Recensie Pieter van Wissing, In louche gezelschap

Pieter van Wissing, In louche gezelschap. Leven en werk van de broodschrijver Philippus Verbrugge, 1750-1806 Verloren: Hilversum 2018  ill., 272 pp., ISBN 9789087046699, prijs € 29

door Lauren Lauret, Universiteit Leiden

Heerlijk, een biografie over een figuur aan wie Hollands glorie eens voorbijging. Literatuurhistoricus Pieter van Wissing brengt ons het turbulente leven en twijfelachtige werk van een achttiende-eeuwer die in alle facetten van zijn leven uit de toon viel. Het is het levensverhaal van een ex-predikant die huwde met een prostituee, een bajesklant, chanteur, een patriotsgezinde pamflettist die zijn scherpe pennenvruchten verkocht aan het Oranjekamp rond stadhouder Willem V. Philip Verbrugge onderhield nauwe banden met zowel politieke kopstukken als lieden op de onderste trede van de sociale ladder.

De levensjaren van Verbrugge bestrijken de roerige periode in de Nederlandse geschiedenis tussen 1750 en 1806. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden maakte in 1795 plaats voor de Bataafse Republiek. Terwijl de patriotten en Bataven de weg vrijmaakten voor de moderne Nederlandse rechtsstaat, keerde Verbrugge zich tegen de revolutie die de grondvesten van de staat onomkeerbaar veranderde. Tijdgenoten veroordeelden Verbrugge stelselmatig, en latere historische studies leken die opinie zonder uitzondering te beamen. Van Wissing vertrouwde dit unanieme oordeel over de dubieuze Verbrugge niet en ging op onderzoek uit.

Van Wissing vertrouwde dit unanieme oordeel over de dubieuze Verbrugge niet en ging op onderzoek uit.

De halsstarrige predikant Verbrugge maakte zich in korte tijd onmogelijk bij het dorps- en kerkbestuur van Koedijk. Strijd over pastorale zorg en de kritische pamfletten die hij schreef over de voogd van stadhouder Willem V vielen niet in goede aarde. Verbrugge voerde verbeten en arrogant een juridische strijd voor het kerkelijk en wereldlijk gerecht. Op het dieptepunt van de Koedijkse crisis trad de pen van Verbrugge in het diepste geheim in dienst van Oranje die tegenwicht wilde bieden aan het patriotse, publicitaire spervuur. Noodgedwongen verruilde de opportunistische Verbrugge de kansel voor een loopbaan als broodschrijver en redacteur van Oranjegezinde weekbladen.

Elke rol die Verbrugge speelde (Leidse student, predikant, journalist, gedaagde, bajesklant en Oranjeklant) voorziet Van Wissing van een gedegen historische context. Van Wissing zet zijn expertise op het gebied van de 18de-eeuwse pers en politiek in om de levensloop van Verbrugge te duiden. Hierdoor slaagt hij erin om een tot op heden onderbelichte kant te tonen van de complexe religieuze, politieke en sociale ontwikkelingen in deze periode. Hoe hield Verbrugge zich staande als iemand die zijn tijdgeest tartte?

Van Wissing gunt zichzelf veel vrijheid om het leven van Philip Verbrugge door middel van diepgravend archiefonderzoek te reconstrueren en levendig aan zijn lezer te presenteren. De antiheld en zijn tijdgenoten komen uitvoerig aan het woord door lange citaten uit brieven, rechtbankdossiers, rekesten en pamfletten. In combinatie met Van Wissings metafoorrijke taalgebruik en 58 illustraties kijkt de lezer mee over de schouder van Verbrugge die bijvoorbeeld zijn rechters ‘vanuit de heup’ beschiet met munitie geleverd door Jesaja. (p.129) De thematiek, de schrijfstijl, uitgebreide aandacht voor de bronnen en de geboden context verlevendigen en verhelderen deze geschiedenis. Het maakt dit boek op het eerste gezicht aantrekkelijk voor een breder publiek.

Van Wissing gunt zichzelf veel vrijheid om het leven van Philip Verbrugge door middel van diepgravend archiefonderzoek te reconstrueren en levendig aan zijn lezer te presenteren.

Anderzijds geeft het boek als geheel soms een gefragmenteerde indruk. De integraal overgenomen bronteksten en de vragen die deze oproepen bij Van Wissing zijn zeker interessant, al vergen ze een lezer die bereid is om als het ware mee te werken aan het onderzoek. De lezer is daarbij niet gebaat bij de redactionele slordigheden. (broodschrijver of veelschrijver? p. 69 – 137 – 143) De context levert Van Wissing daarnaast aan via diverse wegen. De uitleg over de verhouding tussen kerk en staat (p.34), de 18e-eeuwse procesgang (p.128 & 155) en het jaar 1798 (p.204) staan in aparte kaderteksten. Na vijf hoofdstukken volgt een intermezzo ter introductie van Oranjekopstukken Thomas Isac de Larrey en Jacob Carel Reigersman. De gezagscrisis van de jaren 1780 staat in de reguliere hoofdtekst, net als de korte inleiding op het fenomeen broodschrijvers in de 18de eeuw. (p.67-69) De wisselende kanalen zijn wellicht symptomatisch voor de veelvormigheid van het leven en werk van Philip Verbrugge, maar ze dragen niet bij aan de eenheid van het verhaal. Ze hadden goed gepast in een langere inleiding, die nu slechts anderhalve pagina beslaat.

Verbrugge was de vleesgeworden tegenstrijdigheid, zoveel is aan het eind van het boek wel duidelijk. Zijn christenplicht veronderstelde gehoorzaamheid aan God en overheden, terwijl hij permanent in strijd verkeerde met wereldlijke gezagdragers en heersende fatsoensnormen. In de ogen van Van Wissing bleef Verbrugge zijn hele leven predikant en politiek was hij consequenter dan tijdgenoten dachten. Het is ondanks deze bevindingen van Van Wissing niet helemaal duidelijk wat hij nu precies over zijn antiheld wil betogen. Voerde Verbrugge een rationeel gedreven strijd tegen de nieuwe politiek van zijn tijd, of moeten we Verbrugge beschouwen vanuit godsdienstig perspectief? Als wegbereider van bijvoorbeeld Isaac da Costa, de voorman van het protestantse Réveil die in 1831 het drievoudig snoer God, Nederland en Oranje opwierp? Verbrugge kreeg van deze 19de-eeuwse drieslag in elk geval wel ‘een zwieper’ mee.

 

Getagd met