Artikel schrijven?

Wilt u een artikel schrijven voor Holland? Neem dan contact op met de redactie via het contactformulier. De auteursrichtlijnen vindt u op deze pagina.

Een artikel in Holland is gebaseerd op eigen onderzoek en legt verbanden met de voor het onderwerp relevante literatuur. Het artikel dient lezenswaardig te zijn voor een breed publiek. Niet in aanmerking voor publicatie komen zeer specialistische bijdragen die moeilijk toegankelijk zijn voor niet-vakgenoten en bijdragen die het strikt lokale belang niet overstijgen. De auteursrichtlijnen vindt u hieronder.

De richtlijnen voor recensies vindt u hier.

Auteursrichtlijnen

A. AANWIJZINGEN VOOR AUTEURS

1. De redactie ontvangt de kopij bij voorkeur digitaal, in een Word-bestand. De stukken worden, voorzien van adres en telefoonnummer van de auteur, per e-mail gestuurd naar de contactpersoon of redactiesecretaris Sanne Muurling, e-mail: info@tijdschriftholland.nl. Wanneer men niet in staat is de kopij per e-mail te sturen, dan moet de kopij op cd worden gestuurd naar: Sanne Muurling, Instituut voor Geschiedenis, postbus 9515, 2300 RA Leiden. Zie ook onder B, punt 1.

2. Tegelijk met de kopij dienen voorstellen te worden gestuurd voor het illustratiemateriaal met de bijbehorende onderschriften. In de eindfase dient de auteur zelf te zorgen voor foto’s die geschikt zijn om afgedrukt te worden. De foto’s dienen vrij van rechten te worden aangeleverd. Indien dit problemen oplevert dient de auteur hierover ruim van tevoren contact op te nemen met de redactie. Zie ook onder B, punt 9.

3. Indienen van kopij houdt in dat de auteur toestemming verleent tot publicatie in Holland. Ook gaat de auteur akkoord met de publicatie van het artikel op het internet. De opvattingen in de tekst zijn uitsluitend voor verantwoording van de auteur. Door het indienen van de kopij geeft de auteur tevens te kennen dat niet reeds eerder een stuk met globaal dezelfde inhoud is gepubliceerd of elders aangeboden voor publicatie. De auteur ontvangt geen honorarium voor een opgenomen bijdrage.

4. De auteur dient naast de kopij ook geboortejaar en privé- of werkadres en enige gegevens over functie, werkkring e.d. te geven die relevant zijn voor de bijdrage. Deze gegevens worden bij plaatsing opgenomen in een lijst van medewerkenden.

5. De redactie stelt de gepubliceerde bijdrage niet aan anderen voor overname ter beschikking dan na overleg met de auteur.

6. De maximale omvang van een artikel bedraagt 3.000 woorden, inclusief voetnoten en bijschriften bij illustraties.

7. Alvorens te besluiten over publicatie, vindt beoordeling van het artikel plaats door de redactie. De auteur ontvangt uiterlijk na drie maanden bericht of het in principe in aanmerking komt voor plaatsing dan wel dat het door de redactie is afgewezen. Bij een positieve beslissing wordt meegedeeld wie de contactpersoon is met wie de auteur verder overleg kan plegen. Deze kan de auteur verzoeken veranderingen aan te brengen in de tekst en illustraties.

9. De auteur ontvangt een drukproef ter correctie. Hierin mogen alleen correcties worden aangebracht van zetfouten (zie ook onder B, punt 2). De drukproef dient binnen een week te worden gecorrigeerd en geretourneerd aan de eindredacteur Anita Drost.

10. De auteur van een artikel ontvangt gratis vijf exemplaren van het nummer waarin zijn bijdrage is gepubliceerd. Als hij meer dan de aangegeven aantallen wenst, geeft hij dat op aan de ledenadministratie, e-mail: bestel@verloren.nl, en draagt hij hiervan de kosten.

B. RICHTLIJNEN VOOR DE KOPIJ

1. De eerste kopij kan worden aangeleverd per e-mail of per post. Per post moet de kopij worden ingeleverd in tweevoud, enkelzijdig geprint op A-4 formaat, met een kantlijn van 4 à 5 cm. aan de linker- en 2 à 3 cm. aan de rechterzijde, een ruime marge boven en onder en met anderhalve regelafstand. Begin van alinea’s moet worden aangegeven door inspringen van de tekst of een witregel.

