Recensie Jan Stoutenbeek en Paul Vigeveno, Gids van joods erfgoed in Nederland

Jan Stoutenbeek en Paul Vigeveno, Gids van joods erfgoed in Nederland Bas Lubberhuizen, i.s.m. Joods Historisch Museum, Amsterdam, 2016, 496 p., ill., ISBN 9789059374508, prijs €39,99

door Pieter ter Keurs, Rijksmuseum van Oudheden

Erfgoed is een hype. Internationaal is erfgoed de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden en er lijkt voorlopig geen einde te komen aan de aandacht voor, en het actief beleven van, erfgoed. Er zijn goed bezochte Open Monumentendagen en het aantal museumbezoeken is hoger dan ooit tevoren. We zijn hevig geschokt als erfgoed vernietigd wordt en begrijpen niet waarom dit gebeurt. Erfgoed ontlokt emoties, met positieve en negatieve gevolgen. Het lijkt niet mogelijk om neutraal te reageren op de waardering, of het gebrek aan waardering, van erfgoed.

Dit alles is natuurlijk niet alleen een Nederlands verschijnsel. Wereldwijd is het besef groeiende dat mensen behoefte hebben aan houvast en dat zij dat vaak zoeken in materieel of immaterieel erfgoed. Het gaat daarbij om gebouwen of monumenten, maar ook om voorwerpen, muziek, dans of mondelinge overlevering.

Over de redenen voor deze toegenomen aandacht voor erfgoed kunnen we lang discussiëren. Een van de gangbare theorieën is dat erfgoedbescherming pas echt op gang komt als de sociaal-culturele omgeving waarin monumenten, voorwerpen of andere cultuuruitingen tot stand zijn gekomen aan het verdwijnen is, of al verdwenen is. Historisch bezien kunnen we veel voorbeelden aanwijzen waarbij dit inderdaad het geval is. Joods erfgoed lijkt goed in deze zienswijze te passen. Emile Schrijver neemt in het voorwoord van de Gids van joods erfgoed in Nederland stelling tegen deze historiserende, en dus statische, benadering van erfgoed. Veel joods erfgoed in Nederland is niet alleen iets van het verleden, maar maakt tevens deel uit van de hedendaagse beleving van het joodse geloof. Desalniettemin valt niet weg te denken dat 110.000 van de 140.000 Nederlandse Joden de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd. Het blijft een schokkend gegeven.

Veel joods erfgoed in Nederland is niet alleen iets van het verleden, maar maakt tevens deel uit van de hedendaagse beleving van het joodse geloof

De historische inleiding is cruciaal in dit naslagwerk. Zeker voor mensen die niet vertrouwd zijn met de geschiedenis van Joden in Nederland bevat de goed geschreven inleiding veel informatie die voor het juist waarderen van wat volgt cruciaal is. De auteurs geven in 23 pagina’s een helder overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in Joods Nederland. De diverse perioden van uitsluiting en beperkingen die deze bevolkingsgroep heeft doorstaan, afgewisseld met perioden van acceptatie en gelijkstelling, worden goed samengevat. Ook het dilemma van assimilatie, wat (mogelijk) leidde tot minder aandacht voor de eigenheid, wordt niet vermeden. Relaties tussen joodse gemeenschappen op het platteland en joodse gemeenschappen in de stad, en de migratie van het platteland naar de stad worden nader ingevuld en verklaard. Al met al blijkt door de eeuwen heen ongeveer de helft van de Nederlandse Joden in Amsterdam te hebben gewoond. Tussen de zestig en de tachtig procent van deze bevolkingsgroep leefde van de bedeling, een beduidend hoger cijfer dan voor andere delen van de Nederlandse bevolking. Het merendeel van de Joodse bevolking, zeker in Amsterdam, was doorlopend arm; armer dan de doorsnee Nederlander.

Net als elders in Europa had de industrialisatie in loop van de  negentiende eeuw consequenties voor de sociaaleconomische positie van Joden, met als gevolg grote verschillen in welstand. De opkomst van de diamantindustrie in Amsterdam en de textielindustrie in Twente werd gedomineerd door enkele families en er ontstond een joods proletariaat. Amsterdam bleef echter de belangrijkste stad voor het joodse leven in Nederland. In 1930 woonden er ongeveer 65.000 Joden in de hoofdstad. De grote aandacht voor Amsterdam in deze Gids is dan ook terecht.

Erfgoed gaat over ons allemaal. De nadruk ligt weliswaar op Amsterdam, maar vrijwel iedere Nederlander vindt in deze caleidoscopische Gids iets dat dichtbij de eigen woonplaats getuigt van de bloeiende, boeiende en dramatische geschiedenis van Joden in ons land. De auteurs getuigen van een grote, brede kennis over joods Nederland. Door dit allemaal op te schrijven bewijzen zij de Nederlandse bevolking, van alle gezindten, een grote dienst

Toch zoekt de lezer onwillekeurig naar voorbeelden die van belang zijn voor de eigen, persoonlijke geschiedenis en vrijwel iedereen komt daarbij aan zijn of haar trekken. Uiteindelijk ligt het belang van erfgoed vooral in hoe mensen zich erbij betrokken voelen. Mijn interesse ging bijvoorbeeld uit naar Delft, de stad waar ik geboren en getogen ben. Veel nieuwe, voor mij tot dusver onbekende feiten, worden hier vermeld. Ook Spinoza komt natuurlijk meerdere keren aan bod, waarbij de vermelding van het Spinozahuisje in Rijnsburg mij terugvoerde naar de grote indruk die het huisje op mij maakte toen ik het jaren geleden bezocht.

Erfgoed gaat over ons allemaal. De nadruk ligt weliswaar op Amsterdam, maar vrijwel iedere Nederlander vindt in deze caleidoscopische Gids iets dat dichtbij de eigen woonplaats getuigt van de bloeiende, boeiende en dramatische geschiedenis van Joden in ons land. De auteurs getuigen van een grote, brede kennis over joods Nederland. Door dit allemaal op te schrijven bewijzen zij de Nederlandse bevolking, van alle gezindten, een grote dienst. Deze Gids is een inleiding, een naslagwerk en een zeer handige gids voor diegenen die op zoek zijn naar joods erfgoed, maar het is bovenal een uitstekend boek. De beide auteurs van de Gids van joods erfgoed in Nederland, Jan Stoutenbeek en Paul Vigeveno, hebben een indrukwekkende prestatie geleverd.

De Gids van joods erfgoed in Nederland is voorzien van een verklarende woordenlijst, een personenregister en een locatieregister. De auteurs noemen in de inleiding, in algemene termen, de voornaamste bronnen en vooral archieven, maar het is jammer dat met name de historische inleiding niet voorzien is van een literatuurlijst, voor wie verder wil lezen. Dit doet echter niets af aan de rijkdom die het boek te bieden heeft.

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Pieter ter Keurs, 14 februari 2017.

Getagd met