Recensie Gerard Groeneveld, Rotterdam frontstad 10-14 mei 1940

Gerard Groeneveld, Rotterdam frontstad 10-14 mei 1940 Van Tilt, 2016, Nijmegen, 318 p., geïll, krt, ISBN 9789460042584, prijs €32,50

door Herman Amersfoort, Nederlandse Defensie Academie

Niets maakt een journalist gelukkiger dan een scoop. Groeneveld had er zeker één toen hij de publicatie van zijn Rotterdam frontstad in april van dit jaar, gepaard kon laten gaan met het tonen van het origineel van het tweede ultimatum en tevens capitulatiedocument waarmee in de middag van 14 mei 1940 een eind kwam aan de strijd om Rotterdam. Het centrum van de havenstad stond toen al in brand als gevolg van het Duitse luchtbombardement. Groeneveld trof het verloren gewaande document aan in het oorlogsdagboek van het XXXIX. Armeekorps dat hij via een internetveiling had bemachtigd, een stuk dat op onverklaarbare wijze niet in het Duitse militaire archief in Freiburg i.B. was opgeborgen, maar in particuliere handen bleef. Het document staat over twee pagina’s afgebeeld in het boek en is nu dus voor iedereen zichtbaar.

De gang van zaken rond het bombardement en de daarop volgende stadsbrand vormen de climax en afsluiting van vijf oorlogsdagen in de Maasstad. Groeneveld opent zijn boek met een hoofdstuk over de Duitse en Nederlandse oorlogsvoorbereidingen, toegespitst op Rotterdam. Hij vervolgt met een hoofdstuk over de strijd om Waalhaven en de Maasbruggen in de vroege ochtend van 10 mei en wijdt daarna een hoofdstuk aan iedere oorlogsdag. Beide partijen komen daarbij in gelijke mate aan bod. Bij het schrijven van zijn boek heeft Groeneveld gekozen voor de aanpak van de journalist. Hij vertelt, verhaalt, doet verslag en laat zijn personages aan het woord. Daarbij heeft hij een sterke voorkeur voor het laagste niveau van de gevechten. De gewone soldaat, politieman, brandweerman en Rotterdammer bevolken zijn pagina’s. Hun belevenissen dragen het verhaal. De planning, maatregelen en doelstellingen van de betrokken officieren, laat staan van de generaals en de manier waarop zij leiding aan de gevechten gaven, verplaatst hij naar de achtergrond. Hetzelfde geldt voor andere aspecten die in militaire geschiedschrijving nooit ontbreken: de bewapening, uitrusting, organisatie, opleiding en het moreel van de strijdende partijen. Zo wil Groeneveld zijn lezer onderdompelen in de realiteit van oorlog zoals die in de chronologische opeenvolging van feitelijke gebeurtenissen in het Rotterdam van 10 tot 14 mei 1940 afspeelde.

Bij het schrijven van zijn boek heeft Groeneveld gekozen voor de aanpak van de journalist. Hij vertelt, verhaalt, doet verslag en laat zijn personages aan het woord. Daarbij heeft hij een sterke voorkeur voor het laagste niveau van de gevechten

Deze aanpak doet in de verte denken aan de vernieuwing in de militaire geschiedschrijving uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Die vernieuwing nam een vlucht met het verschijnen van John Keegan’s The Face of Battle in 1976, een werk dat is uitgegroeid tot een iconische studie. Het introduceerde ook de gewone soldaat en zijn wedervaren op de werkvloer van militaire operaties als alternatief voor de tot dan gebruikelijke ‘grote mannen’-geschiedschrijving. Een verschil met een werk als dat van Groeneveld is echter dat Keegan en zijn navolgers beoogden door hun verandering van perspectief nieuwe vragen te kunnen stellen, andere problemen aan de orde te laten komen en door middel van analyses van het laagste niveau van militaire operaties tot nieuwe inzichten en een beter begrip te komen van mensen onder oorlogsomstandigheden. Dergelijke ambities ontbreken bij Groeneveld: hij wil gewoon het verhaal vertellen en zijn lezers boeien met een verslag van het drama dat zich in zijn geboortestad voltrok. In die ambitie slaagt hij in elk geval. Groeneveld weet uitstekend hoe hij zijn lezer bij het verhaal moet betrekken, zoveel is zeker. Daarmee is dit echt een boek voor het koperspubliek en het geestelijke klimaat van nu. Moderne lezers willen emotioneel betrokken kunnen zijn bij wat een auteur hen voorschotelt. Zij willen zich kunnen inleven in en identificeren met de personen over wie zij lezen. Afstandelijke analyses of hogere abstractieniveaus staan dat in de weg. Aan die behoefte komt Rotterdam frontstad ruimschoots tegemoet. De vele en vaak nooit eerder gepubliceerde foto’s op nagenoeg iedere pagina dragen daaraan nog bij.

Moderne lezers willen emotioneel betrokken kunnen zijn bij wat een auteur hen voorschotelt. Zij willen zich kunnen inleven in en identificeren met de personen over wie zij lezen. Aan die behoefte komt Rotterdam frontstad ruimschoots tegemoet. De vele en vaak nooit eerder gepubliceerde foto’s op nagenoeg iedere pagina dragen daaraan nog bij

Intussen blijft de vraag of al dat inleven en identificeren eigenlijk wel mogelijk en wenselijk is. Het belangrijkste kenmerk van het verleden is toch, dat het voorbij is en anders dan de tegenwoordige tijd. En met het opeenvolgen van de generaties zijn wij zelf en ons gevoelsleven ook veranderd. En zou dat in elk geval niet ook gelden voor gevechtshandelingen? De vraag is of de heftige en diepe emoties waarmee die gepaard gaan invoelbaar zijn voor mensen die er nu juist volstrekt geen eigen ervaring mee hebben.

Een en ander maakt Rotterdam frontstad in de eerste plaats een boek voor lezers met een bijzondere band met Rotterdam en voor degenen die prijs stellen op ongepubliceerd fotomateriaal over Rotterdam anno 1940.

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Herman Amersfoort, 8 augustus 2016.

Getagd met