2. De eindkopij moet worden ingeleverd per e-mail. Wanneer men niet in staat is de kopij per e-mail te leveren of als een ander tekstverwerkingsprogramma is gebruikt, neemt men contact op met de eindredacteur. De eindkopij moet zodanig zijn afgewerkt dat wijzigingen in de drukproeven niet meer nodig zijn. De redactie behoudt zich het recht voor wijzigingen in de drukproeven te weigeren, behalve waar het zetfouten betreft.

3. Ondertekening. Van de auteur worden aan het begin van het artikel voornaam of voorletters en achternaam vermeld zonder eventuele academische titels.

4. De titel moet zo kort mogelijk worden gehouden. Ondertitels dienen zo beknopt mogelijk te zijn.

5. Het artikel moet voorzien zijn van een zogenaamde lead waarin de auteur zijn betoog op kernachtige wijze in enkele zinnen samenvat. Deze lead wordt geplaatst na de titel en telt maximaal 150 woorden.

6. Het betoog dient logisch ingedeeld te zijn in alinea’s en paragrafen met korte tussentitels.

7. De spelling van de tekst moet in overeenstemming zijn met de voorkeursspelling van het Groene Boekje (Woordenlijst Nederlandse taal) uit 1996 (nieuwe officiële spelling).

8. Noten. Noten dienen voor verwijzing naar bronnen en literatuur en bevatten slechts bij uitzondering informatie die de tekst onnodig lang of zwaar zou maken. Ze worden geplaatst na het leesteken dat de hoofd- of bijzin afsluit waarop ze betrekking hebben.

9. Bijlagen. Bijlagen worden alleen opgenomen, als ze strikt noodzakelijk zijn voor het begrip van de tekst.

10. Illustraties en grafieken. De afwerking van de illustraties dient van professionele kwaliteit dient te zijn, dus onder meer zo contrastrijk mogelijk. Grafieken, staafdiagrammen e.d. moeten contrastrijk zwart-wit zijn en voorzien van voor leken begrijpelijke toelichting. Bij een artikel kunnen in de regel 4 à 5 illustraties worden geplaatst. Voorkeuren kunnen worden aangegeven, maar de eindredacteur bepaalt de uiteindelijke keuze. Afbeeldingen kunnen worden aangeleverd als digitaal bestand, bij voorkeur in kleur. Digitale bestanden moeten worden aangeleverd op een resolutie van minimaal 300 dpi (minimaal 1600 pixels breed). Aanleveren per e-mail, Dropbox of WeTransfer.

11. Bijschriften bij afbeeldingen. Deze moeten in volgorde van nummers in een apart document worden vermeld. Bij de onderschriften dienen, voor zover deze kunsthistorisch van belang zijn, de volgende gegevens, in deze volgorde te worden vermeld:

  1. omschrijving van de voorstelling;
  2. auteur (tekenaar, fotograaf etc.);
  3. datering;
  4. materiaal, c.q. techniek;
  5. verblijfplaats: eerst de instelling, daarna de plaats van vestiging;

12. Afkortingen in de tekst dienen te worden vermeden. Indien deze toch gebruikt worden, dan conform het Groene Boekje. Voor afkortingen in de noten, zie punt 14 en 15.

13. Getallen en eeuw-aanduidingen. Getallen onder de 20 worden in letters geschreven. Uitzondering hierop vormen de eeuw-aanduidingen. Deze worden in cijfers, gevolgd door ‘de’ of ‘ste’ aangeduid (15de eeuw; 15de-eeuwse).

14. Citaten. Deze dienen te worden geplaatst tussen enkele aanhalingstekens (begin: ‘einde:’). Lange citaten worden in inspringende blokjes tussen de rest van de tekst geplaatst. De aanhalingstekens blijven dan achterwege. Citaten worden niet gecursiveerd.

