Zomer in Holland | Kaddisj op de Muiderberg

door Henk Looijesteijn

Wie aan Holland denkt, denkt aan oneindig laagland, maar ook in Holland bevindt zich hoog land – de duinen aan de westkant bijvoorbeeld, en in het uiterste oosten in het Gooi en omgeving. Ooit lag daar vlakbij, oprijzend aan de kust van de Zuiderzee, de Muiderberg, een stuwwal waar al in de 13de eeuw het gelijknamige dorp op lag. Zoals vaak het geval was met hoog land in Holland bestond de berg grotendeels uit zand en is het al lang geleden grotendeels afgegraven.

Zandgrond heeft nog andere voordelen – je kunt er goed in begraven – en toen de Ashkenazische of Hoogduits-joodse gemeenschap van Amsterdam rond 1640 op zoek was naar geschikte grond voor een begraafplaats, viel hun oog al snel op het dorp Muiderberg. Ver buiten de bebouwde kom, zoals de joodse wet het voorschreef, en je kon er door de aanleg van de Muidertrekvaart gemakkelijk komen per boot, toentertijd de makkelijkste en waardigste vervoerswijze. In 1642, het jaar dat Rembrandt de Nachtwacht schilderde, kocht de Ashkenazische gemeenschap het eerste stuk van de Muiderberg. In de loop der tijden kocht men er land bij, want joodse graven worden in beginsel nooit geruimd. Tegenwoordig is de begraafplaats nog altijd in gebruik en hebben er inmiddels ruim 43.000 Hoogduitse joden hun laatste rustplaats gevonden.

Een ‘jodenkerkhof’, zoals een joodse begraafplaats vroeger wel werd genoemd, bezoeken is een licht bevreemdende ervaring. Onder een beweeglijk Hollands zwerk, overwoekerd door bos, hoog groeiende grassen of in het weiland staan onafzienbare rijen zerken, voorzien van veelal Hebreeuwse teksten, exotisch klinkende namen en op andere begraafplaatsen ongebruikelijke symboliek. Sterfjaren worden op oudere stenen vaak alleen in de joodse jaartelling aangegeven. Het patina van de millennia teruggrijpende joodse geschiedenis ligt hier over het groene en vochtige Hollandse land. Over de zerken heen kan men bij goed weer het Muiderslot – archetypisch Hollands kasteel – ontwaren. De Hoogduits-joodse begraafplaats ligt zo dichtbij, in een herkenbaar Hollands landschap, en tegelijkertijd is het er een wereld apart, met andere gewoonten en regels.

Mannen dienen hun hoofd te bedekken voor men de begraafplaats betreedt, en de kohaniem, de mannen van de joodse priesterstand mogen het helemaal niet betreden omdat ze anders onrein worden. Vandaar dat er speciale paden voor hen zijn aangelegd en dat de graven van de kohaniem altijd aan de rand van een grafveld liggen, zodat men toch dichtbij de dierbare overledenen kan komen om kaddisj, het joodse gebed voor de doden, te zeggen. Verder mag iedereen er komen, behalve op zaterdag, als het sabbath is, en op joodse feestdagen. Dan is de begraafplaats gesloten.

Niet dat het hier vaak storm loopt. Op de zondag dat we de begraafplaats bezoeken, loopt er slechts één joods stel dat een ronde doet langs de familiegraven. Verder is het er stil, op het ritselende wuivende gras en vogeltjes in het geboomte na. Wij komen er voor bekenden uit de Amsterdams-joodse geschiedenis: diamantairs, rabbijnen, natuurminnaars, filantropen en Tweede Kamerleden. Sommige zerken zijn ware beeldhouwkunstwerkjes, anderen bestaan uit verkruimelend beton.

De zerk van de ‘rebbe der diamantwerkers’, Henri Polak (1868-1943), stichter en alomtegenwoordige leider van de Algemeene Nederlandsche Diamantwerkers Bond, is passend strak en stevig. Totdat de Duitse bezetters hem tot aftreden dwongen, regeerde de vereerde vakbondsleider over deze zo belangrijke voorloper van het FNV. Hij polderde duchtig mee in de vooroorlogse politiek. De zerk van dichteres Hanny Michaelis (1922-2007) is nog eenvoudiger. Haar dichterschap noch dat ze elf jaar getrouwd was met Gerard Reve staan vermeld. De gelijk vormgegeven indrukwekkende zerken van de filantroop Isaac Gans (1890-1934) en zijn zoon, de historicus Max Gans (1917-1987), verhalen juist nadrukkelijk van hun maatschappelijk optreden.

Gans Junior besteedde twintig jaar aan het samenstellen van het vijf kilo wegende Memorboek, waarin het Nederlands-joodse leven vóór de Tweede Wereldoorlog werd vastgelegd voor het nageslacht. ‘Iedere jood die een aloude opdracht aan het joodse volk, ‘gij zult het vertellen aan uw kinderen’, ter harte gaat is historicus’, staat er op zijn graf. De Shoah is hier zonder meer nooit ver weg. De ouders van Hanny Michaelis zijn vermoord in Sobibor, net als een broer van Henri Polak; ook zij worden hier herdacht. Ook op andere grafzerken staan vaak de namen van vermoorde familieleden vermeld. Een wrange herinnering aan het feit dat de joodse minderheid ook na meer dan drie eeuwen aanwezigheid in Nederland nog slachtoffer werd van vreemdelingenhaat – van vreemde én van eigen bodem.

Muiderberg is zo een plaats van herinnering, enerzijds van de Shoah, maar anderzijds ook een herinnering dat joden ook Hollanders zijn, al eeuwen geworteld in een land waar hun voorouders in de 17de eeuw naar toe trokken omdat ze er hun godsdienst vrijelijk mochten belijden. Dat dat nooit meer moge veranderen.