Recensie Manon van der Heijden, Women and Crime in Early Modern Holland

Manon van der Heijden, Women and Crime in Early Modern Holland Leiden, Brill. 2016, xii, 181 p., ISBN 9789004314115, prijs €105,-.

door C.A. Romein, Fontys Lerarenopleiding Tilburg, opleiding geschiedenis

In de 21ste eeuw wordt er bij criminaliteit in de eerste plaats gedacht aan mannen, omdat het aandeel vrouwelijke criminelen minder dan een vijfde bedraagt. In dit eerste boek van de nieuw Brill-serie Crime & City in History stelt Manon van der Heijden de vraag hoe het in de vroegmoderne tijd gesteld was met het aandeel van vrouwen in de criminaliteit. Van der Heijden kijkt niet alleen naar hoeveel vrouwen betrokken waren bij criminaliteit in Holland, zij kijkt ook naar welke misdaden gepleegd werden en welke argumentatie volgde bij een (eventuele) veroordeling.

Women and Crime in Early Modern Holland vormt een mix van Van der Heijdens eigen onderzoek naar Rotterdam en Delft en een lezing van eerder onderzoek (bijv. Lotte v.d. Pol en Els Kloek) naar Amsterdam, Leiden, Haarlem, Gouda en Dordrecht. Hierdoor wordt het vergelijkende onderzoek van Van der Heijden in een breed perspectief geplaatst. Dat is belangrijk omdat er vanuit mag worden gegaan dat de Hollandse steden autonoom waren en hun eigen wet- en regelgeving, alsook rechtspraak organiseerden. Door deze verschillende Hollandse steden met elkaar te vergelijken, is het mogelijk om meer algemene uitspraken te doen. Het boek bestaat uit acht hoofdstukken, waarin voornamelijk de verschillende misdaden waarvoor vrouwen veroordeeld werden, besproken worden: o.a. kindermoord, kleine diefstallen en seksuele ongeremdheid.

In dit eerste boek van de nieuw Brill-serie Crime & City in History stelt Manon van der Heijden de vraag hoe het in de vroegmoderne tijd gesteld was met het aandeel van vrouwen in de criminaliteit in Holland

Op het gebied van criminaliteit is het begrip juridische pluriformiteit jarenlang gebruikt, om aandacht te schenken aan de veelzijdigheid van regelgeving. Met de meer recente onderzoeken van o.a. Thomas Duve (MPIeR, Frankfürt a/Main) en Klaus Günther (Goethe Universiteit, Frankfürt a/Main) is het begrip multinormativiteit in zwang gekomen om nog meer de nadruk te leggen op alles dat ertoe bijdraagt om orde te handhaven: niet alleen de formele wetgeving, maar ook het informele sociale netwerk. Dit boek kan worden gezien als een brug tussen deze verschillende onderzoeksgebieden, omdat Van der Heijden niet alleen de formele rechtspraak onderzoekt, maar ook kijkt naar situaties die nooit tot in de rechtbank gevoerd werden: situaties waarin het sociale netwerk werd ingezet om te resocialiseren.

Het gepresenteerde onderzoek laat zien dat in de periode 1550-1800 het aandeel van vrouwen in de criminaliteit kon oplopen tot vijftig procent. Dit wordt mede verklaard door de hoge mate van verstedelijking en de moeilijkheden die het stedelijke leven met zich mee bracht. Veel vrouwen stonden er alleen voor, vanwege de afwezigheid van gezinsleven (ongehuwden) of juist omdat haar partner zich in dienst van een compagnie op zee bevond (zgn. onbestorven weduwen). Bovendien was er in het gewest Holland sprake van een vrouwenoverschot dat door voornoemde factoren extra werd versterkt. In deze studie wordt aangetoond dat vrouwen regelmatig betrokken waren bij rellen tegen de overheid, kleine diefstallen uit nood geboren en sociale onrusten. Situaties waarin vrouwen aanzienlijk vaker bestraft werden dan mannen waren zwangerschap na overspel of ongehuwd zwangerschap, hierbij rees voornamelijk de vraag wie in het levensonderhoud van het kind moest gaan voorzien. Kindermoord – vaak als gevolg van ongewenste, buitenechtelijke zwangerschap – vormde een misdaad die enkel vrouwelijke, ongehuwde daders kende. De vraag of het ombrengen van het jonge kind opzettelijk of uit paniek werd gedaan, speelde een belangrijke rol in de mate van bestraffing. Zo kreeg Lijsbeth Jooste van Noordeloos (Rotterdam, 1720) de doodstraf – verwurging – vanwege het opzettelijk dumpen van haar net geboren kindje in de rivier.

Dit boek kent een Nederlandse versie onder de titel Misdadige vrouwen. Deze vertaling is erop gericht het onderzoek naar stadsgeschiedenis en de rol van vrouwen in steden voor een groter en internationaal publiek toegankelijk te maken.

Het zijn dit soort sprekende voorbeelden die ervoor zorgen dat het boek aantrekkelijk is. Het is soepel geschreven en leest hierdoor prettig. Het is voor een groot publiek toegankelijk en het noemen van namen van onderzoeken en wetenschappers wordt alleen op die momenten gedaan dat het functioneel is. Dankzij het uitgebreide voetnotenapparaat kunnen geïnteresseerden verder lezen. Wat het boek niet heeft is een landkaart waarop de onderzochte steden staan gemarkeerd, iets wat voor het internationale publiek een welkome toevoeging zou vormen.

Dit boek kent een Nederlandse versie onder de titel Misdadige vrouwen. Deze vertaling is erop gericht het onderzoek naar stadsgeschiedenis en de rol van vrouwen in steden voor een groter en internationaal publiek toegankelijk te maken. Dit eerste deel van de serie Crime & City in History dient dan ook als een uitnodiging te worden gezien. Daar dit boek zich nu uitsluitend richt op het gewest Holland zou het zeer tot de aanbeveling strekken wanneer het geschetste beeld met andere gewesten zou worden vergeleken. Een internationale vergelijking – met de Habsburgse Nederlanden, de Duitse onderzoeken maar ook daarbuiten, zou tevens een waardevolle aanvulling vormen. Daarnaast dienen criminele mannen in de serie Crime & City in History niet uit het oog verloren te worden, juist omdat hun aandeel in de criminaliteit als vanzelfsprekend wordt gezien.

Verwijzing: Historisch Tijdschrift Holland, C.A. Romein, 4 september 2017.

Getagd met