Juryrapport BA Scriptieprijs 2014

De winnaar van de bachelorscriptieprijs 2014 is Kimberley van Gelderen (Universiteit van Amsterdam) met haar scriptie Tussen Eendracht en Vrijheid. Een onderzoek naar de positie van de stadhouder in de Republiek omstreeks 1650 aan de hand van de pamfletreeks van ’t Hollants Praatjen.

Lees het artikel van Kimberley van Gelderen over ’t Hollants Praatjen in Holland 49:2 (2017)

Kimberley van Gelderen begint haar scriptie met het beleg van Amsterdam op 30 juli 1650. Deze mislukte aanval van stadhouder Willem II van Oranje veroorzaakte een stroom van pamfletten waarbij vooral de positie van de stadhouder binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden werd besproken, zo ook in de pamflettenreeks ’t Hollants Praatjen. In haar scriptie onderzoekt Kimberley deze pamflettenreeks om een antwoord te krijgen op de vraag hoe de staatsgezinde schrijver(s) aankeken tegen het stadshouderschap en de rol die hij binnen de unie diende te vervullen. Zij doet dit door – zoals ze in haar inleiding stelt – ‘De staatsgezinde discussie omtrent de positie van de stadhouder  […] aan de hand van de ambivalente begrippen ‘eendracht’ en ‘politieke vrijheid’’ te analyseren.

In haar scriptie geeft Kimberley blijk van een zeer gedegen kennis van de literatuur omtrent de politieke geschiedenis en het staatsstelsel van de Republiek. Haar omvangrijke literatuurlijst bevat veel actuele titels en uit haar onderzoek blijkt dat ze zich zeer bewust is van lopende discussies betreffende politieke cultuur en ideeën over het staatsstelsel, de rol van pamfletten en publieke opinie en zo meer. Daarbij toont zij het vermogen om begrippen, die in het hedendaagse taalgebruik een geheel andere betekenis hebben, te analyseren vanuit hun contemporaine betekenis.

Kimberley is in haar onderzoek systematisch te werk gegaan. Zij heeft het begrip ‘eendracht’ onderzocht door te kijken naar de voorden ‘vaderland’, ‘patriot’ en ‘natie’. In een eerste stap onderzocht zij steeds de eigentijdse betekenis van de begrippen aan de hand van secundaire literatuur om vervolgens in de pamflettenreeks zelf deze begrippen nader te onderzoeken. In haar bijlage toont ze dat ze de begrippen daarbij ook kwantitatief heeft onderzocht om zo haar argumenten kracht bij te zetten.

In haar conclusie stelt Kimberley dat de door haar onderzochte begrippen in ’t Hollants Praatjen multi-interpretabel waren en dat het juist deze karaktereigenschap is die reflecteert wat de opvattingen waren van de auteurs ten opzichte van de unie en de stadhouder. Het begrip ‘vrijheid’ behelsde vooral de gewestelijke en stedelijke vrijheid ten opzichte van de soevereiniteit van de stadhouder. Het begrip ‘eendracht’ verwees dan ook niet noodzakelijkerwijs naar de Unie als geheel, maar kende wisselende betekenissen en constellaties. Met betrekking tot het stadhouderschap en haar hoofdvraag stelt de auteur:  ‘de verwevenheid tussen ‘eendracht’ en ‘vrijheid’ representeert de precaire positie van de stadhouder binnen de zeventiende-eeuwse Republiek. Het ambt balanceerde tussen de eendracht en de vrijheid’.

Haar vlotte – en desondanks academische – schrijfstijl zorgen ervoor dat de scriptie ook voor niet-experts zeer leesbaar is. De jury vond het jammer dat de lezer niet wordt ingewijd in de criteria die de auteur heeft gehanteerd bij de keuze voor ‘t Hollants Praatjen. Wat de conclusies van deze analyse voor andere pamfletten – en daarmee voor het politieke discours van 1650 – betekenen blijft daardoor gissen, maar bieden mogelijk stof voor vervolgonderzoek.

Hoewel de scriptie over de Republiek als geheel gaat en er ook in ’t Hollants Praatjen – ondanks hetgeen de naam doet vermoeden – verschillende gewesten aan het woord komen, blijkt uit de scriptie van Kimberly wederom hoe dominant de wil van Holland was in de koers van de Republiek.