Juryrapport BA Scriptieprijs 2012

De scriptieprijs van Holland. Historisch Tijdschrift voor de beste bachelorscriptie van 2012 is toegekend aan Frank de Hoog (Universiteit Leiden) voor zijn scriptie Marionetten van de elite of spelers met een politieke agenda? Burgers van Oudewater in actie tijdens de Bestandstwisten (1615-1618).

Lees het artikel van Frank de Hoog over de Bestandstwisten in Oudewater in Holland 46:2 (2014)

Jaarlijks schrijven tientallen studenten aan universiteiten of hogescholen een scriptie over een historisch onderwerp. Op basis van grondig literatuur- of archiefonderzoek brengen zij het historisch veld in kaart en toetsen zij prikkelende hypotheses. Veel van dit materiaal verdwijnt uiteindelijk in de spreekwoordelijke lade. Met deze scriptieprijs biedt Holland een podium voor originele, inspirerende en gedegen scripties over de geschiedenis van Noord- of Zuid-Holland. De jury, bestaande uit redactieleden van het tijdschrift, heeft de scriptieprijs voor de beste bachelorscriptie van 2012 toegekend aan Frank de Hoog, voor zijn scriptie over de acties van de burgers van Oudewater tijdens de Bestandstwisten (1615-1618).

Frank de Hoog presenteert in zijn bachelorscriptie, die is geschreven aan de Universiteit van Leiden, een heldere analyse van de gebeurtenissen in Oudewater tijdens de Bestandstwisten. Gedurende deze periode verspreidde de religieuze discussie tussen Arminius en Gomarus zich buiten de universiteitsmuren, met een godsdienstig en politiek verdeelde samenleving tot gevolg. Lange tijd heeft er in de historiografie het beeld bestaan dat het volk niets begreep van deze politieke godsdiensttwisten, welke voorbehouden bleven aan de regenten die de bevolking als een speelbal in de door hun gewenste richting probeerden te sturen. In navolging van Arie van Deursen die in Bavianen en slijkgeuzen (1998) stelde dat het volk vanuit religieuze overwegingen wel degelijk betrokken was bij deze politieke godsdiensttwisten, betwist De Hoog deze notie van onbetrokkenheid en stelt zich in zijn scriptie als doel om te onderzoeken in welke mate lagere sociale groepen in de samenleving politiek bewuste spelers konden zijn. Zo beschrijft hij hoe de lijndraaiers in 1617 de Oudewaterse raadszaal bestormden toen zij kennis namen van het plan van de stedelijke overheid om de contraremonstrant en kerkenraadslid Lydius af te zetten, wat uiteindelijk ook niet gebeurde. Deze opstand markeert volgens De Hoog een soort omslagpunt in de mentaliteit van het magistraat, wat bijvoorbeeld leidde tot het tegen de gewoonte in betrekken van de burgers bij de burgemeestersverkiezing. Hij maakt het bovendien aannemelijk dat de opstandelingen burgers waren met een eigen politieke agenda: toen het magistraat de privileges en vrijheden van de stad schond, voelden de burgers zich in het recht staan om zich uit algemeen belang tegen deze tirannie te verzetten.

De studie van De Hoog is verfrissend en uitdagend. Het onderzoek is gebaseerd op origineel bronnenonderzoek naar pamfletten en een kerkelijk en stedelijk archief. De Hoogs vragen worden gepresenteerd in een relevant historiografisch kader waarin de nadruk vooral ligt op religieus bewustzijn en strategieën van elites, waar hij de doelbewuste acties van de burgers van Oudewater tegenover zet. De resultaten worden gepresenteerd in een prettige schrijfstijl. De enige tekortkoming in de scriptie is het onvoldoende opgehelderde onderscheid tussen ‘volk’, ‘grauw’ en ‘burgers’. Al met al is de jury er van overtuigd dat de bachelorscriptie van De Hoog een waardevolle bijdrage is voor het debat binnen de geschiedschrijving van Holland over het politieke bewustzijn van burgers, die het lezen meer dan waard is.