Recensie De Wendische Oorlog: Holland, Amsterdam en de Hanze in de vijftiende eeuw

Ad van der Zee, De Wendische Oorlog: Holland, Amsterdam en de Hanze in de vijftiende eeuw. Middeleeuwse studies en bronnen 169; Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2018; ill., 255 pp., ISBN 9789087047139, €25,-

Jaco Zuijderduijn, Lund University

De Wendische Oorlog: had u daar weleens van gehoord? Een hoogoplopend handelsconflict in 1438-1441 tussen Amsterdam en het graafschap Holland aan de ene kant, en de zes Hanzesteden Hamburg, Lübeck, Lüneburg, Rostock, Wismar en Stralsund aan de andere – gezamenlijk bekend als de Wendische steden. Een kaperoorlog waarbij vooral het buitmaken van de handelswaar van de tegenstander werd gezien als hét middel om de tegenpartij tot concessies te dwingen.

Ad van der Zee heeft een informatief, prettig leesbaar en mooi vormgegeven boek geschreven over deze episode in de Hollandse geschiedenis. Natuurlijk wordt daarin de Wendische Oorlog besproken, maar ook de politieke situatie in Noordwest en Noord Europa, de scheepsbouw en de organisatie van de internationale handel – en de rol die de Hanze daarin speelde – en de manier waarop conflicten werden beslecht. Dat laatste is de kern van het boek: in 1438 kwam het tot een kaperoorlog, omdat Amsterdam en de Wendische steden er niet in slaagden een al jaren sluimerend conflict af te wikkelen, over de vergoeding van schade die kooplieden hadden geleden tijdens een eerdere handelsoorlog. In 1438 verwierven de twistende partijen daarom vrijbrieven om de schepen en handelswaar van de tegenstander te kapen en te confisqueren. Economische sancties dus, die van grote invloed waren op de handelaars die actief waren op de Noord- en Oostzee.

Het is Van der Zee’s grote verdienste dat hij een gecompliceerd politiek en economisch conflict op een begrijpelijke en geanimeerde manier weet samen te vatten. Wijs worden uit middeleeuwse oorkonden en rekeningen is vaak al lastig, maar deze presenteren zodat een breder publiek ook kennis kan nemen van laatmiddeleeuwse toestanden is vaak nog veel moeilijker. De Wendische Oorlog is – ondanks het weerbarstige bronnenmateriaal – een zeer leesbaar boek. Van der Zee studeerde in de jaren negentig af op dit onderwerp en liet de scriptie jarenlang op de plank liggen, met de ambitie er ooit nog eens iets mee te doen. En er eenmaal weer mee bezig, ondernam hij een ontdekkingstocht langs de Hanzesteden en hun geschiedenis. Anekdotes uit handelssteden van weleer duiken regelmatig op: over middeleeuwse financiële transacties en een Amsterdamse kaper die maar niet veroordeeld kon worden. Daarnaast zijn er uitweidingen over city-marketing door steden die hun Hanze-verleden herontdekt hebben. Dat maakt het boek aantrekkelijk voor de geïnteresseerde leek, maar neemt de lezer af en toe ook mee op zijpaden die wellicht niet strikt noodzakelijk zijn en soms enigszins afleiden.

Het is Van der Zee’s grote verdienste dat hij een gecompliceerd politiek en economisch conflict op een begrijpelijke en geanimeerde manier weet samen te vatten.

Moet u zich zorgen maken als u nog nooit van de Wendische Oorlog hebt gehoord? ‘Ja’ zouden historici van een eerdere generatie zeggen: het handelsconflict tussen Amsterdam – in 1438 een stadje van ongeveer 3.500 inwoners – en de veel grotere Wendische steden was cruciaal voor de latere ontwikkeling van de nederzetting aan de Amstel en het gewest Holland. Van der Zee schuift deze literatuur terzijde, al is het niet altijd duidelijk waarom, want heel veel komt de lezer niet te weten over wat er zoal schort aan de visie van bijvoorbeeld H.J. Smit of F. Ketner, die toch lijvige boeken over de Amsterdamse handel in de vijftiende eeuw schreven. Welke bijdrage Van der Zee aan die bestaande literatuur levert, is niet heel duidelijk, behalve dat hij waakt voor een teleologische benadering en de kaperoorlog niet in het licht van de 17de-eeuwse Gouden Eeuw wil zien (p. 37). Maar in het samenvattende negentiende hoofdstuk worden er toch lijnen getrokken tussen de Wendische Oorlog en de latere Amsterdamse en Hollandse successen: het conflict droeg bij aan bestuurlijke vernieuwing, de opkomst van een maritieme identiteit, en was ‘in hoge mate bepalend […] voor de maritieme en economische ontwikkeling van Holland en de steden langs de Oostzee’ (p. 237). Was de Wendische Oorlog dan toch een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling die Amsterdam, Holland en de Wendische steden doormaakten? Of was het slechts een incident dat kan worden gebruikt om een kaperoorlog te reconstrueren en inzicht te verwerven in de laatmiddeleeuwse politiek en economie? Van der Zee hakt deze knoop eigenlijk te laat door en daardoor is het voor de lezer soms lastig om de politieke verwikkelingen en economische problemen die worden besproken een plaats te geven.

Voor wie wil begrijpen hoe men – against all odds – er in de late middeleeuwen toch in slaagde om handel te drijven, biedt Van der Zee’s boek een prima inleiding.

Mooi is het vooral om te lezen hoe precair de middeleeuwse handel was, hoezeer kooplieden in den vreemde afhankelijk waren van een politieke machtsbalans tussen de vele mogendheden, en op welke wijze zij deze probeerden te beïnvloeden. En om te zien wat er gebeurde als het misging en Hollandse schepen werden geconfronteerd met veel grotere vijandelijke vaartuigen van de Wendische steden, of wanneer de Hollanders de volledige Pruisische zoutvloot kaapten – tegen de zin van de landsheer, die helemaal niet zat te wachten op een politiek conflict met de grootmeester van de Duitse Orde, die in Pruisen de scepter zwaaide. Voor wie wil begrijpen hoe men – against all odds – er in de late middeleeuwen toch in slaagde om handel te drijven, biedt Van der Zee’s boek een prima inleiding.

Getagd met