Recensie Synodestad

Fred van Lieburg, Synodestad. Dordrecht 1618–1619, Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2019, 368 pp., geïllustreerd, ISBN: 9789044638318. Prijs €24,99

Jos de Weerd, Vrije Universiteit Amsterdam

Fred van Lieburg is een ambachtsman en zijn nieuwste boek een aanwinst. Synodestad gaat over Hollands oudste stad: Dordrecht; in 1618 en 1619 het toneel van één van de meest memorabele godsdienstbesprekingen ooit gehouden. Het boek beantwoordt feilloos aan het doel dat de hoogleraar religiegeschiedenis aan de Vrije Universiteit zich stelde: het vertellen van een nieuw verhaal over de synode van Dordrecht als lokaal evenement, onderdeel van een nationale staatsgreep in de context van een internationale godsdienststrijd. Een nieuw verhaal is het zeker. Doeltreffend wordt de ballast van geijkte beeldvorming afgeworpen, zowel in historische als in eigentijdse zin.

Van Lieburg gebruikt drie middelen om bestaande beelden over de synode te bestrijden. Om te beginnen is er de geduchte hoeveelheid bronnenmateriaal. Niet alleen de acta van de kerkvergadering zelf, maar vooral ook geschriften van betrokken theologen, brieven van deelnemers aan het thuisfront, verslagen van ooggetuigen, en annalen van politieke vergaderingen als de Staten-Generaal vormen de bouwstenen waarmee Van Lieburg zijn verhaal opbouwt. Ingegeven door zijn kennis van de stad Dordrecht wordt een methode zichtbaar waarbij een lokale situatie het venster vormt waardoor de lezer kijkt naar de bredere politieke, sociaal-culturele en religieuze context van de vroege 17de eeuw. Daarbij komt dat de schrijver zijn bronnen zo weet in te zetten dat men wel erg dicht op de huid van mannen als Bogerman en Gomarus kan komen. Dan blijkt dat de iconische ‘Dordste vaderen’ nogal eens onhandig en heetgebakerd konden optreden en uiteindelijk verwerden tot theologische speelballen van meedogenloze politici. De insteek die Van Lieburg hanteert geeft de vermakelijke vertelling een serieuze ondertoon mee.

Het boek beantwoordt feilloos aan het doel dat de hoogleraar religiegeschiedenis aan de Vrije Universiteit zich stelde: het vertellen van een nieuw verhaal over de synode van Dordrecht als lokaal evenement, onderdeel van een nationale staatsgreep in de context van een internationale godsdienststrijd.

Het tweede instrument dat Van Lieburg inzet is de aandacht voor de verstrengeling van politiek en religie. Het boek begint er al mee, als hij uit de doeken doet waarom de nationale synode in Dordrecht werd gehouden. In de Staten-Generaal maakte men een groslijst van mogelijke vergadersteden. Uiteindelijk viel de keus niet op Utrecht of Den Haag, maar op het neutraal gewaande Dordrecht. De stad onderhield warme banden met het kamp van Maurits, maar de stadhouder was niet gerust op een goede afloop voor de contraremonstranten. Gevoed door wantrouwen bracht hij zijn Dordtse vertrouwelingen in stelling. Hen werd opgedragen de verkiezing van gelijkgestemde schepenen te bewerkstelligen en elk ‘kwaadwillend geluid’ de kop in te drukken. Politieke strategie, kerkelijke opvattingen en theologische scherpslijperij lopen als een vervlochten rode draad door het verhaal. En juist politiek deed ertoe. Het schilderij dat Pouwels Weyts de Jonge in 1621 maakte van de synode, en dat de fraaie omslag van Synodestad siert, toont aan de zolderbalken van de Doelenzaal een dubbel schellekoord met daaraan handvatten voor de politieke en kerkelijke voorzitter. Beide partijen trokken letterlijk aan de touwtjes, zoals Van Lieburg laat zien. Daarmee corrigeert hij het dominante beeld van de synode als louter theologisch evenement.

Als laatste is er het historische verhaal waar een verklarende werking vanuit gaat. Daarmee is Synodestad meer dan een goede vertelling. Het beantwoordt aan het hoofddoel van de historische wetenschap. Een voorbeeld daarvan is de veelal vaag omschreven kwestie van het vermeende verraad van Episcopius. Na weken wachten hield deze remonstrantse voorman ten overstaan van zijn kerkelijke tegenstanders een eerste toespraak en uitte daarin zware beschuldigingen tegen de synode. Toen voorzitter Bogerman na afloop de tekst opeiste, ontkende Episcopius er uitgeschreven exemplaar in bezit te hebben. Na toenemende druk overhandigde hij ineens toch een net opgemaakte versie, en dus niet de kladversie die gedurende het relaas door hem in handen was gehouden. Over het ‘hoe’ en ‘waarom’ van deze opzienbarende actie is veel gediscussieerd, maar weinig zekerheid verkregen. Toch slaagt Van Lieburg erin een plausibele verklaring aan te reiken. Door simpelweg te redeneren vanuit de historische actoren zelf komt hij tot de conclusie dat zich na de rede van Episcopius een misverstand voordeed, maar dat uiteindelijk het beeld van gewiekste remonstranten niet meer was weg te nemen. Op deze manier weet Van Lieburg de veroordeling van de kerkelijke onruststokers op een andere manier begrijpelijk te maken.

De spanning die dat met zich meebrengt, is op een knappe manier aan het papier toevertrouwd, zonder dat de wetenschappelijk methode uit het oog wordt verloren. Synodestad is boeiend, maar evengoed fundamenteel.

Toch kleeft er ook een nadeel aan het boek. De hang naar volledigheid is acceptabel, maar de grote hoeveelheid namen en feiten ontneemt soms het zicht op de verhaallijn. Desondanks zit de lezer regelmatig met het zweet in de handen. Mensen van vlees en bloed domineren de historische reconstructie. De spanning die dat met zich meebrengt, is op een knappe manier aan het papier toevertrouwd, zonder dat de wetenschappelijk methode uit het oog wordt verloren. Synodestad is boeiend, maar evengoed fundamenteel.

Getagd met