Huis te Vraag. Bedreigde dodentuin aan de Schinkel

Henk Looijesteijn

Op drie kwartier gaans van mijn huis ligt begraafplaats Te Vraag, een groene rustplek die nog altijd standhoudt in een grootstedelijke omgeving. Op het ogenblik wordt er gedacht een fietspad over de gewezen dodenakker te leiden, ook al liggen er nog altijd de stoffelijke resten van zo’n 12.000 Amsterdammers en Sloters, die er tussen 1891 en 1962 ter aarde werden besteld.

Te Vraag ontleent zijn naam aan het Huis te Vraag, een pand dat er in elk geval al stond in 1618. Het zou zo genoemd zijn omdat de Duitse koning Maximiliaan van Oostenrijk (1459-1519) hier met zijn gevolg halt had gehouden om de weg te vragen naar Amsterdam. In 1489 lag deze vorst, die voor zijn zoontje regent was van onder andere het graafschap Holland, zwaar ziek in het Binnenhof. Hij beloofde toen bij herstel ter bedevaart te gaan naar de Heilige Stede in Amsterdam, de kapel waar een wonderbaarlijke hostie werd bewaard. Bij Huis te Vraag zou hem de juiste weg zijn gewezen naar de stad en de kapel. Als dankbaarheid voor zijn genezing gaf hij trouwens de Amstelstad ook het recht om de keizerskroon boven het stadswapen te mogen voeren.

Afb. 1 Klimop overwoekert de grafstenen onder torenende bomen. De dodenakker is een tuin geworden. Foto: Henk Looijesteijn, 2021.

Huis te Vraag was in de 17de eeuw een buitenhuis in de banne Sloten, ver buiten de stad. Het wisselde geregeld van eigenaar. In 1713 werd het gekocht door een katoendrukker die er niet alleen ging wonen maar er ook zijn bedrijf vestigde. Toentertijd waren zogenaamde ‘sitsen’ uit India, bedrukte ‘katoentjes’ waar men bijvoorbeeld jassen en rokken van maakte, zeer geliefd in Europa. In navolging van de sitsen ontstond een bloeiende katoendruknijverheid die zich richtte op deze Europese markt. Rondom Amsterdam bloeide de katoendruknijverheid, want buiten de stad was het benodigde schone water. Te Vraag was niet de enige katoendrukkerij in het gebied.

Met de katoendruknijverheid ging het gaandeweg bergafwaarts en in 1793 kwam er een einde aan. Het woonhuis bleef bestaan en wisselde weer dikwijls van eigenaar, totdat het in 1844 werd gekocht door de familie Jonkhart, die het bewoonde tot 1890. Het huis werd toen verkocht en afgebroken. Een deel van de erbij horende gronden werd aangekocht door de voormalige timmerman en aannemer Pieter Oosterhuis (1841-1900). Hij was, zoals zoveel Amsterdammers in die tijd, een ‘immigrant’ uit Friesland, geboren in Burum onder Kollum.  

Oosterhuis kreeg in 1891 toestemming van het gemeentebestuur van Sloten om er een begraafplaats van te maken, bestemd voor overledenen van Nederlands-Hervormde huize. Het een hectare grote perceel werd drie meter opgehoogd met 50.000 kubieke meter zand, en er werd onder andere een aula opgebouwd. De gevelsteen van het voormalige Huis te Vraag werd ingemetseld in de zijgevel. De bellenblazende Cupido die de ijdelheid van alle dingen verbeeldt, was bijzonder van toepassing nu.

Afb. 2 Tussen de grafplaten bloeien bloemen. ‘Memento Vitae’, gedenk het leven, staat dan ook op een zuil bij de ingang. Foto: Henk Looijesteijn, 2021.

Gedurende bijna zeventig jaar werden er voortdurend nieuwe doden ten ruste gelegd op Te Vraag. Soms waren er wel tien begrafenissen per dag. Geleidelijk aan werd het ingesloten door stedelijke bebouwing, al bleef die wel op afstand dankzij de wet die bepaalde dat een begraafplaats op vijftig meter van de bebouwde kom moest liggen. Men legde daarom naast de begraafplaats brede trottoirs en plantsoenen aan. Zelf was de begraafplaats niet zo groen: toen het overvolle perceel werd aangekocht door de gemeente Amsterdam, en in 1962 werd gesloten, was het bedekt met grafstenen.

Weliswaar was het de bedoeling om op een gegeven ogenblik de begraafplaats te ruimen, maar het kwam er niet van. De natuur kreeg vrij spel. En zoals dat gaat, greep het groen de kans met beide handen aan. Te Vraag werd, en is, overwoekerd met bomen en struiken, bloemen en klimop. Begraven werd er niet meer, maar de aula werd het atelier van de kunstenaar Leon van der Heijden (1938-2020). Samen met zijn vrouw maakte hij Te Vraag tot een ‘dodentuin’, een plek waar buurtbewoners graag komen.

Te Vraag is er nog, ook al staat de gemeente Amsterdam zoveel jaar na sluiting van de begraafplaats in haar recht om de begraafplaats voor andere doelen in gebruik te nemen. Er is inmiddels een stichting die ervoor ijvert dat de tot buurttuin geworden dodenakker bewaard zal blijven: https://www.huistevraag.nl/.

Afb. 3 Een droevig stemmende herinnering aan een tijd die nog niet eens zover achter ons ligt, waarin kindersterfte nog vaak voorkwam. Foto: Henk Looijesteijn, 2021.
Getagd met