Speuren in het veen. Zestig jaar archeologie in de Zaanstreek, Waterland en omstreken

Speuren in het veen. Zestig jaar archeologie in de Zaanstreek, Waterland en omstreken

Bloemlezing van verrassende vondsten en archeologische anekdotes

Jeroen van Zoolingen, archeoloog

Oude vondsten in een nieuw jasje

Wie is er niet gebaat bij een regionaal archeologisch overzichtswerk? In een aantrekkelijk jasje gestoken is het voor de huidige bewoners van een streek een prettige kennismaking met het lokale verleden. Als het dan ook nog een nieuw jasje is waarmee oude gegevens worden ontsloten, is eveneens de vakwereld erbij gebaat. En dat is precies wat Speuren in het veen te bieden heeft.

Het boek is opgedeeld in vier katernen, elk bestaand uit een inleiding gevolgd door enkele artikelen. Het eerste katern behandelt de prehistorie tot 1000 na Christus, gevolgd door een katern over de volle en late middeleeuwen. Het derde en vierde katern behandelen respectievelijk de vroege/midden en late nieuwe tijd. De katernen zijn evenwichtig verdeeld, althans, in aantallen pagina’s; het valt wel op dat de nadruk ligt op de jongste, vooral historische tijdvakken. De artikelen zijn geschreven door een mengeling van vrijwilligers en professionals, maar behalve onvermijdelijk wisselende schrijfstijlen, merk je weinig verschillen. De zo ontstane bloemlezing wekt de indruk onder een gedegen redactie te zijn samengesteld.

Een verleden vol vondsten

Lezend wordt het snel duidelijk dat de regio Zaanstreek, Waterland en omstreken een rijk verleden kent, maar heel verrassend is dat waarschijnlijk niet voor een gebied dat zo centraal ligt. Wat wel verrast, is de enorme hoeveelheid archeologisch onderzoek die ten grondslag ligt aan de geschiedschrijving van dit verleden. Uiteraard geldt dat voor prehistorische nederzettingen en Romeinse versterkingen, maar hier zijn ook middeleeuwse kerken, kloosters én kastelen opgegraven, om nog maar te zwijgen van de vele archeologische vondsten uit de nieuwe tijd, zoals de ‘echte’ Zaanse Schans of de grafkistdeksel van Dirk Olij uit Middenbeemster.

Al deze zaken stammen uit een tijd waarin ook genoeg op schrift, kaart of beeld is vastgelegd, toch kan alleen een archeologische verslaglegging van die zaken (ook op papier) een tastbaar verhaal opleveren. Archeologische vondsten dragen bij aan onze beeldvorming van het verleden. Het ene moment dienen vondsten ter illustratie van de geschiedenis, op het ander moment leveren ze tegenspraak. Soms vullen de vondsten zelfs een kennishiaat op. Zo komen we door het opgraven van een tiende-eeuwse kerk en daarbij gelegen houten grafkisten in Assendelft, in aanraking met de ontginners van het gebied, mensen waarover anderszins niet veel geschreven is.

Daarentegen kun je uit de archieven wel veel te weten komen over het leven in een kasteel als Purmerstein, maar alleen een beerput levert de ingrediënten van de dagelijkse kost op. En niemand verwacht dat de berging van een vliegtuigwrak uit de Tweede Wereldoorlog vondsten oplevert die herenigd kunnen worden met de oorspronkelijke eigenaar, maar het gebeurde wel in Purmerend. Stuk voor stuk mooie verhalen over vondsten die ons anders laten kijken naar het verleden.

Conservatief, maar enthousiast

Soms is het verhaal wat conservatief, terwijl de archeologische wetenschap ondertussen niet stilstaat. Zo hoeft het nu niet meer te verbazen dat bewoners uit de vroege ijzertijd connecties hadden; op nagenoeg iedere vindplaats vanaf de steentijd treffen archeologen ‘exotische’ zaken aan. En waar men in het verleden de vroege middeleeuwen aanduidde als ‘Grote Volksverhuizing’, zijn onderzoekers van nu het er wel over eens dat dit een te eenzijdige omschrijving is. Het oude beeld dat het westelijk kustgebied in deze periode is overgenomen door talloze Friese bewoners, is achterhaald. Maar helaas gaan de meeste auteurs niet in mee in deze vaart der volkeren. Althans, niet in de inleiding van het eerste katern. De bijdrage van Jan de Koning over het Oer-IJ-gebied in de vroege middeleeuwen sluit gelukkig veel beter aan bij de huidige stand van kennis.

In het boek zijn kaderteksten opgenomen die de lezer meer achtergrondinformatie bieden. Hierin is het enthousiasme van de auteurs soms goed te merken, bijvoorbeeld wanneer Rinke Timmerman uitleg geeft over wat aardlagen ons vertellen. De kaderteksten bieden vooral de meer ingewijde lezers interessante inzichten. Wat ook zeker niet onopgemerkt blijft, zijn de goede afbeeldingsbijschriften. Die zijn helder en voorzien in goede details. Bijzonder prettig is ook de overzichtskaart aan het begin van het boek met daarop de voornaamste vindplaatsen weergegeven. Voor een buitenstaander van de streek is deze zelfs onmisbaar om de vele verwijzingen naar de verschillende plaatsen te kunnen volgen.

Conclusie

Een goed verhaal is nog geen goed boek. Evenmin maken mooie afbeeldingen een mooi boek. Alleen de combinatie van beide maakt dat een boek geslaagd mag worden genoemd. Uitgeverij Matrijs heeft zich in dit opzicht opnieuw bewezen als een van ’s lands beste uitgeverijen voor publieksboeken in de archeologie. Met Speuren in het veen. Zestig jaar archeologie in de Zaanstreek, Waterland en omstreken leveren zij een aantrekkelijk boek waarin iedere geïnteresseerde in het onderwerp kan vinden wat hij of zij zoekt.

Marjan van den Berg (red.), Speuren in het veen. Zestig jaar archeologie in de Zaanstreek, Waterland en omstreken, Utrecht: Uitgeverij Matrijs, 2020, 128 pp, ISBN 978-90-5345-568-5. Prijs: €19,95