15. Uitdrukkingen, woorden in vreemde talen en titels. Specifieke uitdrukkingen worden tussen enkele aanhalingstekens (als onder 13) geplaatst. Woorden in vreemde talen worden gecursiveerd (indien geen cursief in de eigen apparatuur beschikbaar, aangeven door te onderstrepen). Titels van boeken, tijdschriften, rapporten e.d. worden eveneens gecursiveerd.

16. Citeren van gedrukte literatuur en archiefstukken. Hieronder volgen de belangrijkste huisregels gehanteerd door Historisch Tijdschrijft Holland. Bij moeilijke gevallen dient men te rade te gaan bij: P. de Buck e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Haarlem 1982).

I Boektitels

  1. Auteur. Vermeld worden de voorletters (zonder spatie) en de achternaam, gevolgd door een komma; titulatuur niet vermelden. Zijn er twee auteurs, dan wordt ‘en’ tussen hun namen gevoegd; bij drie of meer auteurs wordt alleen de eerste auteur vermeld en daarachter ‘e.a.’ gevolgd door een komma. Indien het titelblad geen auteur maar een redacteur vermeldt, wordt zijn achternaam gevolgd door ‘(red.)’ en daarna een komma. Bij meer redacteuren: zoals bij meer auteurs, nu gevolgd door ‘(reds.)’.
  2. Geen auteur. Wanneer naar een publicatie wordt verwezen die geen auteur vermeldt maar een instantie zoals een commissie, departement e.d., wordt achter de titel van de publicatie de instantie vermeld die voor de inhoud verantwoordelijk is.
  3. Titel. De boektitel wordt gecursiveerd en in de oorspronkelijke spelling getypt. Hoofdletters in de oorspronkelijke titel worden echter als kleine letters getypt, behalve daar waar zij taalkundig ook horen (zoals bij eigennamen). Als de titel meer dan eens wordt geciteerd, wordt hij na de eerste maal verkort weergegeven (namelijk tot één, twee of drie trefwoorden teruggebracht).
  4. Deel. Bij een werk uit een serie wordt de titel gevolgd door het nummer van het deel, in Romeinse cijfers en niet cursief. Is het zinvol om de titel van dit deel voluit te vermelden, dan wordt het Romeinse cijfer gevolgd door een komma met vervolgens de deeltitel, die wél wordt gecursiveerd.
  5. Plaats en jaar van uitgave. Na de titel van het werk of het deel komen plaats en jaar van uitgave, geplaatst tussen haakjes. Als de plaats van uitgave onbekend is, wordt ‘z.p.’ vermeld; als het jaar van uitgave onbekend is, wordt ‘z.j.’ vermeld. Is er een tweede of volgende druk gebruikt, dan wordt dit aangegeven door een aanduiding van de gebruikte druk tussen de haakjes, voor de plaats van uitgave, afgesloten door een puntkomma.
  6. Pagina. De pagina-aanduiding volgt direct na de aanduiding van plaats en jaar van uitgave, zonder voorafgaande komma of ‘p.’ of ‘blz.’. Loopt de literatuurverwijzing over meer dan één pagina, dan dienen de desbetreffende pagina’s in cijfers te worden aangegeven en niet door ‘e.v.’.
  7. Vermelding voor de tweede enz. maal. De achternaam van auteurs of redacteurs wordt bij de tweede enz. vermelding zonder initialen weergegeven; bij twee auteurs of redacteurs beide achternamen; bij meer dan twee auteurs of redacteurs alleen de eerste achternaam, gevolgd door ‘e.a.’. De tweede enz. vermelding van een boektitel dient te zijn teruggebracht tot enkele gecursiveerde trefwoorden. Na de ingekorte boektitel volgt desgewenst een komma en een pagina-aanduiding.
  8. Vermelding van dezelfde titel in opeenvolgende noten: Wanneer dezelfde boektitel in twee of meer opeenvolgende noten wordt vermeld, dient vanaf de tweede maal te worden volstaan met ‘Ibidem’, gevolgd door een komma en desgewenst een paginanummer (wanneer ook naar dezelfde pagina wordt verwezen, volstaat ‘Ibidem.’).  i. Bij meer dan één titel in de noot: Wanneer een noot meer dan één titel bevat, dienen de titels van elkaar te worden gescheiden door een ;

