boek heeft vooral tot doel om 350 jaar Oude Hollandse Waterlinie op de kaart te zetten, maar is de auteur hierin geslaagd? Militair historicus Merle Lammers nam het boek ter hand en bespreekt haar bevindingen op onze website: https://tijdschriftholland.nl/recensie-waterlinie-boek/

Door Merle Lammers, militair historicus

Het Rampjaar en de totstandkoming van de Oude Hollandse Waterlinie worden in 2022 herdacht en gevierd. Als startschot voor de herdenking gaf WBOOKS in 2021 in samenwerking met de Stichting OHW Het Oude Hollandse Waterlinie Boek uit, geschreven door historicus Sander Enderink. De geschiedenis van de Oude Hollandse Waterlinie, een verdedigingslinie tussen de Zuiderzee en Heusden, wordt op een spannende en pakkende manier verteld. Het boek is bedoeld voor een breed publiek en heeft vooral tot doel om 350 jaar Oude Hollandse Waterlinie op de kaart te zetten. Het boek bevat 245 verhalen over de waterlinie, verdeeld over tien hoofdstukken. Het leeuwendeel – 120 van de 288 pagina’s, verdeeld over vijf hoofdstukken – gaat over het Rampjaar 1672, het geboortejaar van de Oude Hollandse Waterlinie.

Water als verdedigingsmiddel

Het idee van een muur van water om de vijand tegen te houden was niet nieuw; deze praktijk werd al tegen de Spanjaarden ingezet tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Toch kwam pas in 1672 een eerste waterlinie tot stand. Dat wil niet zeggen dat er een goed uitgewerkt plan klaarlag voor wanneer de vijand de Republiek zou binnenvallen. In tegendeel. De totstandkoming van de waterlinie had nogal wat voeten in de aarde. Op levendige wijze beschrijft Enderink het eindeloze getreuzel van de verschillende stadsbesturen bij de totstandkoming van de waterbarrière, die uiteindelijk pas gerealiseerd werd toen de vijand de grenzen van de Republiek al gepasseerd was. Dijken werden doorgestoken en polders liepen onder water. Langs vestingen en schansen kwam een verdedigingslinie tot stand die er uiteindelijk voor zorgde dat de Fransen niet tot Holland door konden dringen. De provincies Gelderland, Utrecht en Overijssel werden bezet.

De Franse Tirannie

Toch was de waterlinie geen ondoordringbare barrière. Het grootse gevaar vormde het weer: wanneer het vroor, zou de vijand wel eens een poging kunnen wagen om over het ijs naar Holland te trekken. De Franse generaal Luxembourg trommelde eind december 1672 een leger bijeen om via Woerden over het ijs bij Zegveld naar Holland te trekken. Toen het begon te dooien en het ijs te zwak bleek, was de Fransman genoodzaakt een deel van zijn leger terug te sturen. Met een ander deel trok hij verder. Het rijke Holland was niet meer te bereiken, maar het lukte om terug te keren naar Woerden door langs de kleine dorpjes Bodegraven en Zwammerdam te trekken. De soldaten vierden hier hun frustraties bot op de bevolking. Er zijn gruwelijke verhalen bekend over verkrachtingen, martelpartijen en plunderingen. Het is jammer dat Enderink de tocht van de Fransman wel beschrijft, maar niet ingaat op de verhalen van tijdgenoten over het bloedbad. Hoewel Enderink wel aandacht besteed aan de lotgevallen van boeren of mensen die in de dorpjes in het frontgebied langs de waterlinie woonden, ligt het accent – zoals in veel militair historische studies – voornamelijk op ‘grote, belangrijke mannen’.

Een plaatje bij een praatje?

Het boek is prachtig vormgegeven: elk venster is voorzien van een afbeelding. Foto’s van (de overblijfselen) van vestingsteden worden afgewisseld met 17de- en 18de-eeuwse prenten en schilderijen. Door de nadruk te leggen op afbeeldingen schuilt tegelijkertijd ook een gevaar. Soms lijkt het alsof er met veel moeite een enigszins geschikt plaatje is gezocht. Daarbij helpt het ook niet dat onderschriften bij de afbeeldingen ontbreken. Het venster over de Slag bij Kruipin (11-12 oktober 1672) wordt bijvoorbeeld voorzien van een ruitergevecht van Jan van Huchtenburg uit ca. 1680-1700. De lezer zou kunnen denken dat het schilderij deze slag verbeeldt. Op de achtergrond van het venster over de (nieuwe) katholieke inwijding van de Domkerk in Utrecht staat de zielenvisserij van Adriaen Pietersz. van de Venne uit 1614. Dit soort kleinigheden zijn jammer, want er bestaan wel degelijk prenten van de slag bij Kruipin, de katholieke inwijding van de Domkerk en de processies in Utrecht. Deze kleinigheden doen echter weinig af aan de spannende, vlot geschreven verhalen. Het boek is dan ook een aanrader voor de lezer die meer wil weten over het water dat ons 350 jaar geleden van de verdrinkingsdood redde.

