Medezeggenschap. Politieke participatie in Europa vóór 1800

De wortels van de Europese democratie

Joost Snaterse, Radboud Universiteit

Waar ligt de oorsprong van de burgerlijke politieke participatie in Europa? En hoe kijkt een mediëvist aan tegen de hedendaagse ‘crisis van de democratie’? De opkomst van populisten, de Brexit, en de terugkeer van antidemocratische partijen in de Europese Unie (EU) knagen aan het vertrouwen in de Europese democratie en haar instituties. Dit soort actuele én historische vragen komen ruimschoots aan bod in het nieuwste boek van Wim Blockmans, tot 2010 hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Het onderwerp – politieke participatie van burgers in middeleeuws en vroegmodern Europa – is aansprekend en biedt veel stof tot nadenken over de ontwikkelingen van acht eeuwen politieke representatie. Met zijn omvangrijke studie beoogt de auteur geen uitputtend overzichtswerk te presenteren, maar sleutelontwikkelingen te duiden die continuïteiten en verschillen blootleggen in de geschiedenis van Europese politieke participatie. Voor mediëvisten en vroegmodernisten – van Holland, maar ook daarbuiten – biedt het werk genoeg inspiratie voor verder onderzoek, bijvoorbeeld naar de dagelijkse praktijk van politieke participatie. In tegenstelling tot het vorig jaar – eveneens bij Prometheus – verschenen Stadsburgers. Stedelijk burgerschap voor de Franse Revolutie van Maarten Prak, kijkt Blockmans niet naar politieke participatie in steden, maar vooral naar vormen van medezeggenschap op regionaal of nationaal (territoriaal) niveau.

Comparatieve geschiedschrijving

Medezeggenschap is synthetiserend van aard en de auteur baseert zich op een indrukwekkende hoeveelheid specialistische studies. Blockmans navigeert moeiteloos tussen voorbeelden uit alle delen van Europa. Hierbij verliest hij echter nooit zijn centrale doel uit het oog: het bieden van een vergelijkend overzicht van het ontstaan, het voortbestaan, het verdwijnen, of het ontbreken van politieke participatie van de 12de tot de 18de eeuw. Dit is geenszins een rechtlijnige geschiedenis. Door geografische, religieuze, of economische verschillen konden zich nieuwe vormen van politieke participatie ontwikkelen, maar net zo goed op een later moment worden tegengehouden, zo laat de auteur zien. Hoewel de uiteenlopende landen of taalgebieden vaak eigen termen gebruiken, vallen de representatieve instellingen die Blockmans onderzoekt uiteen in drie categorieën, verwijzend naar het hof, het overleg (‘parlement’), of een bepaalde stand. In alle gevallen gold dat participatie verworven moest worden op de gevestigde macht. En alleen in die gemeenschappen waar verschillende groepen tegenstrijdige belangen nastreefden, maar tegelijkertijd elkaar én de vorst in evenwicht hielden, wisten burgers en vrije boeren institutionele macht te verwerven.

Medezeggenschap in Holland

Blockmans biedt de lezer dus een breed panorama aan inzichten over politieke participatie uit heel Europa. Welke positie nam Holland in dit Europese landschap in? De Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden behoren tot de hoofdrolspelers in het boek, waardoor het lastig is om hier ten volle recht te doen aan de manier waarop Holland zich tot het grotere verband verhield. Het is echter tekenend dat Blockmans de 17de- en 18de-eeuwse Republiek – samen met het Verenigd Koninkrijk – in het achtste hoofdstuk tot de ‘kampioenen’ van de politieke medezeggenschap bestempeld. In veel andere delen van Europa werden vergaderingen van politieke vertegenwoordigers, die in de eeuwen daarvoor ontstaan waren, door gecentraliseerde bureaucratieën en achterblijvende urbanisatie op afstand gehouden of zelfs afgeschaft. Het moge duidelijk zijn dat Holland een koppositie innam in de Verenigde Provinciën, waar bijna 60 procent van de stadsbewoners woonden en een meerderheid van de belastingen werd geïnd.

Ondanks het overwicht van Holland – als economisch handelscentrum en demografisch middelpunt – kon het bestaan zonder de andere zes gewesten. In tegenstelling tot de laatmiddeleeuwse Italiaanse stadstaten, was het niet in het belang van Amsterdam als grootmacht binnen Holland, of van Holland binnen de Republiek, om (met kracht) de andere stemgerechtigde gebieden te onderwerpen. Het egalitarisme en het respect voor privileges was, volgens Blockmans, in ieders belang en de basis van de kracht van de Republiek. Hoewel deze onderlinge verbondenheid en geografische nabijheid in eerste instantie positief uitwerkte, bleven de Verenigde Provinciën in de loop van de 18de eeuw achter bij de grotere, gecentraliseerde staten van Europa.

Politieke participatie vandaag?

In de twee laatste hoofdstukken maakt Blockmans een expliciete sprong naar het heden, omdat het thema politieke participatie ‘de kern raakt van de huidige samenlevingen in de hele wereld’. Hoewel een dergelijke uitspraak waarschijnlijk voor meer onderwerpen geldt, onderstreept het eens te meer het belang dat de auteur hecht aan historisch onderzoek voor hedendaagse politieke of beleidsmatige discussies. Ik vraag me echter af of het boek een zo duidelijke koppeling met het heden nodig heeft. Is de huidige ‘crisis van de democratie’ wel zo somber als Blockmans schetst? De eerste acht hoofdstukken bieden op zichzelf een overtuigend overzicht van de voorgeschiedenis van de moderne westerse democratie. Voor lezers die het huidige debat over de democratie volgen, kan de historische studie juist de nodige relativering brengen voor het huidige maatschappelijke debat. Discussies over – en problemen met – politieke participatie hebben altijd bestaan, zo valt te leren van Blockmans.

Wim Blockmans, Medezeggenschap. Politieke participatie in Europa vóór 1800, Amsterdam: Prometheus, 2020, 473 pp, ISBN: 9044635212. Prijs: € 44,99