Recensie ‘Straatnamen in Leiden. Een verhaal van zeven eeuwen’

R. van Maanen en M. Mooijaart, Straatnamen in Leiden. Een verhaal van zeven eeuwen, Leiden: Primavera Pers, 2019; pp. 240, geïllustreerd, ISBN 978-90-5997-304-6. Prijs: € 19,50

Koen Marijt, eigenaar van Koen van Toen en redacteur Holland. Historisch Tijdschrift

Ter gelegenheid van het 65-jarige bestaan van de Leidse straatnaamcommissie, schreven Rudi van Maanen en Marijke Mooijaart Straatnamen in Leiden. Een verhaal van zeven eeuwen (2019). Door de samenwerking tussen historicus Van Maanen (oud-archivaris bij de Gemeente Leiden) en taalkundige Mooijaart (onderzoeker Instituut voor Nederlandse Lexicologie) is de publicatie geen historisch overzicht of doorsnee opsomming van de Leidse straatnamen.

Het is zowel een historisch als taalkundig onderzoek, waarbij de straatnaamgeving uitgebreid wordt beschreven. Van middeleeuwen tot nu, en van het eerste idee voor een straatnaam tot het daadwerkelijke bestuursbesluit. Met de huidige tendens in Nederland, waarbij standbeelden van vaderlandse figuren zoals Michiel de Ruijter, straatnamen van Indiëgangers zoals Jan Pieterszoon Coen en de verhouding mannen- ten opzichte van vrouwennamen voor straten ter discussie staan, is juist die besluitvorming voor nieuwe straatnamen ronduit interessant te noemen.

Natuurlijk komt in Straatnamen in Leiden de geschiedenis van de stad uitgebreid naar voren. Zo zijn diverse straten, wegen en hofjes vernoemd naar personen die in de Leidse geschiedenis veel betekend hebben. Maar wie denkt dat het boek alleen vanwege de Leidse geschiedenis interessant is, heeft het mis. Zo worden door Van Maanen en Mooijaart de oorsprong van diverse straatnaamachtervoegsels, die in heel Nederland te vinden zijn (zoals straat, pad, plein, hof, gracht, steeg, poort, gang, markt, laan, weg, enz.) beschreven. Hierdoor is het ook buiten Leiden zeer bruikbaar.

Een van de oudste achtervoegsels is de term ‘weg’. Het komt in de oudste bronnen van het Nederlands voor en is van Germaanse oorsprong. Mooijaart en Van Maanen geven aan dat ‘weg’ in de eerste plaats een abstract begrip was: een manier om van de ene plek naar de andere te komen. Hier kon een vaste route uit ontstaan die in het terrein herkenbaar werd. Een echte weg dus, het begrip zoals wij dat tegenwoordig ook kennen.

Maar wie denkt dat het boek alleen vanwege de Leidse geschiedenis interessant is, heeft het mis. Zo worden door Van Maanen en Mooijaart de oorsprong van diverse straatnaamachtervoegsels, die in heel Nederland te vinden zijn (zoals straat, pad, plein, hof, gracht, steeg, poort, gang, markt, laan, weg, enz.) beschreven. Hierdoor is het ook buiten Leiden zeer bruikbaar.

Daarnaast geeft het onderzoek een interessante inkijk in de besluitvorming van het kiezen en benoemen van een straatnaam in Leiden, én daarbuiten. Ook de toetsing van geschikte namen, zeker als het gaat om historische benoemingen, is boeiend. Zo werd in 1985 door de straatnaamcommissie van Leiden besloten om genomineerden eerst voor te leggen aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD, tegenwoordig NIOD) om het oorlogsverleden te toetsen. De kritische afweging of de naam van een persoon geschikt is voor een straat is dus niet van vandaag of gisteren. Dat is logisch: je wilt geen straat vernoemen naar een persoon waaruit blijkt dat hij gedurende de oorlog misdaden zou hebben gepleegd.

Het hoofdstuk over straatnaamkunde is mijn inziens zowel een sterk punt als een klein minpuntje van de publicatie. De sterke kant is het feit dat in het hoofdstuk de algemene straatnamen en straatnaamtypen naar voren komen. Het laat algemene patronen zien in de Nederlandse straatnaamgeving en geldt dus niet alleen voor de Leidse straatnaamgeving. Zoals reeds genoemd, kan een ieder die interesse heeft in zijn dorp of stad, dit hoofdstuk gebruiken om verklaringen te zoeken voor benamingen van straten en wegen. Aan de andere kant worden er veel voorbeelden genoemd en opsommingen gemaakt, en dat maakt de leesbaarheid van dit hoofdstuk minder. Zo worden alle negentien straatnaamachtervoegsels op kundige wijze beschreven, maar dat maakt de tekst ietwat droog.

Het hoofdstuk over straatnaamkunde is mijn inziens zowel een sterk punt als een klein minpuntje van de publicatie.

Het vervolg van de publicatie bestaat uit een chronologische beschrijving van de straatnaamgeving in Leiden. Hierin beginnen de auteurs bij de middeleeuwen, waarbij de eerste namen van straten en grachten hun naam ontlenen aan topografische plekken. Vormgegeven door prachtige illustraties (kaarten en plattegronden, archiefstukken, foto’s en moderne straatnaambordjes), schrijven de auteurs door tot aan nu.

Jaartallen die duidelijk naar voren komen zijn die van de annexaties of moderne gebiedsuitbreidingen van de stad. Bij de drie grote uitbreidingen van 1896, 1920 en 1966 worden niet alleen bestaande straatnamen toegevoegd aan het bestand van Leidse straatnamen, maar worden ook nieuwe wijken met nieuwe straten aangelegd. En die straten hebben een naam nodig die door Van Maanen en Mooijaart in een historisch perspectief worden gezet.

De publicatie van Van Maanen en Mooijaart belicht diverse onderwerpen die bij het vernoemen van straten om de hoek komen kijken, maar waar veel mensen geen weet van hebben. Onderwerpen als historie, taalkundige achtergrond en ook een stukje gemeentelijke besluitvorming. Kortom: de moeite waard om te lezen én toe te voegen aan de boekencollectie.

Getagd met