In memoriam Gijs Rommelse (1977-2020)

Op 2 november 2020 overleed plotseling onze collega-historicus dr. Gijs Rommelse, op de veel te jonge leeftijd van 42 jaar. Gijs schreef een groot aantal boeken en artikelen over de vroegmoderne maritieme geschiedenis en was acht jaar lid van de redactie van Holland. Historisch Tijdschrift.

Gijs leefde meerdere levens tegelijk. Hij was fulltime docent, maar nam tegelijk volop deel aan het wetenschappelijke bedrijf. Hij schreef boeken en artikelen, organiseerde congressen, gaf lezingen in binnen- en buitenland en gastcolleges aan universiteiten. Gijs was een bruggenbouwer: hij was actief in de wetenschap, maar populariseerde het vak ook voor een breed publiek en had een hart voor onderwijs. Hij was een genereus historicus en stond altijd open voor samenwerking en ondersteuning. Zijn werklust was ongeëvenaard, zijn passie voor het vak groot.

In de twintig jaar dat Gijs actief was in het vakgebied groeide hij uit tot een internationaal erkend historicus van de vroegmoderne maritieme geschiedenis. Het begon allemaal in 1999, toen hij aan de Universiteit Leiden een scriptie schreef over de Engelse kaapvaart tegen de Republiek voor en tijdens de Tweede Nederlands-Engelse Oorlog (1665-1667). Het onderzoek daarvoor verrichtte hij deels aan University College Londen, waar hij ook een collegereeks over de Gouden Eeuw volgde bij Jonathan Israel. Na zijn afstuderen kreeg Gijs een beurs van het NWO om in Londen vervolgonderzoek te doen en de basis te leggen voor zijn proefschrift. Hier was hij een bekend gezicht in het bruisende netwerk van promovendi die de British Library als werkplek hadden gekozen en bouwde hij een solide internationaal netwerk op. Zijn vrienden daar, die inmiddels over de hele wereld werkzaam zijn, herinneren zich zijn brede interesse en markante humor, in de bibliotheek, de pub en de sportzaal. Of, zoals een van hen memoreerde, Gijs was ‘an eclectic cool guy’.

Symposium ‘Maritieme Identiteit’, 2016

Vanaf 2002 verscheen een continue stroom artikelen over het vakgebied waarin hij uiteindelijk naam zou maken: vroegmoderne maritieme geschiedenis. In 2006 promoveerde hij bij Simon Groenveld in Leiden op The Second Anglo-Dutch War (1665-1667). International raison d’état, mercantilism and maritime strife. In dit boek liet hij zien dat het uitbreken van de oorlog tussen Engeland en de Republiek de uitkomst was van veel verschillende beslissingen, genomen door een groot aantal groepen en individuen. Daarbij was er volgens hem een belangrijke rol weggelegd voor mercantilistische lobby’s, die erin slaagden een oorlog uit te lokken.

In 2001 was Gijs inmiddels aan de slag gegaan in het middelbaar onderwijs. Hij was een geboren docent, met passie voor zijn vak en een groot hart voor zijn leerlingen. Tegelijk bleef hij schrijven voor een breed geïnteresseerd publiek en dat kon hij ook goed. In 2007 trad hij in dienst bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, waar hij in 2008 ‘Follow me’. De M-Fregatten van de Karel Doorman-klasse en in 2009 (met Michael van der Zee) Het Wapen onder dak. De brigadekazernes van de Koninklijke Marechaussee 1814-2008 publiceerde. In het voorjaar van 2009 werd Gijs lid van de redactie van Holland. Historisch Tijdschrift. Binnen de kortste keren was hij een zeer gewaardeerd redactielid. Zijn werkkracht was ongeëvenaard, zijn ideeën grenzeloos. Hij was zeer succesvol in het aanvragen van subsidies en het organiseren van symposia. Actiepunten die voortkwamen uit een redactievergadering werden snel uitgevoerd. Wanneer hem werd gevraagd hoe hij dit toch allemaal deed, luidde steevast het antwoord dat hij zelden of nooit televisiekeek. Dat scheelde veel tijd. En dat nog steeds allemaal naast zijn baan, sinds 2012 weer als docent aan het Haarlemmermeer Lyceum in Hoofddorp. Maar het draaide zeker niet alleen om werken. Gijs was vooral een fijne en hartelijke collega, met humor en oog voor anderen, die graag een biertje dronk na afloop van de vergaderingen en hartstochtelijk kon debatteren over de geschiedenis.

