Recensie Willem van den Berg, Het korte, bewogen leven van Willem Gabriel Vervloet

Willem van den Berg, Het korte, bewogen leven van Willem Gabriel Vervloet, Haags uitgever. Een drieluik Verloren, Hilversum, 2016, 166 p., ill., ISBN 9789087046057, prijs €19,-

door Erik Geleijns, Koninklijke Bibliotheek Den Haag

In Het korte, bewogen leven van Willem Gabriel Vervloet vertelt Willem van den Berg het verhaal van een onbekende Haagse uitgever uit de negentiende eeuw. Willem Vervloet (1807-1847)[1] begon zijn boekhandel in 1827 en maakte vooral naam als importeur en uitgever van contrefaçons, Belgische nadrukken van Franse uitgaven. Vanaf 1830 bracht hij samen met H.L. Fievez een tijdschrift op de markt: Iris, Bloemlezing uit buitenlandsche tijdschriften. Nadat Fievez in 1836 Vervloet min of meer had gedwongen hun contract aan te passen, kregen de heren ruzie. Er volgde een arbitrage en Vervloet raakte het tijdschrift kwijt. Hij sloeg terug door een nieuw tijdschrift op te richten, dat eveneens Iris heette, waarop Fievez hem voor de rechter sleepte. Vervloet verloor de zaak. Een jaar later maakte hij zich, mogelijk aan lager wal geraakt, schuldig aan valsheid in geschrifte: met vervalste wissels en gebruikmaking van zijn boekhandelsnetwerk probeerde hij geld los te peuteren bij collega’s.

Het tweede van de drie luiken in dit boek is gewijd aan de rechtszaak tegen Vervloet en zijn medeplichtige zuster en nichtje. Vervloet verloor ook deze zaak en werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf, die hij doorbracht in Leeuwarden. Het verhaal van zijn verblijf in de Blokhuispoortgevangenis aldaar vormt het derde gedeelte van het boek. Hij stierf in Leeuwarden in december 1847.

Van den Berg brengt in zijn boek alle documenten samen die iets zeggen over het leven van deze Haagse uitgever, maar zet Vervloet groter en belangrijker neer dan hij was. De auteur maakt nogal een punt van de vele advertenties die Vervloet in het Journal de la Haye plaatste, maar hij vergelijkt die aantallen niet met die van Vervloets collega’s. De krantenabonnementen die Vervloet aanbood en zijn leesbibliotheek waren ook minder bijzonder en vernieuwend dan Van den Berg ons wil laten geloven: Vervloets stadsgenoot en collega Pieter van Cleef had beide al halverwege de achttiende eeuw.[2] Bovendien blijft de persoon van Vervloet in het luchtledige hangen. Het ontbreekt in het boek aan een vergelijking met (uitgaven van) collega-boekverkopers zoals de Gebroeders van Cleef of W.P. van Stockum. Een stelling als ‘[h]ij is onbetwistbaar de meest succesvolle contrefaçon-importeur van Nederland geweest’ (p. 35) kan best waar zijn, maar moet gestaafd worden met cijfers.

In Het korte, bewogen leven van Willem Gabriel Vervloet vertelt Willem van den Berg het verhaal van een onbekende Haagse uitgever uit de negentiende eeuw

Het boek staat vol lange citaten, die het verhaal vaak nogal ophouden. Zo worden de advertenties van de jonge Vervloet onverkort aangehaald (ook als er een leesbare afbeelding van de oorspronkelijke advertentie boven staat), evenals de lijst van bij hem te bekomen buitenlandse kranten, hele bladzijden uit Libri-Bagnano’s De l’autocratie de la presse, brieven aan en van Vervloet over de contrefaçons en een ruzie met de Vereeniging tot bevordering van de belangen des boekhandels, de pleidooien van zijn advocaten en die van zijn zuster en nichtje. Enkele van die lange citaten worden bovendien twee keer afgedrukt.

Bronnen over Vervloets verblijf in de Leeuwardense gevangenis zijn er nauwelijks, maar dat weerhoudt de auteur er niet van om er 23 bladzijden aan te wijden. Dat doet hij onder andere door te schrijven over de omstandigheden in Nederlandse gevangenissen in het algemeen, over de lectuur voor gevangenen, over wat Jacob van Lennep in 1823 van de Blokhuispoort vond en door zeer uitvoerig te citeren uit het in 1848 – na de dood van Vervloet – herziene reglement van die gevangenis. De feiten over de zes jaar die Vervloet er doorbracht (bijvoorbeeld dat hij er als schrijver tewerkgesteld was en dat hij stierf aan ‘zenuwkoortsen’) en de context hadden in enkele bladzijden samengevat kunnen worden.

Dat Van den Berg een negentiende-eeuwse Haagse uitgever uit de vergetelheid heeft willen halen is te prijzen, maar zijn boek was een stuk beter geworden als er een zorgvuldige tekst- en beeldredactie had plaatsgevonden en als de bronnen kernachtiger waren weergegeven

Storend zijn ook de vele slordigheden in de tekst. Het boek bevat een groot aantal tikfouten, hier en daar een witregel waar die evident niet hoort en fouten als ‘zestig vellen druks ofwel negenhonderd pagina’s’ (p. 50-51) – zestig vellen druks is (bij een boek in octavo) 960 pagina’s. De Gebroeders Van Cleef hadden hun winkel aan het Hofspui, niet zoals Van den Berg schrijft in de Spuistraat. Bronnen worden vaak niet genoemd: Van den Berg citeert bijvoorbeeld het voorstel waarmee Fievez in 1836 zijn contract met Vervloet wil aanpassen, maar nergens wordt duidelijk waar die tekst te vinden is.

De afbeeldingen in het boek zijn zonder uitzondering nogal grijs en onscherp afgedrukt, en de keuze voor de specifieke afbeeldingen is niet altijd helder. Waarom is bijvoorbeeld het omslag c.q. de titelpagina van twee aangehaalde secundaire werken over contrefaçons afgedrukt? Een afbeelding van een Franse uitgave met een Belgische nadruk ernaast was instructiever geweest. Het omslag toont de Rolzaal, waar het proces tegen Vervloet plaatsvond, maar is een reproductie van een gravure uit 1730. Me dunkt dat er een geschikte contemporaine afbeelding gevonden had kunnen worden. Dat Van den Berg een negentiende-eeuwse Haagse uitgever uit de vergetelheid heeft willen halen is te prijzen, maar zijn boek was een stuk beter geworden als er een zorgvuldige tekst- en beeldredactie had plaatsgevonden en als de bronnen kernachtiger waren weergegeven – desnoods met de volledige teksten in een (online) bijlage.

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Erik Geleijns, 1 februari 2017.

[1] Van den Berg weidt niet uit over Vervloets voorgeslacht. Zijn vader was ‘oppasser’. In 1689 werd echter een Jan Vervloet, mogelijk familie, als boekbinder toegelaten tot het Haagse St. Lucasgilde. Zie E.F. Kossmann, De boekhandel te ‘s-Gravenhage tot het eind van de 18de eeuw. (‘s-Gravenhage 1937) 433.

[2] De kladboeken van Pieter van Cleef (Museum Meermanno, VC 1-2) bestrijken de periode 1739-1773. Van Cleef bood Nederlandse en Franse krantenabonnementen aan en boeken waren bij hem tegen een vergoeding te leen. Mogelijk volgde Van Cleef het voorbeeld van de Haagse boekverkoper Hendrik Scheurleer, die in 1751 de eerste leesbibliotheek in de Republiek opende.

Getagd met