Recensie Rudolf Dekker, Observaties van een zeventiende-eeuwse wereldbeschouwer

Rudolf Dekker, Observaties van een zeventiende-eeuwse wereldbeschouwer. Constantijn Huygens jr en de uitvinding van het moderne dagboek Panchaud, Amsterdam, 2013, 183 p., geïll., ISBN 9789082077902, prijs €15,-

door Jaap Nieuwstraten

De laatste jaren bestaat er een grote historische belangstelling voor de zeventiende-eeuwse familie Huygens. Met dit jaar, 2013, als Huygens-jaar heeft die belangstelling zijn voorlopig hoogtepunt bereikt. Het resultaat is een reeks aan tentoonstellingen en boeken, die allerlei aspecten van deze fameuze Nederlandse dynastie behandelt.

De aandacht gaat daarbij vooral uit naar Constantijn Huygens sr. (1596-1687). Als secretaris van twee stadhouders, Frederik Hendrik (1584-1647) en Willem II (1626-1650), groeide Huygens sr. uit tot de Nederlandse spin in het Europese web van de Republiek der Letteren. Daarnaast was hij ook een begaafd dichter, componeerde hij muziek en begunstigde hij vele schilders.

Zijn zoons Constantijn jr. (1628-1697) en Christiaan (1629-1695) traden in de voetsporen van hun vader. Dat hoeft geen verbazing te wekken. Het humanistisch bildungsideaal van Huygens sr., gecombineerd met zijn enorme netwerk, zorgden ervoor dat beide zoons goed toegerust waren om een voorname positie te verwerven binnen de Europese elites. Constantijn jr. schopte het uiteindelijk tot secretaris van stadhouder-koning Willem III (1650-1702). Christiaan daarentegen maakte furore als briljant wetenschapper.

In dit boek, waarvan eerder dit jaar een Engelstalige versie verscheen bij uitgeverij Brill, behandelt Dekker het leven van Constantijn Huygens jr. en de wereld van de elite waarin hij verkeerde

De meest recente bijdrage tot het Huygens-corpus is Rudolf Dekkers Observaties van een zeventiende-eeuwse wereldbeschouwer. Constantijn Huygens jr. en de uitvinding van het moderne dagboek. In dit boek, waarvan eerder dit jaar een Engelstalige versie verscheen bij uitgeverij Brill, behandelt Dekker het leven van Constantijn Huygens jr. en de wereld van de elite waarin hij verkeerde. Dekker doet dat aan de hand van een dagboek dat Constantijn jr. jarenlang bijhield. Dat dit dagboek een rijke bron is voor historisch onderzoek bewees de Britse historica Lisa Jardine al, die in haar boek Going Dutch (2008) dankbaar gebruik maakte van Huygens’ observaties om haar verhaal te illustreren.

Ook uit Dekkers werk blijkt de grote historische waarde van Constantijn jr.’s dagboek. Het schetst een kleurrijk beeld van het leven aan het hof van stadhouder-koning Willem III. Zo vertelt Huygens over de seksuele escapades – overspel, hoererij, sodomie – van Willems hovelingen, en hoe velen van hen geloofden in astrologie en toverij.

Het dagboek schijnt ook een bijzonder licht op het persoonlijk leven van Huygens. Hij bleek een goede reputatie te genieten als kunstkenner en was een enthousiast boekenverzamelaar. Daarnaast moest Constantijn jr. ook een huishouden met personeel runnen en had hij een moeizame verhouding met zijn zoon.

Het dagboek van Constantijn jr., zo beweert Dekker, vertoont ‘moderne’ trekken

Dekker, een autoriteit op het gebied van historisch onderzoek naar egodocumenten, gebruikt Huygens ook om de ontwikkeling van het dagboek als genre in de vroeg moderne tijd te bespreken. Het dagboek van Constantijn jr., zo beweert Dekker, vertoont ‘moderne’ trekken. Niet alleen hield Huygens zijn dagboek dagelijks bij, hij verborg het ook voor andermans ogen. Het eerste element wijst op een modern, lineair tijdsbesef: de tijd keert niet telkens terug, maar schrijdt voort richting de toekomst. Dit onderwerp heeft Dekker al eens eerder behandeld in zijn boek over het Verlichtingskind Otto van Eck (2005, samen met Arianne Baggerman). Het tweede element duidt volgens Dekker op “een modern besef van individualiteit”.

Op het laatste argument valt echter wel het nodige af te dingen. Zoals Dekker zelf aangeeft, gebruikte Constantijn jr. zijn dagboek vooral als een ‘meetinstrument’ om zijn en andermans positie te kunnen bepalen binnen de hofhouding van Willem III. Dat hij zijn informatie graag verborgen wilde houden, spreekt voor zich. Constantijn jr. wilde zijn potentiële rivalen niet wijzer maken dan ze al waren.

Niet alleen hield Huygens zijn dagboek dagelijks bij, hij verborg het ook voor andermans ogen

Om de ontwikkeling van een modern identiteitsbesef te kunnen traceren was het misschien vruchtbaarder geweest als Dekker wat meer was ingegaan over wat het dagboek onthult over Huygens’ zelfbeeld. In hoeverre, bijvoorbeeld, bepaalde Huygens’ ambt of zijn maatschappelijke positie als echtgenoot en vader, zijn perceptie van de wereld en zijn eigen rol daarin? En wat vertellen de telkens terugkerende emoties van melancholie, ongerustheid en chagrijn ons precies over het ‘individu’ Huygens?

Kortom, het dagboek van Constantijn Huygens jr. herbergt nog voldoende materiaal voor toekomstig onderzoek. Met zijn helder en toegankelijk geschreven boek heeft Dekker daarvoor een nieuwe basis gelegd. Het Huygens-corpus heeft er een waardevolle bijdrage bij.

Deze recensie is verschenen in Holland Historisch Tijdschrift (2014-1).

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Jaap Nieuwstraten, 23 augustus 2013.

Getagd met