Het aanspoelen van toerisme te Zandvoort

Door Torsten Feys

Terug naar de bakermat

In 2024 stelde de gemeenteraad van Zandvoort zijn Toeristische Visie 2040 voor met als devies ‘gastvrij, sportief en jaarrond aantrekkelijk’. Toerisme is al lang de toekomst van Zandvoort, maar waar ligt nu de oorsprong van deze symbiose? Wanneer werd de kiem juist gelegd en, nog belangrijker: door wie, hoe en waarom?

Koen Marijt, die net een boek over nabijgelegen Noordwijk aan Zee publiceerde, klopt met deze vragen aan bij de gemeenteraadsleden. Ze richten een lokale historische werkgroep op ter ondersteuning van het boekproject dat het 200-jarige jubileum van Zandvoort als badplaats meer ruchtbaarheid geeft. Deze lovende opzet is een schoolvoorbeeld van het ontstaan van nieuwe inzichten over het lokale verleden . Het rijk geïllustreerde eindresultaat lost op vele vlakken de verwachtingen in. De enige keerzijde is dat het boek door de tijdsdruk wat ruwe kantjes heeft, zoals enkele tekstuele slordigheden. De uitgesponnen eerste en laatste hoofdstukken verdringen onnodig de essentie die in de middenhoofdstukken staat waardoor interessante onderzoekspistes onderbelicht blijven. Daarom leest dit boek eerder als een begin- dan als een eindpunt van een mooie samenwerking die het volledige, rijke verleden van Zandvoort als toeristische trekpleister onder de loep kan nemen. De huidige focus op de jaren 1820 leert ons veel over het ontstaan van de badcultuur, niet alleen in Zandvoort maar in het algemeen.

Initiatiefnemers en hun rekenraam

De hoofdrolspelers zijn vijf notabelen uit Haarlem en Amsterdam: W.P. Barnaart, W. van der Vlugt, Jacobus Enschedé, D.J. van Lennep en P. van Lennep. Een reconstructie van hun levensloop toont hoe hun interesses en sociale netwerken samenkomen bij de uitbouw van Zandvoort tot badplaats. Ze boekstaven dit in een Plan eener Negotiatie, een financieel voorstel van hun project dat investeerders moet overtuigen 150.000 gulden vrij te maken. Buiten Scheveningen bestaat in Nederland nog geen gelijkaardig initiatief, dat toen enkel in Groot-Brittannië ingeburgerd was. Toch slagen de commissarissen in hun opzet door zelf tientallen aandelen van 1.000 gulden aan te schaffen, maar vooral door ze bij derden onder te brengen. Dat koning Willem I ook tien aandelen inkoopt, illustreert de politieke en economische connecties van de initiatiefnemers. Vele andere projecten stranden reeds in deze cruciale fase, die doorgaans onderbelicht blijft maar hier bijzonder inzichtelijk wordt gemaakt.

Het opgehaalde geld dient om twee bekende infrastructurele ingrepen te financieren. Een straatweg naar Haarlem moet de toegankelijkheid van Zandvoort verhogen, niet in het minst voor de koetsen van rijke badgasten  die moeilijk aarden op onverharde zandwegen. De grootste investering gaat naar de inrichting van een badhuis. Hiernaartoe wordt zeewater opgepompt en verwarmd, zodat gasten hun kuur kunnen volgen zonder de gure open zee in te hoeven. De eerste sporen van een Plan eener Negotiatie dateren van 1825, en nauwelijks drie jaar later zijn de klinkerweg en het badhuis al opgeleverd. De commissarissen gaan duidelijk goed voorbereid en efficiënt te werk. Ze werven niet zomaar arbeiders, aannemers of architecten aan. Niemand minder dan architect T. Suys tekent het badhuis, de toenmalige hofarchitect van Willem I en later van Leopold I. Ook hun boekhouding klopt netjes, want de uitgaven blijven onder het geraamde budget. De uitgebreide nieuwe informatie over deze beginjaren brengt helder in kaart wie de betrokkenen van het eerste uur waren en hoe een uitgekiend plan werd gerealiseerd.

Beweegredenen

De notabelen zijn kinderen van hun tijd. Onder invloed van de romantiek verandert het beeld van de zeekust radicaal. Van een gevaarlijke en onherbergzame plek wordt de kust bewonderd om haar natuurlijke pracht en heilzame kracht. In Engeland beleeft de badcultuur aan zee haar doorbraak en steekt zij mede dankzij de vijf genoemde hoofdrolspelers het Kanaal over. De commissarissen benadrukken het belang van hun project ter verbetering van de gezondheid van streekgenoten (lees: gegoeden). De zeelucht, maar vooral het baden in en zelfs drinken van zeewater, schenkt geneeskracht tegen talrijke ziektes. Het project wordt bovendien als een economische reddingsboei voor Zandvoort opgeworpen. Aanhoudende politieke onlusten had de vissersgemeenschap in structurele armoede geduwd. Vooral de bouw van infrastructuurwerken komt de betrokken lokale gemeenschap ten goede. Hoe de lokale bevolking op lange termijn van dit elitaire toerisme profiteerde, blijft minder duidelijk. De weg wordt zelfs hertekend zodat de elite op weg naar het badhuis het armlastige dorp kan vermijden. Ook voor overnachtingen lijken de eerste toeristen eerder op Haarlem te rekenen. Het budget voorziet niet in een hotel en de logiesvoorzieningen blijven zeer beperkt. Winstoogmerk lijkt geen drijfveer voor de commissarissen; een plek uitbouwen om van de nieuwe hype te genieten des te meer.

D. van Lennep drukte de visionaire hoop uit dat hun project de inwoners van Zandvoort uit hun lijden zou verlossen en: ‘de zaden zou zaaien van een welzijn dat het gelukkigste resultaat voor de toekomst belooft.’ Zelf in zijn stoutste dromen kon van Lennep niet bedenken dat deze toekomst tot in de Toeristische Visie 2040 zou reiken. In dit interessante boek blijven wel enige vragen onbeantwoord. Zoals in welke mate de lokale vissersgemeenschap zelf vorm gaf aan deze nieuwe toekomst op langere termijn, of werd deze vooral door buitenstaanders ingevuld? Hoe gingen ze om met de seizoensgebondenheid van toerisme en wanneer nam sport een plaats in naast gezondheid? Genoeg invalspunten voor een vervolg waarin het verleden de toekomst overbrugt.

Koen Marijt (red.) En Zandvoorts heilig strand is van mijn ‘togt het doel’. Historisch onderzoek naar de aanleg van de straatweg en het badhuis in Zandvoort (1825-1828). Haarlem: Creative Cave Publishers, 2025, 162 blz., ISBN 9789491733352. Prijs €14,95.