Zomer in Holland | Hulde en handel in Heemskerk

door Henk Looijesteijn

In het volle westen van Holland, waar steeds opnieuw en steeds meer wordt gebouwd, is het vaak makkelijk de sporen van de middeleeuwse geschiedenis over het hoofd te zien, aangezien ze vrijwel verloren gaan tussen recentere bebouwing – en als er al niet domweg over heen is gebouwd. Natuurlijk zijn er heel goed bekende middeleeuwse sporen, zoals de ruïnes van Brederode en Teylingen en het Muiderslot. Maar er zijn ook plekken die een vrijwel geruisloos bestaan in de collectieve herinnering leiden, slecht bekend, laat staan bezocht.

Zo’n plek is het nu vrijwel vergeten Huldtoneel, gelegen aan de drukke Rijksstraatweg even ten noorden van Heemskerk. Als je er niet op verdacht bent, rij je er zo voorbij, want vanaf de weg is weinig meer te zien dan een heg met daarin een ruime opening naar een achterliggend grasveld, omzoomd met schaduwrijk geboomte. Pas als je door de opening loopt, ontdek je een sobere grijze steen met wat uitleg, met op de achtergrond een ovaal heuveltje – niet meer dan twee meter hoog – met daarop een driehoekige gedenksteen. Ernaast staan twee stenen bankjes, zodat de vermoeide wandelaar of fietser zich daar kan neerzetten.

Veel is het niet, en het oogt ook allemaal niet zo indrukwekkend. Maar je zit dan wel op een plek die in de middeleeuwen bekend was in heel Holland: de Schepelenberg, of het Huldtoneel. Op deze centraal gelegen plek huldigden de lage adel en de dorpsbesturen van Kennemerland elke nieuwe graaf van Holland als hun heer. Ze kwamen er ook samen om te vergaderen, en grafelijke verzoeken om bede en heervaart – dus belasting en krijgsdienst – aan te horen en uit te onderhandelen. Bij die gelegenheden stond de graaf, of zijn vervanger de baljuw van Kennemerland, ongetwijfeld zelf boven op de heuvel.

De Schepelenberg is vermoedelijk een zeer oude grafheuvel gelegen aan de zogenoemde ‘Herenweg’ die sinds mensenheugenis het zuiden en het noorden van Holland verbindt. Die weg was van groot strategisch en economisch belang en werd daarom door de grafelijkheid onderhouden. Langs deze weg draafden de graven met hun edelen op weg naar oorlog met de Westfriezen in het noorden of heen en weer tussen hun grafelijke hoven. Middeleeuwse vorsten zaten vrijwel altijd in het zadel, want hun gezag moesten ze persoonlijk afdwingen. De Schepelenberg was dus een handige plek om met hun Kennemer onderdanen te vergaderen.

De meeste mensen verbinden de Hollandse graven met de feodale glans van Ridderzaal en Muiderslot, maar de Schepelenberg herinnert aan de werkelijkheid achter al die grafelijke heerlijkheid: dat de graaf weinig gedaan kreeg zonder de steun van zijn onderzaten, die zo dus hun stempel drukten op de landsheerlijke politiek. Weliswaar werd de graaf er ingehuldigd met heilige mis, feestmaal en een geschenk in de vorm van wijn en een vette os, en zwoeren de Kennemers trouw aan hun nieuwe heer, maar daar stond wel iets tegenover. De graaf werd geacht ter plekke te zweren dat hij de Kennemer handvesten en voorrechten zou eerbiedigen. Gewoonlijk vond de plechtigheid pas plaats nadat er stevig onderhandeld was over hun wensen en grieven, grafelijke beden en heervaarten.

Het Huldtoneel is dus ook een monument dat eraan herinnert dat de grafelijke macht nooit vanzelf sprak en dat de onderdanen ook zo hun wensen hadden waar de landsheer rekening had te houden. Natuurlijk maakte dat het middeleeuwse Holland geen democratie, maar de Kennemer vergaderplaats droeg wel bij aan de opvatting dat de vorst rekening had te houden met het volk – zoals de laatste graaf van Holland, de Spaanse koning Filips II, tot zijn schade en schande zou ondervinden.

Tegen die tijd was het Huldtoneel wel in onbruik geraakt: na de 15de eeuw kwam men daar niet meer bijeen. Dat het niet geheel verdween was te danken aan de 19de-eeuwse grondeigenaar, Daniel Theodore Gevers (1793-1877). Hij liet in 1848 bomen om het heuveltje planten om te voorkomen dat zijn pachters het verder afgroeven. Later liet hij er een opgraving doen, de heuvel ophogen en een gedenksteen plaatsen. Op 5 november 1863 waren voor het eerst sinds de middeleeuwen Kennemer adel en boeren, op Gevers’ uitnodiging, ter plaatse aanwezig bij de feestelijke onthulling van het monumentje. Vlaggen wapperden, nationale liederen werden gezongen en na de plechtigheid danste de plaatselijke jeugd rond het gedenkteken.

Burgemeester Jacob Rendorp van Marquette (1795-1879) sprak de wens uit dat het monumentje ook tot voordeel zou strekken doordat het bezoekers naar Heemskerk zou trekken. Of die hoop is uitgekomen, is de vraag. Je moet er wel echt een geschiedenisliefhebber voor zijn om er de fietstocht of wandeltocht voor over te hebben – al is het een prettige plek om even uit te rusten van alle beweging. En het nu tot hotel geworden kasteel Marquette is dichtbij, mocht je een verfrissing wensen.

Bron: ‘Huldiging van Brinio op de Schepelenberg’, collectie rijksmuseum