Het Mirakel van Amsterdam als sacrament tegen de afvalligen. Moderne heruitgave van een 17e-eeuws boek over de Stille Omgang

Door Nico Lettinck

Uitgebraakte hostie

De eerstvolgende Stille Omgang in Amsterdam zal plaatsvinden in de nacht van 20 op 21 maart 2027. Bij deze zwijgzame processie door het hart van de oude stad wordt herdacht dat er in 1345 een wonder plaatsvond dat bekend is geworden als Het Mirakel van Amsterdam. Wat was het geval? In dat jaar raakte een man in de Kalverstraat ernstig ziek. Hij kreeg van de priester een hostie toegediend die hij vervolgens direct uitspuwde. De vrouw die hem verzorgde, gooide het braaksel daarna in het vuur. De volgende dag bleek bij het leegmaken van de haard dat de hostie nog geheel ongeschonden was: een wonder! Rondom dit, voor middeleeuwse begrippen, niet ongewone verhaal heeft zich een hele cultus ontwikkeld. Het kistje met de heilige hostie werd eerst bewaard in de Oude Kerk, vervolgens werd er een aparte kapel voor gebouwd: de Heilige Stede. En nadat die in 1578 in het kader van de Reformatie was ontheiligd en gesloten werd de verering voortgezet in de kerk van het Bagijnhof.

Een koopje

Tegen deze achtergrond publiceert de pastoor van deze kerk Leonardus Marius (1588-1652) in 1639 zijn boek over dit verschijnsel dat hij nadrukkelijk verbindt met de groei en bloei van de stad Amsterdam. De welvaart van de stad is mede te danken aan Het Mirakel. Dit boekwerkje is nu opnieuw door uitgeverij Verloren op de markt gebracht in een eigentijdse vertaling, met de gravures van destijds en voorzien van een harde kaft, hoewel de oorspronkelijke editie nog wel antiquarisch via Boekwinkeltjes te vinden is voor € 300,-, € 125,-, of € 40,- (een reprint). De huidige prijs van € 25,- is dus een koopje!

Voor degenen die geïnteresseerd zijn in de oorsprong van de Stille Omgang, die overigens pas in 1881 voor het eerst werd gehouden, is deze uitgave zeker de moeite waard. Maar voor hen die het Mirakel van Amsterdam wat meer in de historisch-wetenschappelijke context willen plaatsen, biedt het weinig houvast. Er is afgezien van een uitgebreid notenapparaat. Daarnaast wordt de achtergrond van de auteur afgedaan met een ‘korte levensschets’ die weinig zakelijk is. Zo wordt bij de dood van Marius in 1652 vermeld dat hij stierf op 18 oktober, ‘vol overgave’. Hoe weten we dat?

Deze heruitgave is verzorgd door Dick Hogenhout, associé van de Congregatie van het Heilig Sacrament. Hij is bijgestaan door Jan van Burgsteden, oud-hulpbisschop van Haarlem en lid van de Sacramentijnen. Het boek is medegefinancierd door de Congregatie van het Heilig Sacrament. Men weet dus waar men het over heeft. In de inleiding wordt ook Charles Caspers bedankt. Samen met Peter Jan Margry publiceerde Caspers Het mirakel van Amsterdam. Biografie van een betwiste devotie (Amsterdam, 2017). In deze doorwrochte studie wordt Het Mirakel uitgebreid in de cultuurhistorische context geplaatst. Maar dit boek wordt nergens genoemd en daarom doe ik het dus maar.

Weinig aandacht voor het Mirakel

Wie de moderne uitgave van Marius leest, komt al snel tot de ontdekking dat er voor het Mirakel in Amsterdam zelf eigenlijk maar weinig aandacht is. Slechts drie hoofdstukken van de zeventien zijn hieraan gewijd (ongeveer 20% van het totaal). De rest gaat over de oorsprong, de traditie en het belang van de Heilige Eucharistie. Marius zet zich daarin af tegen alle andersdenkenden (Calvijn, Luther, Zwingli) die het mysterie van de transsubstantiatie ontkennen. Op een polemische toon neemt hij het op voor de orthodoxe katholieke leer, volgens welke brood en wijn, na de zegening door de priester, feitelijk in het lichaam en het bloed van Christus veranderen. Volgens de ‘afvalligen’ zijn brood en wijn slechts tekens die verwijzen naar de dood en opstanding van de Heer. Hij noemt veelvuldig joden die het sacrament ontheiligen en daarna terechtgesteld worden. Bij dergelijke passages zou meer redactioneel commentaar op zijn plaats geweest zijn.

Bij degenen die ook dit jaar deelnemen aan de Stille Omgang, zullen de opvattingen van Marius uit de 17de eeuw geen weerklank meer vinden. Misschien voelen sommigen nog iets bij de historische sensatie die prof. dr. Willem Frijhoff (1942-2024) ervoer toen hij als kind uit Zutphen in de jaren vijftig van de vorige eeuw naar Amsterdam toog: ‘De plaatselijke middenstand ging daar medio maart met de nachttrein naar toe. Ik heb nog levendig voor mijn ogen hoe ik met mijn vader mee mocht en door de stad de Stille Omgang naar de plaats van de voormalige kapel op het Rokin liep. Het was een mannelijk initiatieritueel voor het grote leven.’ (Wim Berkelaar, ‘Vraaggesprek met historicus Willem Frijhoff’, in: Trajecta 30 (2021) 191-213.)

Leonardus Marius, Amsterdams eerbiedwaardigheid en opkomst door de gedenkwaardige Mirakelen die daar gebeurd zijn met en door het Heilig Sacrament des Altaars Anno 1345, inleiding en transcriptie door T.J.M. (Dick) Hogenhout. Hilversum: Verloren, 2026. 175 blz., ill., ISBN 9789464552287. Prijs € 25,00.