Recensie Joke Spaans, De levens der maechden

Joke Spaans, De levens der maechden: het verhaal van een religieuze vrouwengemeenschap in de eerste helft van de zeventiende eeuw Verloren, Hilversum, 2012, 166 pp., met een bijlage op CD, ISBN 9789087042899, prijs €19,-

door Erika Kuijpers, Universiteit Leiden

Vanaf 1581 was in heel Holland de katholieke eredienst verboden. Kloosters en andere religieuze instellingen werden opgedoekt, en het nog steeds omvangrijke katholieke bevolkingsdeel was voor de bediening van de sacramenten aangewezen op clandestiene bijeenkomsten en in het geheim opererende ambulante priesters. Voor de kerk van Rome werd Holland missiegebied. In deze periode ontstond er in Haarlem een gemeenschap van ongehuwde katholieke vrouwen die een semi-religieus leven leidden.

Hoewel zij niet langer konden intreden in een klooster dicht bij huis voelden nog steeds veel vrouwen zich geroepen tot een religieus leven van werken en bidden. Deze geestelijke maagden werden in de zeventiende eeuw klopjes genoemd. De kloppenvergadering in Haarlem telde al gauw zo´n tweehonderd leden. Zij stonden onder toezicht van een priester maar hadden daarnaast ook een geestelijke moeder. Tryn Jans Oly, een Amsterdamse regentendochter, was de moeder van de vergadering in het tweede kwart van de zeventiende eeuw. In deze periode maakte zij levensbeschrijvingen van overleden maagden. Net als in veel kloosters werden die levens, of zusterboeken, gebruikt om uit voor te lezen zodat andere leden van de gemeenschap er een voorbeeld aan konden nemen.

In de levens werden de deugden en bijzondere verdiensten van de overledene beschreven. Belangrijke deugden voor een maagd waren natuurlijk vroomheid, soberheid en kuisheid maar de levensbeschrijvingen zijn verre van uitwisselbaar. Juist grote verschillen tussen karakters en talenten komen er in naar voren, als ook de verschillen in sociale achtergrond en het soort omstandigheden waarin vrouwen leefden en de tegenslagen die ze in hun leven kregen te verwerken. Dat maakt dat de levens een fascinerend inkijkje bieden in juist individuele levensomstandigheden en soms ook het leven van alledag.

Tryn Jans Oly, een Amsterdamse regentendochter en moeder van de Haarlemse kloppenvergadering, maakte in het tweede kwart van de zeventiende eeuw voorbeeldige levensbeschrijvingen van overleden maagden

Zo is er de maagd Maria Bastyaens die toelegt op het opsporen en opknappen en in ere herstellen van oude afgebladderde heiligenbeelden, die ze opduikelt in stoffige kelders en zolders tot ver buiten Haarlem. Of Tryn Areians, die de teloorgang van het katholicisme zozeer persoonlijk ter harte gaat dat ze wel met de ketters moet spreken om ze tot betere inzichten te brengen. Of over Geertruyt Pieters die zo’n grote ‘treck’ had tot ‘innicheyt’, dat ze ondanks een heel slechte gezondheid en een ‘pyndelicken lichaem’ zich ‘booven haer zelven conde verheeven’ dat ze vaak zo lang in de kerk zat ‘datse daer oock altement bynae voor doot afgebracht werde.’

Spaans behandelt in haar boek een aantal belangrijke thema’s die de maagdenlevens in hun historische context plaatsen. Wat haar werk steeds zo waardevol maakt is dat ze haar imponerende kennis van religiegeschiedenis combineert met sociale geschiedschrijving. Na een beschrijving van de religieuze verhoudingen in Holland na de Opstand in het eerste hoofdstuk volgen hoofdstukken over de organisatie van de Hollandse missie de sociale achtergronden en netwerken van de kloppen en de interne organisatie van de kloppengemeenschap. Maar het interessantst vind ik de hoofdstukken vijf en zes, die over herinnering gaan en over vroomheid.

Zoals Geertruyt Pieters, die zo’n grote ‘treck’ had tot ‘innicheyt’, dat ze ondanks een heel slechte gezondheid en een ‘pyndelicken lichaem’ zich ‘booven haer zelven conde verheeven’ dat ze vaak zo lang in de kerk zat ‘datse daer oock altement bynae voor doot afgebracht werde’

Dit zijn thema’s waarvoor historici vaak zijn aangewezen op geleerde of regelgevende bronnen, of op religieuze werken. Slechts zelden kun je zo dicht tot de belevingswereld en de praktijk van vroomheid naderen als in deze levensbeschrijvingen. Natuurlijk zijn deze levens ook gemodelleerd naar het voorbeeld van bestaande literatuur, bijvoorbeeld de heiligenlevens die door de maagden veel werden gelezen. En natuurlijk werd er over de doden vooral veel goeds geschreven, tenslotte moesten zij, of in ieder geval hun deugden, tot voorbeeld strekken voor de rest van de gemeenschap. Maar toch geven de teksten onverwachte inkijkjes. Trijn Oly beschrijft vaak ook met welke zwakheden de overledene had geworsteld, bijvoorbeeld dat ze ‘veel tenthacie gheleeden heeft vant gheloof, van onsuiverheit, cleinmoedicheyt ende dierghelycke’.

Het omgaan met tegenslag was natuurlijk een belangrijk ijkpunt voor ware godsvrucht. Lijden zonder te klagen en niet verzaken in plichten ongeacht de omstandigheden was een hooggewaardeerde deugd. Ook het omgaan met de verleidingen van de wereld, waar deze vrouwen veel meer dan nonnen in een klooster aan waren blootgesteld zijn een belangrijk thema. Des te mooier als een maagd zo’n verleiding had weerstaan, zoals Aefgen Jacobs, waar een rijke koopman een oogje op had gehad, maar die het geld dat hij haar bood had weggesmeten ‘als oft een borse met slangen en serpenten geweest hadt’.

Joke Spaans heeft een aantal interessante thema’s uit de levens uitgediept en toegelicht – en bovendien is een transcriptie van de Levens op cd-rom toegevoegd aan dit boek

Joke Spaans heeft een aantal interessante thema’s uit de levens uitgediept en toegelicht. Het is een weldadig helder geschreven boek geworden. Bovendien is een transcriptie van de Levens op cd-rom toegevoegd aan dit boek. Drie keer 400 pagina’s doorzoekbare vakkundig getranscribeerde tekst van ruim 200 levens van maagden en daarnaast nog uitvaartpreken, getuigenissen en religieuze spreuken, voorzien van inhoudsopgaven, namenlijsten en een index. Met dat monnikenwerk heeft ze een brede groep van geïnteresseerden in de vroegmoderne geschiedenis een enorme dienst bewezen. En zo is Spaans op haar beurt een nastrevenswaardig voorbeeld voor ons.

Deze recensie is verschenen in Holland Historisch Tijdschrift (2014-1).

 Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Erika Kuijpers, 3 november 2013.

Getagd met