Recensie Wim Weve, Huizen in Delft in de 16de en 17de eeuw

Wim Weve, Huizen in Delft in de 16de en 17de eeuw WBooks, Zwolle, 2013, 264 p., ISBN 9789066303386, prijs € 24,95

door Ingrid van der Vlis, Historisch Onderzoeksbureau Tijdelijk

Het is de angst van iedere erfgoedinstelling: wat te doen als onze grootste expert onder de tram loopt? Afdeling monumentenzorg van de gemeente Delft voorzag zo’n verlies toen bouwhistoricus Wim Weve na 25 jaar met pensioen ging. Gelukkig minder dramatisch dan de tram, maar wel met eenzelfde resultaat: de door hem vergaarde kennis zou kunnen wegvloeien. Om dit scenario te voorkomen, kreeg Weve de laatste jaren voor zijn pensionering tijd en ruimte om zijn verhaal op te schrijven. Dat resulteerde in een rijk gedocumenteerd en rijk geïllustreerd boek over de voornamelijk zestiende- en zeventiende-eeuwse woningen van Delft.

Delft bezit uitzonderlijk veel zestiende-eeuwse gevels in de binnenstad. Dat is vreemd genoeg het gevolg van de grote stadsbrand die in 1536 driekwart van de woningvoorraad in de as legde. Naar verluidt moesten ruim 2300 huizen herbouwd worden. Delen van de constructie en sommige gevels bleven bestaan, maar het merendeel werd nieuw opgetrokken, in een tijdvak waarin de bouwstijl van overwegend gotisch naar renaissancistisch veranderde. Degelijke stenen woningen die in de daaropvolgende ‘gouden’ eeuw, toen veel andere steden een bouwhausse kenden, niet vernieuwd hoefden te worden. Ook nadien kende Delft relatief weinig nieuwbouw. De uitdijende steden Den Haag en Rotterdam kaapten potentiële – rijke – bewoners weg. Dat had als voordeel dat Delft goed geconserveerd bleef. De stad hoefde zich nauwelijks aan te passen aan groeiende verkeersstromen of andere grootstedelijke ontwikkelingen. De ruimte in de binnenstad was geruime tijd voldoende om de bevolkingsgroei op te vangen. Enkele grachten werden gedempt, maar niet in dezelfde mate als in andere steden. Tot slot bleef het centrum van Delft gespaard bij de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Een rijk gedocumenteerd en rijk geïllustreerd boek over de voornamelijk zestiende- en zeventiende-eeuwse woningen van Delft

Hoewel het stadsbeeld voornamelijk zestiende- en zeventiende-eeuws is, kent Delft ook oudere bebouwing. De auteur neemt de lezer mee op een speurtocht naar die oudste sporen in de stad. Soms wordt de ouderdom van een pand immers alleen zichtbaar bij afbraak en behoedzame ontmanteling van een pand. Een dichtgemetselde deur, de constructie van het dak of een middeleeuws gewelf onder een woonhuis. Nog wel zichtbaar is het van voor de stadsbrand daterende woonhuis van de indertijd puissant rijke Delftenaar Jan de Huyter: Oude Delft 167, tegenwoordig het Gemeenlandshuis van Delfland. De rijkversierde natuurstenen gevel en de opbouw van het pand krijgen terecht de nodige aandacht in het boek. Dat neemt niet weg dat juist de verhalen, foto’s en tekeningen van andere panden voor de verrassingen zorgen. Zeventiende-eeuws metselwerk dat bij de zijmuur van een gerestaureerd klein pandje tevoorschijn komt en specifieke kraagbogen die een zestiende-eeuwse herkomst verraden zorgen ervoor dat de lezer al snel met andere ogen door de stad loopt.

Die beschouwer krijgt wel de waarschuwing altijd alert te blijven. Niet alles is wat het lijkt. Een oude gevel kan een modern kantoorpand herbergen, maar ook het omgekeerde komt voor. Delftenaren die in de zeventiende eeuw meer ruimte nodig hadden of met de nieuwste mode mee wilden gaan, pasten hun panden aan. Zo kan een op het oog zeventiende- of achttiende-eeuwse gevel een ouder pand maskeren. Het voor de VOC gebouwde Oost-Indisch Huis bij voorbeeld heeft een gevelsteen met het jaartal 1631. Indrukwekkende ouderdom, maar de gotische buitenkant verraadt dat het complex waarschijnlijk ouder is. Bij nader onderzoek blijken het inderdaad drie bij elkaar gevoegde woonhuizen van zeker honderd jaar eerder te zijn; slechts de verbouwing was in 1631 afgerond.

Niet alles is wat het lijkt: het voor de VOC gebouwde Oost-Indisch Huis bij voorbeeld heeft een gevelsteen met het jaartal 1631. Indrukwekkende ouderdom, maar de gotische buitenkant verraadt dat het complex waarschijnlijk ouder is.

De goede conservering van het zestiende- en zeventiende-eeuwse gebouwde erfgoed betreft overigens merendeels de riante woonhuizen, bedrijfspanden en winkels aan de rijke grachten. Zeventiende-eeuwse arbeiderswoningen verdwenen bijna allemaal in de loop der tijd. Sommige al in de achttiende en negentiende eeuw om plaats te maken voor net iets betere woningen. Het gros verdween in de jaren ’60 ten tijde van de grote stadssanering. De grootstedelijke problematiek bereikte toen toch ook Delft.

Huizen in Delft bedient diverse doelgroepen. De collega’s van monumentenzorg kunnen er voorlopig hun hart aan ophalen, evenals bouwhistorici van binnen en buiten de stad. Lokaal en historisch geïnteresseerden die zich niet laten afschrikken door enig bouwhistorisch jargon als een korbeelstel met peerkraalsleutelstuk of een spantjuk kunnen er ook zeker genoeg moois in ontdekken. Het is nu alleen nog wachten op een lichtgewicht samenvatting opdat de lezer met het boekwerk in de hand ook zelf als huizendetective door de stad kan lopen.

Deze recensie is verschenen in Holland Historisch Tijdschrift (2014-1).

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Ingrid van der Vlis, 29 oktober 2013.

Getagd met