Recensie Reinout Klaarenbeek en Daan Schaars, Edam stad in beweging

Reinout Klaarenbeek en Daan Schaars, Edam stad in beweging Vereniging Oud Edam, 2016, Edam, 143 p., ill., ISBN 9789080589773, prijs €24,95

door Yvonne van Mil, architectuur- en stedenbouwhistoricus

‘Zoals elk bijzonder mens een biografie verdient, zo verdient ook een bijzondere streek, dorp of stad een levensverhaal in druk’, aldus de burgemeester van Edam-Volendam. Maar hoeveel boeken zijn er nodig om het levensverhaal over een stadje als Edam te vertellen? Op initiatief van de Vereniging Oud Edam verscheen in 2007 al de stadsmonografie van historicus Ben Speet Edam: duizend jaar geschiedenis van een stad. Sinds 1998 is de vereniging tevens gestart met het uitgeven van een Historische Reeks van uiteenlopen verhalen over Edam. Edam stad in beweging is hiervan het achtste deel en beschrijft de ruimtelijke ontwikkeling van de stad vanaf 1800 tot heden. Het is nu de vraag wat dit boek nog toevoegt aan het reeds bestaande levensverhaal van de stad.

Na lezing van Edam stad in beweging kan worden geconcludeerd dat het boek een belangrijke toevoeging is aan het reeds bestaande levensverhaal van Edam. Misschien is het zelfs wel het meest spannende en cruciale deel. De beschreven periode is, door de monumentenzorg en uitbreidingen, bepalender geweest voor de manier waarop de hedendaagse stad er uitziet dan de perioden die er aan voorafgingen. Het verhaal is helder gestructureerd, goed leesbaar en rijk geïllustreerd met oude kaarten, historische foto’s, luchtfoto’s, affiches en hedendaagse foto’s. Daarnaast maakt veel nieuw, en speciaal voor dit boek vervaardigd kaartenmateriaal de ruimtelijke ontwikkeling van de stad goed inzichtelijk.

Na lezing van Edam stad in beweging kan worden geconcludeerd dat het boek een belangrijke toevoeging is aan het reeds bestaande levensverhaal van Edam. Misschien is het zelfs wel het meest spannende en cruciale deel

Edam, dat aanvankelijk in de Gouden Eeuw onder invloed van Amsterdam een voorspoedige economische ontwikkeling had doorgemaakt, raakte in de achttiende eeuw in verval, net als veel andere Hollandse steden. Toen in de negentiende eeuw Nederland als gevolg van industrialisatie weer economisch opleefde, bleef Edam achter. Dat kwam mede doordat de stad geen aansluiting kreeg op belangrijke vaar- en spoorwegen. Door het gebrek aan economische ontwikkeling verkeerde de stad in de late negentiende eeuw in een ongeschonden, zij het tamelijk ruïneuze staat. Edam trok hierdoor al vroeg de aandacht van monumentenzorgers en particulieren die zich bewust waren van de bijzondere erfgoedwaarde van de stad. In de loop van de twintigste eeuw moest ook Edam worden aangepast aan de economische en demografische behoeften van de tijd. Het spanningsveld tussen behoud en vooruitgang dat hierdoor ontstond, staat in dit boek centraal.

In vier chronologisch geordende hoofdstukken beschrijven de auteurs, sociaal geograaf Reinout Klaarenbeek en architectuurhistoricus Daan Schaars, hoe de stad en haar omgeving ruimtelijk veranderden en welke rol erfgoed hierin speelde. Het boek heeft een heldere opbouw. Zo is elk hoofdstuk onderverdeeld in twee delen; ‘Binnen de veste’ en ‘Rondom de stad’. Het eerste deel behandelt de ruimtelijke ontwikkeling van de historische binnenstad. In het tweede deel worden de veranderingen in de directe omgeving van de stad besproken. Daarnaast bevat elk hoofdstuk een kadertekst die de Edamse ontwikkelingen in een nationaal perspectief plaatst. Hiermee onderbouwen de auteurs hun stelling dat de ontwikkeling en zorg voor het erfgoed in Edam een afspiegeling is van de wijze waarop landelijk de ontwikkeling en regelgeving werden vormgegeven. Hoe de ruimtelijke ontwikkeling van Edam zich verhield tot die van het nabijgelegen Volendam of die van regio Waterland komt ook aan bod, maar de nadruk ligt duidelijk op de stad Edam. Deze afbakening heeft enerzijds geresulteerd in een inhoudelijke en degelijke studie naar de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Anderzijds mist het verhaal hierdoor soms de regionale context, die juist in de twintigste eeuw van groot belang werd in de ruimtelijk ordening.

Het verhaal is helder gestructureerd, goed leesbaar en rijk geïllustreerd met oude kaarten, historische foto’s, luchtfoto’s, affiches en hedendaagse foto’s. Daarnaast maakt veel nieuw, en speciaal voor dit boek vervaardigd kaartenmateriaal de ruimtelijke ontwikkeling van de stad goed inzichtelijk

Na het eerste hoofdstuk waarin het verval van Edam in de negentiende eeuw wordt beschreven volgt het hoofdstuk over de periode tussen 1900 en 1945, Edam als schone slaapster. Terwijl veel andere Nederlandse steden in deze periode een onstuimige groei doormaakte bleef de economische dynamiek in Edam beperkt. Op een luchtfoto uit 1944 is een stadje te zien binnen een veel te ruim bemeten vestinggordel, omgeven door leeg land. Ondanks de beperkte ruimtelijke verandering was deze periode wel bepalend voor de verdere ontwikkeling van Edam. Aan het begin van de twintigste eeuw kwam de stad namelijk onder de aandacht van de Amsterdamse Bond Heemschut, die zich vanaf dat moment inzette voor het behoud van Edam. Op burgerinitiatief werd in 1943 tevens de Vereniging Oud Edam opgericht, die zich eveneens als doel had gesteld om het ‘stedenschoon’ van Edam te beschermen. Om de idealen van de vereniging te onderbouwen verscheen in 1948 het boekje van A.A. de Kok, Edam, De Schone Slaapster.

Hoofdstukken 3 en 4 beschrijven hoe Edam wakker werd, langzaam in beweging kwam en zich ten slotte ontwikkelde tot monumentale woonstad en geliefde trekpleister voor toeristen. Door het toenemende autoverkeer en de betere verbindingen werd Edam aantrekkelijk voor forenzen. Het lege land rond de veste werd in fasen ontgonnen en aan de zuidzijde bebouwd met woonwijken die tegenwoordig grenzen aan Volendam; aan de westzijde kwam een bedrijventerrein tot stand. Binnen de veste werden na de invoering van de Monumentenwet in 1961 de eerste monumenten aangewezen en in 1977 werd de historische kern officieel een beschermd stadsgezicht. Vanaf de jaren tachtig kwam Edam onder de aandacht bij welvarende Amsterdammers, die de historische binnenstad zagen als ideale woonplaats. Dat zorgde er mede voor dat veel verouderde monumenten in ere werden hersteld.

Verwijzing: Historisch Tijdschrift Holland, Yvonne van Mil, 31 augustus 2016.

Getagd met