Recensie Nico Guns, Holland-Amerika Lijn

Nico Guns, Holland-Amerika Lijn. Geschiedenis van een rederij Walburg Pers, 2016, Zutphen, 144 p., ill., ISBN 9789462490413, prijs €29,95

door Ferry de Goey, Erasmus School of History, Culture and Communication, Erasmus Universiteit Rotterdam

Sinds een tiental jaren hebben de majestueuze cruiseschepen van de Holland-Amerika Lijn (HAL) de havens van Rotterdam en Amsterdam in hun programma opgenomen. De sterke groei van de cruisemarkt in West-Europa, inclusief Nederland, heeft ook de belangstelling voor de geschiedenis van de HAL gestimuleerd. Het boek van Nico Guns lijkt vooral geschreven voor deze groep toeristen.

In 1872 begon een groep Rotterdammers een nieuwe scheepvaartonderneming voor het vervoer van landverhuizers en vracht tussen Rotterdam en New York. Het bedrijf begon met slechts één schip maar al snel bleek dat hiermee geen lijndienst, met vaste vertrek- en aankomsttijden, kon worden gegarandeerd. Een jaar later werd daarom een naamloze vennootschap opgezet: de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, vanaf 1896 Holland-Amerika Lijn genoemd. Tot 1971 vervoerde de HAL passagiers tussen Rotterdam en New York. Daarnaast ontwikkelde de vrachtafdeling zich sterk, al heeft deze in de bestaande boeken over de HAL meestal geen of weinig aandacht gekregen. Voor de meeste auteurs die over de HAL schrijven, is het vervoer van passagiers de kernactiviteit van het bedrijf. Zelfs de later zo belangrijke toeristenafdeling krijgt gewoonlijk weinig aandacht. Dat is merkwaardig want met het organiseren en aanbieden van cruises begon de HAL al in 1895. Na de Eerste Wereldoorlog waren deze cruises uitgegroeid tot een belangrijke bedrijfsactiviteit. Door het afsluiten van een grote lening om nieuwe schepen te kunnen bouwen, kwam de HAL tijdens de grote economische crisis van de jaren dertig in financiële problemen. Het is mede dankzij de inkomsten uit de cruises (de populaire ‘booze cruise’ tijdens de periode van de Amerikaanse drooglegging tussen 1920 en 1933) en de steun van een groep kapitaalkrachtige beleggers (zoals de familie Van der Vorm) dat de HAL niet failliet ging.

In 1872 begon een groep Rotterdammers een nieuwe scheepvaartonderneming voor het vervoer van landverhuizers en vracht tussen Rotterdam en New York. Het bedrijf begon met slechts één schip maar al snel bleek dat hiermee geen lijndienst, met vaste vertrek- en aankomsttijden, kon worden gegarandeerd. Een jaar later werd daarom een naamloze vennootschap opgezet: de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, vanaf 1896 Holland-Amerika Lijn genoemd

Tussen 1950 en 1970 verlegde de HAL het accent steeds meer van passagiers- en vrachtvaart naar toerisme. Nieuwe passagiersschepen, zoals de Rotterdam (1959), waren ook ingericht voor cruises. Desondanks ging het steeds slechter met de HAL en de andere grote Nederlandse rederijen. De kosten stegen door hogere lonen, terwijl de inkomsten uit de passages en vracht daalden. Het trans-Atlantische straalvliegtuig, vooral de Boeing Jumbojet, was een steeds sterkere concurrent. In 1971 stopte de HAL met de passagiersdienst op New York en vier jaar later werd de vrachtafdeling verkocht. De HAL richtte zich helemaal op het toerisme door te investeren in hotels, touringcarbedrijven, en andere cruise-ondernemingen. Het verplaatste de hoofdzetel van Rotterdam naar de Amerikaanse stad Seattle. Tussen 1971 en 1989 ontwikkelde de HAL zich tot een zeer succesvolle cruiserederij in het dure segment van de markt. Vooral de lange geschiedenis van de HAL deed het goed bij de Amerikaanse toeristen. De meeste cruisebedrijven ontstonden na de Tweede Oorlog, zoals het Amerikaanse Carnival Cruise Lines (CCL) in 1966. In 1989 verkochten de eigenaren van de HAL het bedrijf aan CCL en daarmee eindigde de geschiedenis van deze Rotterdamse onderneming. Sindsdien is de HAL een merknaam die door CCL zeer succesvol wordt geëxploiteerd. CCL had in 2003 overigens nog 13 andere merken, waaronder Aida Cruises (Duitsland), Cunard Line (Groot-Brittannië) en Costa Cruises (Italië). CCL probeerde het Nederlandse karakter van de HAL te behouden door het aannemen van Nederlandse gezagvoerders en officieren, terwijl het lagere personeel werd geworven in Zuidoost Azië, zoals Indonesië en de Filipijnen. Ook wapperde de Nederlandse vlag weer op schepen van de HAL. Dit vooral dankzij een wijziging in de belastingtarieven die de voormalige Minister van V&W Neelie Smit-Kroes doorvoerde.

Het nieuwe boek geeft een handzaam overzicht van de geschiedenis van de HAL, maar het is vooral gebaseerd op oude publicaties. Dat maakt de inhoud van het boek tamelijk algemeen van aard, maar wellicht was dat de bedoeling van Walburg Pers

Na de verkoop van de HAL aan CCL begonnen de voormalige eigenaren een beleggingsmaatschappij: HAL Trust. Deze in het buitenland gevestigde holding investeerde na 1989 vooral in Nederlandse ondernemingen. De HAL Trust komt niet ter sprake in het boek van Nico Guns. Het is een herziene en bijgewerkte uitgave van een bestaand boek van dezelfde auteur. Het nieuwe boek geeft een handzaam overzicht van de geschiedenis van de HAL, maar het is vooral gebaseerd op oude publicaties. De literatuurlijst maakt wel melding van enkele archieven, maar het is niet duidelijk welke informatie daaruit is gehaald. De auteur had waarschijnlijk geen toegang tot wetenschappelijke studies, waaronder een recent proefschrift over het emigrantenvervoer van de HAL. Dat maakt de inhoud van het boek tamelijk algemeen van aard, maar wellicht was dat de bedoeling van Walburg Pers. De uitgever verdient wel een compliment voor de uiterlijke verzorging van het boek, compleet met vele mooie illustraties.

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Ferry de Goey, 29 augustus 2016.

Getagd met