Al snel werden de voorliefdes van Gijs zichtbaar in de themanummers van Holland. Twee daarvan moeten zeker worden genoemd, omdat ze zo typerend zijn voor zijn onderzoek: de uitgaven over maritieme identiteit (2016) en krijgsgevangenen (2017). Maritieme geschiedenis, zo doceerde Gijs binnen de redactie, was te lang opgehangen aan politiek-militaire, technologische en economische invalshoeken. Het werd tijd om eens te kijken naar de Hollandse maritieme identiteit als culturele constructie. Zelf leverde hij twee bijdragen: een artikel over maritieme identiteit bij Pieter de la Court en een beeldessay over de constructie van zeehelden.

Presentatie van het nummer ‘Krijgsgevangenen’, 2017

Krijgsgevangenen vormden ­een rode draad in het onderzoek van Gijs. Tijdens het onderzoek voor zijn proefschrift vond hij allerlei gegevens over zeelieden en soldaten in Engelse en Nederlandse gevangenissen. Aan het thema werd, anders dan door enkele specialisten, vrijwel geen aandacht besteed. Onterecht, vond Gijs. Krijgsgevangenschap was een buitengewoon actueel onderwerp en daarom uiterst geschikt voor een breed publiek. Het resultaat was een zeer succesvol nummer van Holland. Historisch Tijdschrift over krijgsgevangen vanaf de middeleeuwen tot de meidagen van 1940. De talloze artikelen die Gijs zelf aan het onderwerp wijdde, werkte hij om tot een monografie die in het voorjaar van 2020 verscheen in de Zeven Provinciën Reeks. Het boek, Zeevarenden achter de tralies. De krijgsgevangenen van de grote zeeoorlogen, 1652-1674, droeg hij op aan zijn vriend Roger Downing met wie hij jarenlang samenwerkte en verschillende publicaties schreef.

In 2017 nam Gijs afscheid van de Holland-redactie. Hij wilde leuke dingen doen met zijn gezin. Maar ook de wetenschap bleef trekken. De onderwerpen uit zijn proefschrift – vroegmoderne maritieme geschiedenis, staatsvorming, mercantilisme en oorlogvoering – bepaalden de onderzoekslijn die hij had uitgezet en consequent bleef volgen. In 2011 verscheen (met Roger Downing) een boek over de Engelse diplomaat George Downing, die tussen 1658 en 1672 in Den Haag de commerciële belangen van zijn vaderland verdedigde. Politieke en economische ideologieën stonden eveneens centraal in de bundel (met David Onnekink) Ideology and foreign policy in Early Modern Europe uit 2011, waarin de machtsrealistische interpretatie van vroegmoderne buitenlandse politiek kritisch onder de loep werd genomen en aandacht werd gevraagd voor politieke ideologie en religie. Ondertussen bleef de stroom van academische artikelen in Nederlandse, Duitse, Zweedse Franse, en Engelse tijdschriften doorgaan.

De onderzoekscarrière van Gijs kreeg een nieuwe impuls met het Dr. Ernst Crone Fellowship bij Het Scheepvaartmuseum in 2016. Dit leverde hem veel nieuwe contacten, ideeën en materiaal op. Als fellow onderzocht hij de rol van maritieme vlaggen, een opstap naar een nieuwe koers in zijn werk, namelijk de rol van nationale identiteit in de ontwikkeling van zeemachten. Deze onderzoekslijn mondde uit in een bundel (met J.D. Davies en Alan James) getiteld Ideologies of Western Naval Power (1500-1815) (2019), en in 2020 een bundel (met David Ormrod) onder de titel War, Trade and the State. Anglo-Dutch Conflict, 1652-1689. Typerend voor de enorme werkkracht van Gijs was het feit dat, naast deze twee bundels, in 2019 ook nog een nieuwe monografie verscheen bij Cambridge University Press, The Dutch in the Early Modern World. A History of a Global Power. In deze nieuwe geschiedenis over de rol van de Republiek in Europa en in de wereld, die hij schreef samen met David Onnekink, besteedde hij aandacht aan zowel politieke, economische en militaire als culturele en religieuze factoren.

In 2019 werd Gijs benoemd tot Honorary Fellow bij het Centre for English Local History aan de University of Leicester. Er stonden verschillende nieuwe artikelen en een bundel op stapel en inmiddels was hij begonnen met een nieuwe monografie, The Dutch and their Navy. Sea Power and Identity, 1400-1815. In deze studie, die in 2024 zou verschijnen, wilde hij een overzicht geven van de lange militaire geschiedenis van de Nederlanders ter zee, onder meer aan de hand van pamfletten, prenten en liedjes. Het zou de kroon op zijn werk moeten worden.

Gijs had een snelle pen en een groot hart. We zullen hem ongelofelijk missen, als collega en als vriend. We wensen Barbara, de kinderen en de familie heel veel sterkte in deze moeilijke tijd.

Namens de academische vrienden en de redactie van Holland. Historisch Tijdschrift,
Arjan Nobel en David Onnekink

Een overzicht van de publicaties van Gijs is te vinden op http://gijsrommelse.weebly.com/