Van macht naar folklore. Heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd

Heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd

Arjan Nobel, Universiteit van Amsterdam

‘Monnikenwerk’, zo schrijft Van Dale, is ‘werk dat veel geduld, tijd en nauwkeurigheid vergt’. Beter kunnen we het nieuwste boek van Peter de Jong, Van macht naar folklore. Heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd, niet typeren. Want je moet er maar aan durven te beginnen: een vuistdik naslagwerk met een overzicht van alle 250 Zuid-Hollandse heerlijkheden en biografieën van de opeenvolgende heren en vrouwen vanaf ongeveer 1800 tot heden. En dat alles verlucht met ruim 1300 afbeeldingen. Het onderwerp was voor De Jong, jarenlang werkzaam als civiel ingenieur, overbekend. In 2001 schreef hij een studie over de heerlijkheid Spijk. Negen jaar later volgde een boek over de 46 heerlijkheden rond Gorinchem, en nu ligt er dus een boek over de bezitters van heerlijkheden in de provincie Zuid-Holland in de 19de en 20ste eeuw.

Overzicht

In het eerste hoofdstuk gaat De Jong kort in op het ontstaan en de geschiedenis van heerlijkheden en heerlijke rechten. Degene die een heerlijkheid in leen had, mocht in een nauwkeurig omschreven gebied het rechterschap uitoefenen. Daarnaast beschikte de heer of vrouw vaak over enkele heerlijke rechten, bijvoorbeeld het jacht-, tol- veer- of windrecht. Met de komst van de Fransen in 1795 kwam er een einde aan dit leenstelsel. In 1814 volgde een gedeeltelijk herstel en kregen de ambachtsheren en -vrouwen onder andere het recht terug om bepaalde ambtenaren aan te stellen. Die situatie duurde tot 1848, toen de nieuwe grondwet definitief een einde maakte aan deze benoemingsrechten. Wat overbleef waren enkele zakelijke rechten die nog steeds werden aangeduid als een heerlijkheid.

Na het inleidende hoofdstuk komen alle Zuid-Hollandse heerlijkheden en hun bezitters aan bod. De Jong beperkt zich tot een korte omschrijving van het gebied en vermeldt bij iedere heer of vrouw de belangrijkste biografische gegevens en hun bemoeienissen met de betreffende heerlijkheid. Portretten en foto’s completeren het geheel. Al dit materiaal wordt niet ondersteund door noten. Die keus valt te rechtvaardigen; anders was het boek waarschijnlijk dubbel zo dik geworden – terwijl het boek nu al behoorlijk omvangrijk is. Wel biedt de auteur per heerlijkheid een kort overzicht van de gebruikte archivalia en literatuur.

Continuïteit

De ongelofelijke hoeveelheid gegevens in het boek vormt een uitstekend startpunt voor nadere analyse. Het is bijvoorbeeld opvallend dat zich in de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) allerlei grote politieke en institutionele veranderingen voordeden, maar dat tegelijkertijd veel bij het oude bleef. Verschillende rechten bleven gehandhaafd, terwijl ook tradities vaak in ere werden gehouden. Zo was in tal van heerlijkheden de heer of vrouw nog steeds nauw betrokken bij het kerkelijk leven, bijvoorbeeld omdat ze een predikantsberoep moesten goedkeuren. Ook de inhuldiging van een nieuwe ambachtsheer of -vrouw gebeurde vaak nog op de oude voet. Daarbij werden kosten noch moeiten gespaard. Een goed voorbeeld vormt de intocht van Leopold graaf van Limburg Stirum in Noordwijk in 1906, compleet met 72 ruiters, rijtuigen, erepoorten, vlaggen, muziek en toespraken. Het feest werd vijf jaar later nog eens dunnetjes overgedaan, ter gelegenheid van het huwelijk van Leopold met Johanna Ida Randebroek.

Adellijk bezit

Naast de continuïteit is er nog een tweede punt dat in het oog springt: de rol van de adel. Wie de Zuid-Hollandse heerlijkhedenbezitters in de 19de en 20ste eeuw analyseert, vindt onder hen een groot aantal adellijke families. Juist deze groep is in de historiografie nog steeds onderbelicht. Van macht naar folklore laat zien dat verschillende adellijke families in de 19de eeuw investeerden in heerlijkheden en in sommige gevallen ook grote betrokkenheid toonden. Ze droegen bijvoorbeeld financieel bij aan het onderhoud van de kerk, of ondersteunden de armen. Tijdens het eerdergenoemde huwelijk van Leopold graaf van Limburg Stirum en Johanna Ida Randebroek 1911 werd maar liefst 2100 pond rundvlees verdeeld onder de armen, terwijl de kinderen uit het dorp zich tegoed deden aan 700 pond bruidssuikers. Twee jaar later schonk de gravin een inrichting voor behoeftige gezindten in Noordwijk. Toch blijft de vraag in hoeverre deze families daadwerkelijk een machtspositie in hun heerlijkheid bezaten. Of was het vooral folklore? Deze en andere vragen behoeven nadere bestudering.

Van macht naar folklore is een prachtig naslagwerk voor (lokale) historici en genealogen. Het is te hopen dat Peter de Jong zijn monnikenwerk voortzet. Heerlijkheden kwamen ook in andere provincies voor en om het beeld compleet te maken, zouden ook die moeten worden onderzocht. Voorlopig vormt dit boek over de Zuid-Hollandse heerlijkheden na de Franse Tijd echter een prachtige opstap voor verder onderzoek.

Peter de Jong, Van macht naar folklore. Heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd, Woudrichem: Pictures Publishers, 2018, 576 pp., ISBN 978-94-92576-15-6. Prijs: €39,95.