Recensie Wim G. Visser ed., Classicale Acta 1573-1620

Wim G. Visser ed., Classicale Acta 1573-1620. Deel X: Particuliere synode Zuid-Holland: Classis Brielle 1574-1623 in: Rijks Geschiedkundige Publicatiën, Kleine Serie 112, Huygens ING (KNAW), 2015, Den Haag, band I 514 p., band II 668 p., ISBN 9789052161839, prijs €59,00

door Paul H.A.M. Abels, historicus

Het blijft wennen. De nieuwe uitgave in de reeks Rijks Geschiedkundige Publicatiën (RPG) kent niet langer die prachtig ingebonden editie met groen-linnen band en goudopdruk. De gebruiker moet het doen met een eenvoudige genaaide versie met papieren omslag. Maar de inhoud is onveranderlijk van hoge kwaliteit, vervaardigt naar richtlijnen die vanouds gelden voor de uitgave van belangrijke Nederlandse bronnen in deze serie. Ook dit, alweer het tiende, deel in de reeks classicale acta van de Nederduits-gereformeerde kerk uit de beginjaren van de Reformatie voldoet weer aan alle vereisten. Een classis was een kerkvergadering binnen de gereformeerde kerk, waarin predikanten en ouderlingen uit een bepaald gebied zaken bespraken die meerdere gemeenten aangingen.

De inhoud is onveranderlijk van hoge kwaliteit, vervaardigt naar richtlijnen die vanouds gelden voor de uitgave van belangrijke Nederlandse bronnen in deze serie

Toch zijn er twee vragen die zich nadrukkelijker dan tot nu toe aandienen. De eerste vraag is of het zich in dit digitale tijdperk nog steeds de moeite loont om dergelijke bronnenuitgaven te vervaardigen. Transcriberen en annoteren volgens de RGP-norm vereisen een monnikengeduld en een precisie die slecht te verenigen zijn met de snelheid en oppervlakkigheid waarmee historische bronnen op dit moment in hoog tempo op het internet worden geplaatst. Het full text-zoeken lijkt een stuk gemakkelijker geworden dankzij informatietechnologie, maar dat is schone schijn, aangezien bronnen uit vorige eeuwen nu eenmaal grote spellingsvarianten en uiteenlopende dialect- en taalinvloeden kennen, waardoor zoeken en selecteren bovenal mensenwerk blijft. Voor een historicus, die geleerd heeft zorgvuldig met bronnen om te gaan en zuivere transcripties te gebruiken, verrichten bezorgers van bronnenuitgaven dan ook nog steeds onmisbaar voorwerk.

Voor een historicus, die geleerd heeft zorgvuldig met bronnen om te gaan en zuivere transcripties te gebruiken, verrichten bezorgers van bronnenuitgaven nog steeds onmisbaar voorwerk

De tweede vraag heeft specifiek betrekking op de betekenis van de bron, die dankzij deze uitgave nu ook voor dit gedeelte van Nederland is ontsloten. Zijn classicale acta dermate verschillend en waardevol, dat ook de nog niet uitgegeven delen nog op deze wijze bewerkt en bezorgd zou moeten worden? Als medebezorger van een van de eerdere delen, over de classis Delft en Delfland, ben ik geneigd deze vraag ontkennend te beantwoorden. Dat oordeel is mede toe te schrijven aan het feit dat zowel de bezorger van het deel over de classis Brielle, Wim Visser, als die van een eerder deel over de classis Gorinchem, Arjan Verschoor, hun bronnenuitgave vooraf hebben laten gaan door een inleiding met de omvang van een boek, waarop zij ook gepromoveerd zijn. Daarmee – en in combinatie met de eerdere uitvoerige studies van Tukker (Dordrecht), Abels & Wouters (Delft en Delfland), Geudeke (Edam) en Van den Broeke (algemeen) – is de classis inmiddels breedvoerig bestudeerd en beschreven. Alle denkbare onderwerpen zijn daarbij aan bod gekomen, zoals de interne organisatie, hun rol als ‘meerdere’ vergadering, de leergeschillen, de betekenis van classes voor de Reformatie, de verschillen tussen kleine en grotere classes en hun aandacht voor het onderwijs. Dankzij al deze studies is, naast uniformiteit in functioneren, ook een grote regionale verscheidenheid aan de oppervlakte gekomen. De inhoudelijke waarde van de vergaderverslagen van classes voor andersoortige kerkhistorische thema’s is relatief beperkt, omdat de aard en frequentie van de vergaderingen weinig tot geen diepere inzichten opleveren ten aanzien van bijvoorbeeld het geloofsleven aan de basis, de persoonlijke beweegredenen van predikanten of de dagelijkse omgang met andere religies. Voor dergelijke vraagstukken zijn plaatselijke kerkenraadsnotulen uit die periode doorgaans een veel betere bron. Het besluit van de huidige RGP-uitgever, Huygens ING, om de reeks classicale acta niet te voltooien, valt dan ook te billijken.

De inhoudelijke waarde van de vergaderverslagen van classes voor andersoortige kerkhistorische thema’s is relatief beperkt, omdat de aard en frequentie van de vergaderingen weinig tot geen diepere inzichten opleveren ten aanzien van bijvoorbeeld het geloofsleven aan de basis, de persoonlijke beweegredenen van predikanten of de dagelijkse omgang met andere religies

De opmerking over het beperkte gebruiksnut van classicale acta doet echter geen enkele afbreuk aan het vele werk dat Wim Visser heeft verzet om de Brielse acta uit te geven en deze vooraf te laten gaan door een uitvoerige analyse van het functioneren van deze classis in de Zuidpunt van Holland. Alle facetten van het classicale leven komen daarin aan de orde: het ontstaan en de afbakening, de werkwijze, de predikanten, de relatie met de plaatselijke gemeenten, de verhouding met de overheid en tot slot de scheuring van de classis als gevolg van de twisten tussen remonstranten en contraremonstranten. Dat een dergelijke omvangrijke classis een andere bestuursstijl vereiste dan veel kleinere classicale kerkverbanden ligt voor de hand. Eerdere studies over de classes stellen de auteur in staat deze verschillen ook overtuigend aan te tonen.

Voor de leek, met name voor kerkhistorici en geïnteresseerden in de regionale geschiedenis, bevatten de beide delen ongetwijfeld veel interessante details. Dankzij de meer dan voortreffelijke inleiding van Visser kunnen zij deze gegevens ook nog eens begrijpen in de kerkelijke en bestuurlijke context waarin ze zijn opgetekend

Een bronnenuitgave is uiteraard primair bestemd voor de historicus, die ermee geholpen wordt zijn onderzoek zonder tijdrovend geworstel met oude handschriften en doelgericht – met behulp van uitstekende indices – te verrichten. Voor de leek, met name voor kerkhistorici en geïnteresseerden in de regionale geschiedenis, bevatten de beide delen ongetwijfeld veel interessante details. Dankzij de meer dan voortreffelijke inleiding van Visser kunnen zij deze gegevens ook nog eens begrijpen in de kerkelijke en bestuurlijke context waarin ze zijn opgetekend.

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Paul H.A.M. Abels, 17 maart 2016.

Getagd met