II Artikelen in tijdschriften en bundels

  1. Auteur. Zie boven.
  2. Titel. De titel van een artikel wordt niet gecursiveerd maar tussen enkelvoudige aanhalingstekens gezet, dus: ‘…………………’.
  3. Aanduiding van een artikel in een tijdschrift. Na het aanhalingsteken dat de titel van het artikel  afsluit, volgt een komma en de gecursiveerde naam van het tijdschrift (met zo weinig mogelijk hoofdletters). Op deze naam volgt dadelijk het nummer van het deel in Arabische cijfers, gevolgd door een spatie en dan het jaar van uitgave dat tussen haakjes wordt gezet. Achter deze vermelding van het jaar van uitgave volgt (zonder komma) een opgave van de paginering van het volledige artikel.
  4. Aanduiding van een herhaaldelijk genoemd tijdschrift. Bij herhaaldelijke verwijzingen naar artikelen in hetzelfde tijdschrift kan vanaf de tweede vermelding van dit tijdschrift volstaan worden met een gecursiveerde afkorting van de naam daarvan; achter de eerste vermelding dient dit dan te worden verantwoord met: ‘(hierna …)’.
  5. Aanduiding van een artikel in een bundel. Hier gelden dezelfde regels als bij tijdschriftartikelen, zij het dat op de titel van een artikel in een bundel geen komma volgt, maar ‘in:’ gevolgd door de redacteursnaam en de gecursiveerde titel van de bundel (zie hierboven). Achter de vermelding van de plaats en het jaar van uitgave van de bundel (tussen haakjes) volgt een opgave van de paginering van het volledige artikel.
  6. Pagina. De exacte pagina-aanduiding bij artikelen in tijdschriften of bundels volgt bij de eerste vermelding van een artikel altijd ná de opgave van de paginering van het volledige artikel, die dan wordt gevolgd door een komma, ‘aldaar’ en vervolgens de desbetreffende pagina. Vanaf de tweede vermelding: zie hieronder (g.).
  7. Vermelding voor de tweede enz. maal van een artikel. Vanaf de tweede vermelding van een artikel wordt volstaan met een verkorte weergave van de titel van het artikel tussen aanhalingstekens (dus zonder het tijdschrift of de bundel). Na deze afgekorte titel volgt desgewenst een komma en een pagina-aanduiding.

III Archiefstukken

  1. Vermelding van archiefbewaarplaats: Algemeen Rijksarchief te Den Haag, Gemeentearchief Leiden, Streekarchief Hollands Midden, enz. Wanneer deze meerdere malen wordt vermeld, dan wordt bij de eerste vermelding een afkorting aangegeven: ARA, GAL, StrAHM enz.
  2. Vermelding van archieffonds. Bij herhaling van archieffondsen worden afkortingen gebruikt, zoals: Archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken =BuZa (de aanduiding ‘Archief’ kan in dat geval wegblijven).
  3. Vermelding van het inventarisnummer, afgekort: inv. nr. Indien het archiefstuk een deel is, dan ook het pagina- of folionummer aangeven (p., resp. f.). Bij folionummering wordt de versozijde aangegeven met v.
  4. Omschrijving van het archiefstuk (de archiefstukken), dat wil zeggen het aangeven van soort (memorandum, brief, rapport etc.) en, indien bekend, auteur van het stuk en de eventuele geadresseerde alsmede diens functies. Daarna de datum van het stuk. Bij archiefstukken uit middeleeuwse en vroeg-moderne archieven kan dit onderdeel vervallen indien het gelijkluidend zou zijn met de omschrijving in de inventaris. Bij 19de- en 20ste-eeuwse stukken uit overheidsarchieven moet niet alleen de datum, maar ook het exhibitumnummer worden aangegeven, indien dat nodig is om het betreffende stuk terug te vinden.
  5. Bij gelijkluidende titels en andere aanhalingen in twee opeenvolgende noten wordt het woord ‘Ibidem’ gebruikt.
  6. De onderdelen van de archiefverwijzing worden van elkaar gescheiden door komma’s, maar na de aanduiding van inventarisnummer en eventueel pagina of folio volgt een : .