Recensie J.P. Sigmond, Zeemacht in Holland en Zeeland in de zestiende eeuw

J.P. Sigmond, Zeemacht in Holland en Zeeland in de zestiende eeuw Verloren, Hilversum, 2013, 431 p., geïll., ISBN 9789087043490, prijs € 38,-

door Ron Brand, conservator Maritiem Museum Rotterdam

De zeventiende eeuw is zonder twijfel de meest interessante periode uit de Nederlandse maritieme geschiedenis; althans zo doen de vele boeken, die zijn verschenen en nog steeds verschijnen over zeehelden, zeeslagen, koloniale en handelsgeschiedenis, en nog vele andere onderwerpen, ons geloven. Over zeventiende-eeuwse scheepvaartonderwerpen verschijnen nog steeds heel veel boeken, steeds meer volgens mij, maar dat er voorafgaand aan die Gouden Eeuw een periode van opkomst en na afloop daarvan ook een periode van verval schuilt, wordt veel minder belicht. Het aantal boeken over de maritieme historie van de zestiende en achttiende eeuw is in ieder geval aanmerkelijk minder.

Het is de vraag of dat terecht is. Ik denk van niet, want juist in de zestiende eeuw werden verschillende kiemen gelegd die in de zeventiende eeuw tot bloei kwamen. De eerste Nederlandse handelsreizen over de wereldzeeën werden aan het eind van de zestiende eeuw uitgerust en ook de organisatie van de admiraliteiten dateert uit die periode. En de achttiende eeuw wordt dan wel algemeen als een periode van achteruitgang gekenmerkt, maar op maritiem gebied gebeurde er nog steeds heel veel. De VOC bereikte haar hoogtepunt in de eerste helft van de achttiende eeuw en een Nederlands eskader wist in 1781 tijdens de Slag bij de Doggersbank ondanks veel opgelopen schade toch maar mooi stand te houden tegen een even groot Engels smaldeel.

De kern van Sigmonds boek over de Hollandse en Zeeuwse zeemacht bestaat uit de tekst van twee scheepsjournalen uit 1544 en 1602, beide integraal in het boek opgenomen

J.P. (Peter) Sigmond heeft ingespeeld op de wat scheepvaartboeken betreft onderbelichte periode van de zestiende eeuw met een zeer lijvige publicatie over het ontstaan en de ontwikkeling van de zeemacht van Holland en Zeeland tussen de middeleeuwen en de zeventiende eeuw. In deze periode werd de zeemacht niet zozeer vanuit de centrale regering georganiseerd, maar vanuit de gewesten en havensteden. Dat sluit aan bij Sigmonds kennis op het gebied van de ontwikkeling van de Nederlandse zeehavens tussen 1500 en 1800, waarop hij in 1998 in Leiden promoveerde. Sigmond werkte als uitgever, directeur van de Rijksarchiefschool in Den Haag, directeur van het Legermuseum en hoofd van de afdeling Nederlandse Geschiedenis, later directeur Collecties van het Rijksmuseum in Amsterdam. Tussen 1998 en 2001 bekleedde hij de bijzondere leerstoel vanwege het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap in de Nederlandse cultuurgeschiedenis. Van zijn hand verschenen veel artikelen en boeken op het gebied van de maritieme en militaire geschiedenis, archivistiek en museologie.

De kern van Sigmonds boek over de Hollandse en Zeeuwse zeemacht bestaat uit de tekst van twee scheepsjournalen. Het eerste is het journaal uit 1544 van een Habsburgs vlooteskader dat vanuit Veere overstak naar Dover om samen met een Engels eskader de Engelse koning Hendrik VIII naar Calais te begeleiden. Het tweede journaal dateert uit 1602 en doet verslag van een Hollands eskader dat, wederom in samenwerking met een Engels eskader, uitzeilde om de Spaanse en Portugese kust te blokkeren en een verwachte vloot Spaanse galeien te onderscheppen. Beide journalen zijn integraal in het boek opgenomen. Sigmond publiceerde al eerder over deze journalen, maar heeft daartussen nu een verbinding gelegd aan de hand van veel verschillend beeldmateriaal. Dat is nog steeds niet erg gebruikelijk bij historici. Vaak beschouwen zij afbeeldingen op schilderijen en prenten als onbetrouwbare bronnen, omdat kunstenaars hiermee de werkelijkheid naar hun hand zetten. Sigmond geeft daarom aan dit ook geldt voor geschreven bronnen. Als museumman én archiefman is hij bij uitstek degene om die verschillende bronnen in het juiste perspectief te plaatsen en met elkaar te vergelijken.

De eerste Nederlandse handelsreizen over de wereldzeeën werden aan het eind van de zestiende eeuw uitgerust en ook de organisatie van de admiraliteiten dateert uit die periode – juist in de zestiende eeuw werden verschillende kiemen gelegd die in de zeventiende eeuw tot bloei kwamen

De titel van het boek suggereert dat er een eeuw maritieme geschiedenis wordt geboden, maar de kern van het boek beslaat eigenlijk vooral de tweede helft van de zestiende eeuw, ruim een halve eeuw. Het boek bestaat uit drie delen: de Bourgondisch-Habsburgse zeemacht 1500-1560, een vloot op de binnenwateren 1572-1585 en de Staatse vloot op de Noordzee en de Atlantische Oceaan 1585-1609. Transformatie in die periode vormt de rode draad van het verhaal. Daarbinnen behandelt Sigmond kwesties als de importantie van het water, de veranderingen in de maritieme infrastructuur, de verwevenheid van ondernemers en bestuurders met de zeemacht, de functie van de vloot en de organisatie daarvan, samenwerking en conflicten. Dit alles komt in het rijkelijk geïllustreerde boek uitgebreid aan bod.

Sigmond biedt veel nieuw historisch materiaal, maar hij sluit met zijn boek ook aan bij het werk van andere auteurs, zoals Louis Sicking en J.C.A. de Meij, ook al leunt hij hier soms sterk op. Sickings proefschrift over de Bourgondisch-Habsburgse marine wordt regelmatig aangehaald

Tot slot heb ik enkele kleine kritiekpunten. De bladspiegel van het boek is zodanig dat de regels tekst in de rug lopen. Die vormgeving leest onprettig, zeker bij een omvangrijk boek als dit. Omdat de marges breed genoeg zijn, was dit niet nodig. Het is ook jammer dat het boek met een gewicht van ruim anderhalve kilogram geen harde omslag heeft gekregen, waardoor het nu gemakkelijk onderuit zakt. Dit alles doet echter niets af aan de inhoud, maar met een stevige band was het met recht een ‘zeemachtig’ boek geworden.

Deze recensie is verschenen in Holland Historisch Tijdschrift (2014-1).

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Ron Brand, 2 november 2013.

Getagd met