Ruud Lubbers. Een slag anders
Door Jaap de Haan
Mooie man
Het Algemeen Dagblad organiseerde begin 1975 een verkiezing wie de mooiste man van Nederland was. Ruud Lubbers eindigde op de vierde plek, achter acteur Willem Nijholt, schaatser Ard Schenk en prins Claus. Deze anekdote illustreert een van de vele kanten van wellicht de meest invloedrijke naoorlogse Nederlandse politicus. Zo is Lubbers de geschiedenis ingegaan als no-nonsense-politicus, Rotterdammer, probleemoplosser, één-na-langst zittende premier en womanizer. Al deze kanten passeren de revue in het boek Ruud Lubbers. Een slag anders.
Een uitdaging voor zijn biografen Johan van Merriënboer en Lennart Steenbergen is dat Lubbers vrijwel niets bewaarde. Brieven werden verscheurd zodra een kwestie was afgehandeld en boeken gaf de oud-politicus door als hij ze goed vond of hij gooide ze weg. Lubbers liet geen archief na en in zijn memoires stelde hij de zaken bovendien vaak een ‘slag anders voor’ dan ze werkelijk waren geweest. De auteurs onderzoeken in deze biografie hoe hun hoofdpersoon twaalf jaar aan de politieke top kon blijven en ze vragen zich af hoe zijn persoon heeft bijgedragen aan de nieuwe zakelijkheid die de kabinetten-Lubbers hebben ingezet vanaf de jaren tachtig van de 20ste eeuw.
Lubbers in Den Haag
Lubbers werd geboren in een katholiek, Rotterdams ondernemersgezin. Na zijn middelbare schooltijd ging hij op kostschool bij de jezuïeten in Nijmegen, waar de wat verlegen, maar pientere jongeman werd klaargestoomd voor de universiteit. Lubbers koos voor economie in Rotterdam. Na de plotselinge dood van zijn vader nam hij samen met zijn broer het constructiebedrijf Hollandia over. Als mededirecteur kwam Lubbers in aanraking met christelijke werkgeversorganisaties en via deze contacten raakte hij in beeld bij de formateurs van het kabinet-Den Uyl. De als progressieve christen bekendstaande Rotterdammer werd minister van Economische Zaken. De auteurs laten zien dat de politiek onervaren minister een steile leercurve doormaakte en hard werkte om het wantrouwen tegen hem weg te nemen van zowel de werkgevers als de werknemers. Na de val het kabinet en de formatie Van Agt-Wiegel werd Lubbers, ondanks zijn ijverige lobby, gepasseerd als minister. Hij was hier verbolgen over, maar toonde zich een loyaal Kamerlid. Na het terugtreden van Willem Aantjes werd hij fractievoorzitter van het net opgerichte CDA.
Rotterdamse minister-president?
Een van de interessantste hoofdstukken gaat over Lubbers als de eerste van de echte minister-presidenten. Toen Lubbers het Torentje binnenstapte was het alsof hij zijn bestemming had gevonden. Bij de Haagse topambtenaren had hij de reputatie een weifelaar te zijn, maar dit beeld schudde de nieuwbakken premier snel van zich af. Hij ontpopte zich tot de echte leider van het kabinet. Bij zijn ambtenaren en ministers dwong Lubbers respect af door de enorme hoeveelheid mondelinge en schriftelijke informatie die hij in korte tijd tot zich kon nemen. Problemen zag hij al van verre aankomen en veel zaken wist hij op te lossen door ze ‘net een slag anders’ te benaderen. Van Merriënboer en Steenbergen citeren staatssecretaris Joop van der Reijden: ‘Ruud zou rustig op vrijdagmorgen – alleen – in de Trêveszaal kunnen gaan zitten met zestien stapels dossiers op tafel, op de plaats waar de ministers en staatssecretarissen gewoonlijk zitten, en dan evengoed als, in een aantal gevallen zelfs beter dan, zijn collegae van verschillende departementen met zichzelf in debat kunnen gaan over de voor- en nadelen van een beslissing.’ (p. 214)
Kan Lubbers als een Rotterdamse premier gezien worden? Het imago van een Rotterdamse ondernemer liet de minister-president zich graag aanleunen, maar hij liep er zelf niet mee te koop. Feit is wel dat een aantal ministers uit zijn kabinetten, zoals Onno Ruding, Frits Korthals Altes, Gijs van Aardenne en Neelie Smit-Kroes, een relatie met de havenstad hadden. De no nonsense-aanpak van het kabinet werd door velen in verband gebracht met de spreekwoordelijke Rotterdamse zakelijkheid. De auteurs delen deze opvatting niet en citeren instemmend een NRC-journalist, die vond dat de premier teveel op consensus gericht was en dat ‘no nonsense en de persoon Lubbers helemaal niet’ bij elkaar passen. (p.232)
Flinke pil
Ruud Lubbers. Een slag anders is een flinke pil, maar wel van een formaat dat past bij een invloedrijke minister-president. Het kan niet anders dan dat zo’n omvangrijk werk ook mindere stukken heeft, waar de wolligheid van de hoofdpersoon af en toe ook in de tekst is geslopen, zoals in het hoofdstuk over kruisrakketten en Lubbers’ affaire als VN-commissaris. Daar staan vele fraaie stukken tegenover, zoals de heldere analyse van Lubbers als premier en over zijn relatie met koningin Beatrix. In ‘Aan de hand van Lubbers’ nemen de auteurs hem de maat en benadrukken zij wat hij als premier in Nederland en in Europa voor elkaar heeft gekregen. Het laatste woord in deze recensie is voor Ria Lubbers, die haar man met beide benen op de grond hield. Ruud een mooie jongen? Niet volgens Ria. Als haar man ’s avonds laat vermoeid thuiskwam met een afgezakte stropdas ‘dan is hij niet zo erg een playboy meer.’
Johan van Merriënboer en Lennart Steenbergen, Ruud Lubbers. Een slag anders. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2024, 800 blz., ill., ISBN 9789024426669. Prijs €49,50










