Lang lange leve de bruine kroeg. Portretten van Amsterdamse cafés
Door Jaap de Haan
Dorst
Bruine kroegen horen bij Amsterdam, zoals kerken horen bij Rome, en gelukkig zijn er in de hoofdstad nog een flink aantal te vinden. De dorstige treinreiziger heeft bijvoorbeeld bij aankomst in de stad de keuze uit vier bruine cafés. Als hij of zij bij het verlaten van het Centraal station linksaf slaat, dan liggen The Old Nickel en ’t Mandje op een steenworp afstand en als hij/zij kiest voor de rechterkant, dan kan de treinreiziger terecht bij Karpershoek en Schumich. Deze cafés staan, samen met nog 38 andere binnen de Amsterdamse singels, in het boek Authentieke Amsterdamse bruine kroegen. Ook Holland besteedde in 2023 al eens aandacht aan dit fenomeen in het nummer Drank in Holland.
Ko van Hemert, Peter Quatfass en Hans Tulleners stelden dit kroegenboek samen, omdat zij zich zorgen maakten over het verdwijnen van traditionele Amsterdamse cafés. Samen met Stichting Toon het Amsterdams Erfgoed wilden ze het interieur en de gebruiken en tradities van de bruine kroeg bewaren. Het valt niet te ontkennen dat de laatste jaren een flink aantal van deze kroegen ten prooi is gevallen aan de witkwast en dat in deze etablissementen het meubilair is vervangen door lichte tafels en stoelen en de gasten worden getrakteerd op muziek.
Rookbruin
Wat is precies een bruine kroeg? Is dat een donker café met Perzische tapijten op de tafels en dat van binnen helemaal bruin is gerookt? Onder andere, maar volgens de auteurs gaat het ook om cafés die ouder zijn dan vijftig jaar, met een houten lambrisering, waar stevig meubilair staat mét gebruikssporen en waar de eigenaar zijn vaste klanten herkent. Wat betreft de ouderdom zit het met de eerdergenoemde cafés wel goed. ’t Mandje is van voor 1927, Schumich stamt uit 1908 en Karpershoek zelfs uit 1641.
De auteurs trakteren de lezer op allerlei wetenswaardigheden over de bruine kroeg. Dit soort cafés zijn veel minder oud dan menigeen denkt. De krullende letters, de Delfsblauwe biertaps en de reproducties van 17de-eeuwse schilderijen komen allemaal uit het begin van de 20ste eeuw. Bruine kroegen zijn dan ook een typisch 19de-eeuws fenomeen. Door de drankenwet van 1881 werd de verkoop van bier en sterke drank alleen nog toegestaan in slijterijen en tapperijen. De al langer bestaande koffiehuizen en grand cafés in Parijs en Wenen vormden de inspiratiebron voor het ontstaan van de bruine kroeg. In sommige cafés, zoals in de Druif en Hegeraad, is hun oorsprong als tapperij nog te zien aan de opkamer, die later bij de zaak is getrokken. In dezelfde Druif, maar ook in Oosterling, is nog een drankorgel te vinden: een verzameling vaten met drank voor de verkoop. In ’t Molentje staat nog een oude toog, van waarachter de slijter vroeger zijn klanten bediende, die met behulp van een houten reling is omgebouwd tot een bar. Op de toog (of bar) staan tegenwoordig een hele rij taps met verschillende soorten bier. Ook dat is een nieuwe ontwikkeling, want tot jaren 1990 hadden de meeste cafés slechts twee bieren op de tap: pils en een seizoensbier.
Kleedjes op tafel
Erg leuk is het hoofdstuk over de verdwenen kleedjes. Tot de jaren 1950 waren de tafeltjes in de meeste cafés onbedekt. Het gemorste bier werd vanaf het begin opgevangen door een bierviltje; een uitvinding waar een slimme ondernemer uit Dresden in 1892 patent op aanvroeg. Pas na de oorlog deden de Perzische kleedjes hun intrede. De Belgische firma Taxam maakte op grote schaal machinaal geweven Smyrnatapijten, die via groothandel en de Nederlandse huishoudens hun weg vonden naar de bruine cafés. Jan de Bouvrie en IKEA verbanden de Perzische tapijtjes uit de huiskamer en sinds de jaren 1990 zijn ze ook uit de bruine kroeg verdwenen.
Authentieke Amsterdamse bruine kroegen bevat 38 portretten van bruine kroegen binnen de singels van de stad. Op de keuze van de cafés valt weinig af te dingen, al er hadden net zo goed meer kroegen in het boek opgenomen kunnen worden. Ondanks het slinkende aantal zijn er namelijk nog andere te vinden, zoals Scharrebier of de Nieuwe Lelie. Hoe dan ook, de cafés die besproken worden zijn zeer fraai gefotografeerd door Dingema Mol. Aanraders vanwege het interieur zijn Oosterling met een grotendeels authentieke 19de-eeuwse inrichting, Krom met een intact interieur uit de jaren 1920 en Schiller, waar art deco nog steeds hoogtij viert. De combinatie van de fotografie en de sympathieke beschrijvingen maken Authentieke Amsterdamse bruine kroegen tot een prettig bladerboek die de lezer uinodigt tot een bezoek aan dit prachtige Hollandse erfgoed.
Ko van Hemert, Peter Quatfass en Hans Tulleners, Authentieke Amsterdamse bruine kroegen [fotografie: Dingema Mol]. Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2025. 184 blz., ill., ISBN 9789464551921. Prijs: €25,-










