Een schip als kantoor. Het Scheepvaarthuis in Amsterdam

Door Tim Streefkerk
Het Scheepvaarthuis van Louise de Blécourt is een uitgebreide studie over het ontstaan en gebruik van het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam, tegenwoordig bekend als het Grand Hotel Amrâth Amsterdam. De Blécourt werkt als conservator aan de historische collectie van het Scheepvaarthuis en legt in het boek opnieuw de puzzel over het ontstaan van het gebouw, aangevuld met nieuwe informatie en bronnen.
Een gezamenlijk kantoorpand
Het Scheepvaarthuis werd vanaf 1913 gebouwd als gezamenlijk kantoorpand van zes Amsterdamse rederijen. Deze rederijen waren succesvol en brachten passagiers naar bestemmingen in het wereldwijde koloniale rijk van Nederland. Zo bracht de Stoomvaartmaatschappij ‘Nederland’ passagiers naar toenmalig Nederlands-Indië en richtte de Koninklijke Paketvaart Maatschappij zich op vaart van passagiers en vracht tussen de Indonesische eilanden, en was daarmee een belangrijke schakel in de verdere Nederlandse kolonisatie van deze eilanden.
Het nieuwe gebouw ‘moest uitstralen waar de rederijen vandaan kwamen’ en zou dus moeten refereren aan de Nederlands maritieme geschiedenis, tegelijkertijd moest het pand vernieuwend zijn. Dit past bij de rederijen die zelf veel aandacht besteedden aan de esthetiek van de inrichting van hun schepen. De Blécourt beschrijft hoe de rederijen uitkwamen bij architect Joan Melchior van der Meij. Vervolgens komen de verschillende bouwfasen van het gebouw aan de orde. Ook de latere uitbreiding van het gebouw wordt besproken.
Iconografisch programma
De Blécourt staat uitgebreid stil bij het iconografisch programma van het kantoorgebouw. Het is een interessante aanvulling op de meer beschrijvende geschiedenissen van het Scheepvaarthuis. Het beeldhouwwerk van de entree – dat werd ontworpen door architect Joan Melchior van der Meij zelf – is bijvoorbeeld een verbeelding van de verschillende oceanen en zeeën waarop de zes rederijen actief waren. Zo is de Indische Oceaan afgebeeld met de Draagster der Rijkdommen en de Indische Mythe, terwijl de Middellandse Zee is afgebeeld met Libische fluitspeelsters en Hercules. Glasschilder Willem Bogtman ontwierp samen met Van der Meij de overkapping over het centrale trappenhuis. Deze nog altijd indrukwekkende 106 vierkante meter glas toont de wereldzeeën, met centraal de sterrenbeelden die bij het navigeren werden gebruikt.
Van kantoor naar hotel
Gezien de huidige functie van het gebouw als hotel blijven voor geïnteresseerde bezoekers sommige deuren van het Scheepvaarthuis gesloten. De indrukwekkende fotografie van het boek geeft een letterlijk kijkje achter de schermen en geeft een mooi beeld van het erfgoed dat tegenwoordig nog bewaard wordt in het hotel. Een mooie toevoeging aan de publicaties over het Scheepvaarthuis is daarnaast het hoofdstuk over de transformatie van kantoorpand naar hotel. De Blécourt laat niet alleen zien in welke stappen het kantoorgebouw werd omgetoverd tot ‘Grand Hotel’ – zo was het Scheepvaarthuis ook enkele jaren het thuis van het GVB – maar ze laat ook zien hoe het hotel tegenwoordig omgaat met de geschiedenis en het erfgoed van het gebouw. Door een van de rederijen werd bij de verkoop van het pand bedongen dat de roerende goederen zoveel mogelijk in het pand bewaard zouden blijven. Hoewel er ‘tussen 1979-1983 veel waardevolle meubelstukken uit Het Scheepvaarthuis verdwenen’, zijn veel originele meubels, ornamenten en andere decoratieve elementen nog steeds onderdeel van het interieur. Het hotel beheert deze objecten tegenwoordig naar de internationale standaard van International Council of Museums (ICOM). Daarnaast blijft het hotel de collectie in de geest van stijl en ontwerp van het gebouw uitbreiden.
Over de vele verwijzingen naar het kolonialisme, zoals de verbeeldingen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), West-Indische Compagnie (WIC) en van figuren als Jan Pieterszoon Coen, Cornelis Speelman, Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk en Johan Maurits van Nassau-Siegen – blijft de auteur wat op de vlakte. In een boek over de architectuurgeschiedenis van de het Scheepvaarthuis is dat niet onlogisch, maar in deze tijd verdienen de verwijzingen meer duiding. Desondanks is Het Scheepvaarthuis een uiterst leesbaar en compleet overzicht van een bijzonder monument in het centrum van Amsterdam.
Louise de Blécourt, Het Scheepvaarthuis. Eerste gebouw van de Amsterdamse school. Zwolle: Uitgeverij Wbooks, 2025, 256 blz., ill., ISBN 9789462587199, prijs €34,95