Sander Enderink, Het Oude Hollandse Waterlinie Boek, WBOOKS: Zwolle 2021, 288 pp., geïllustreerd, ISBN: 9789462584259. Prijs €19,95.

Inhoudsopgave

Redactioneel | Holland Varia
Mats Dijkdrent | Genezende architectuur. Traditie en medische innovatie in een Leids 16de-eeuws pest- en dolhuis
Marieke Dwarswaard | Een moeizaam huwelijk. De samenwerking tussen christenen en socialisten in het radicale antimilitarisme rond de Eerste Wereldoorlog
Jessica den Oudsten | Een microgeschiedenis. De nakomelingen van het migrantenechtpaar Laurens Govertse en Engeltje Goverts in Amsterdam, 1660-1811.

Holland BLOC

Beeldessay – Laurien van der Werff | Levensechte leeuwen | Lees online
Topstuk – Arie Korbee en Koen Marijt | Stripverhaal ‘Panda’
Column – Henk Looijesteijn | Ode aan de vrijetijdshistoricus
Uithoek Koen Marijt | Fort Wierickerschans


Inhoudsopgave

Redactioneel | Het Rampjaar in Holland
Pauline Kiesow | ‘Een Jonger Heldt, een Josua verheven’. De verbeelding van het stadhouderschap in eigentijdse zang en dichtkunst
Jasper Dekker en Stan Bussen | De minuten van Johan de Witt. Het Rampjaar via nieuwe onderzoeksmethoden ontleed
Merle Lammers | ‘Wat is dit een ruwineusen oorloch’. De Franse oorlogvoering tijdens de Hollandse Oorlog | Lees online

Frans R.E. Blom | ‘Amsterdam is geen Parijs’. De Franse opmars naar de Schouwburg
Arthur der Weduwen | Druk, lees en huiver: vroege herinneringen aan het Rampjaar

Holland BLOC

Interview Wouter Linmans | 1672 in geuren en kleuren
Beeldessay Lex van Tilborg | De moord op de gebroeders De Witt
Tijdingen Jaap de Haan | In het spoor van de Franse doorbraak. Een wandeling langs de Hollandse Waterlinie
Column Ineke Huysman | ‘Bij tegenspoed wijt men het één’
Uithoek Ad van der Zee | De Schenkenschans


Inhoudsopgave

Redactioneel | Caraïbisch Holland
Gabriëlle La Croix en Matthias Lukkes | Johannes Heyliger Pieterszoon. Commandeur en planter op St. Eustatius in de 18de eeuw
Jan Bant | Een menselijke brug. De Hollandse jaren van Otto Huiswoud (1893-1961)
Emily Hansell Clark | Muziek en migratie. De Javaans-Surinaamse gamelan in Den Haag

Holland BLOC

Beeldessay – Esther Schreuder | Een ‘cadeautje’ uit Curaçao voor Willem V
Topstuk – Dyonna Bennett | De kachu communiceert
Column Alex van Stipriaan | Slavernij en Hollandocentrisme
Uithoek – Henk Looijesteijn | Alkmaar in Suriname | Lees online


Inhoudsopgave

Redactioneel | 1572: Opstandig Holland
Judith Bravenboer | Drie partijen – één missie?
Johan Visser | Om de vrijheid van religie?
Raymond Fagel | Het geweld kwam van twee kanten
Lotte van Hasselt | De katholieke vluchtelingenenclave in Amsterdam
Arjan Nobel | ‘Den dach des oordeels is nakende’
Geeske Bisschop | ‘Leve Enkhuizen!’

Holland BLOC

Tijdingen – Christoph van den Belt en Isabel Casteels | Lokaal herdenken van een meerstemmig verleden
Topstuk – Bob Benschop | De Vrijheidsnimf
Beeldessay – Roy Tepe | De Martelaren van Gorcum in beeld
Column – Paul H.A.M. Abels | Coornhert: advocaat van verliezers en verdrukten
Uithoek – Violet Soen | Mons (Bergen)

Op 1 april verloor Alva zijn bril! 450 jaar geleden namen de watergeuzen het stadje Den Briel in. Natuurlijk staat de redactie van Holland ook bij dit keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog stil. Het jaar 1572 is het begin van de https://geboortevannederland.nl/ dat in het land groots gevierd wordt.

Met een dubbeldik nummer brengen wij nieuwe perspectieven op dit bijzondere jaar naar voren: Raymond Fagel stelt bijvoorbeeld de ervaringen van Spaanse soldaten centraal, Arjan Nobel richt zich op de Hollandse plattelandsbewoners en Lotte van Hasselt brengt de katholieke vluchtelingengemeenschap in Amsterdam in beeld. Ook kijken we terug op de herdenking aan Den Briel door de eeuwen heen en reflecteren we hoe de herdenking van 1572 er anno 2022 uitziet.

Bestel het nummer snel in onze webwinkel voor slechts 12,50 euro: https://tijdschriftholland.nl/pro…/1572-opstandig-holland/

Lees meer →