Recensie Donald Haks, Vaderland en vrede 1672-1713

Donald Haks, Vaderland en vrede 1672-1713. Publiciteit over de Nederlandse Republiek Verloren, Hilversum, 2013, 352 p., geïll., ISBN 9789087043377, prijs €29,-

door Wout Troost

In dit boek gaat het niet om de politieke aspecten van de drie oorlogen die de Republiek van 1672-1714 met Lodewijk XIV voerde, maar om de publiciteit daarover. Daarbij draait het om de vraag in hoeverre er bij het publiek draagvlak voor het voeren van deze oorlogen bestond. Onder het publiek verstaat de auteur de brede middengroepen tussen elite en armste inwoners in. In acht case studies probeert Haks een antwoord op deze vraag te vinden. In de eerste vijf hoofdstukken gaat het daarbij vooral om de aanbodzijde van de publiciteit, namelijk met welke vormen van publiciteit de bevolking werd geconfronteerd.

In het eerste hoofdstuk ‘De Franse tirannie. De verbeelding van een massamoord’ stelt Haks het uitmoorden van de dorpen Bodegraven en Zwammerdam in december 1672 door de  Fransen centraal. Dat doet hij aan de hand van pamfletten en prenten van Romeyn de Hooghe die daarover verschenen. Willem III buitte die moordpartijen uit om de steun van het publiek te verkrijgen.

In ‘De Staten-Generaal, oorlog en religie’ wordt ingegaan op de rol van de Staten-Generaal die via oorlogsmanifesten en generale petities motieven aandroeg om de oorlog te rechtvaardigen en het publiek ertoe te brengen de oorlog te steunen. Die motieven kunnen omschreven worden als verdediging tegen een buitenlandse agressor, zelfstandigheid als staat, bescherming van de handel, handhaving van de gereformeerde godsdienst  en de voortzetting van de godsdienstige praktijk in de Republiek, waar in tegenstelling tot Frankrijk, gewetensvrijheid bestond. De Staten-Generaal gebruikte vaak het begrip vaderland, waarin de termen vrijheid en religie samenkwamen.

In acht case studies probeert Haks een antwoord op de vraag te vinden in hoeverre er onder het publiek draagvlak was voor de drie oorlogen die de Republiek van 1672-1714 met Lodewijk XIV voerde

De Staten-Generaal schreef ook bededagen uit, waarin God gevraagd werd de Republiek niet in de steek te laten. Op die dagen was een belangrijke rol weggelegd voor de predikant, die in het derde hoofdstuk ‘De predikant tussen overheid en publiek’ ten tonele wordt gevoerd. Door middel van hun preken speelden de dominees een belangrijke rol op het vlak van de opinievorming.

Dat deden ook de oorlogsliederen die in het vierde hoofdstuk ‘Vijandbeeld en zelfbeeld in het oorlogslied’ aan de orde komen. Het oorlogsliedje van de jaren 1672 en later was vooral een lied over vrijheid, Oranje en vaderland.

In ‘De belegering van Namen als mediaspektakel’ laat de auteur de verschillende vormen van publiciteit, die in de voorgaande hoofdstukken al genoemd worden, samenkomen. De herovering van de stad Namen in 1695 leidde tot een grote hoeveelheid nieuws, journalistieke verslagen, lofdichten op Willem III, prenten, penningen en schilderkunst.

De Staten-Generaal gebruikte vaak het begrip vaderland, waarin de termen vrijheid en religie samenkwamen

‘Nieuws, debat en publieke opinie in de Spaanse Successieoorlog’ probeert een antwoord te geven op de vraag wat het publiek over de gevoerde oorlogen dacht. Volgens Haks was er informatie volop, maar publiek debat over de Spaanse Successieoorlog bestond er nauwelijks.

In het zevende hoofdstuk ‘Vaderland en vrede in loterijrijmen’ gaat het om de rijmen op de lotbriefjes van de inleggers bij de loterijen die vooral in de provincie Holland werden gehouden. De opstellers konden zich in hun rijmen uitspreken over de oorlog. Voor het loterijpubliek stond ‘vrijheid’, in de betekenis van de zelfstandigheid van de staat, voorop.

Werd er tijdens de Spaanse Successieoorlog weinig publiekelijk gediscussieerd over de juiste politieke strategie en de gevolgen van de oorlog, in het achtste hoofdstuk ‘In de schaduw van de vrede’ laat de auteur zien dat er na de Vrede van Utrecht in pamfletten wel levendig werd gediscussieerd over welvaart, buitenlands beleid en bestuur. Van een actieve, open interactie tussen publiek en regenten was na 1713 echter geen sprake.

Een verfrissend boek, waarmee Haks onze kennis over zaken die tot nu toe grotendeels onbekend waren, vergroot

In de conclusie beantwoordt de auteur zijn vraagstelling en stelt dat het officiële beleid in grote lijnen steun kreeg van het publiek. De vraag die zich daarbij voordoet is of in een boek over publiciteit het onderzoek beperkt moet blijven tot de middengroepen. Het is algemeen bekend dat de regenten van de stad Amsterdam zich regelmatig verzetten tegen de oorlog. Dat aspect wordt in dit boek niet besproken, waardoor een totaalbeeld over het draagvlak voor de oorlog achterwege blijft.

Dat doet overigens niet af aan het feit dat de auteur een waardevol boek over de oorlogen van 1672-1713 heeft geschreven, vooral vanwege de invalshoek die hij heeft gehanteerd. Dat leidt tot een verfrissend boek, waarmee Haks onze kennis over zaken die tot nu toe grotendeels onbekend waren, vergroot.

Deze recensie is verschenen in Holland Historisch Tijdschrift (2014-1).

Verwijzing: Holland Historisch Tijdschrift, Wout Troost, 17 juni 2013.

Getagd met