Recensie Anne Petterson, Eigenwijs vaderland

Anne Petterson, Eigenwijs vaderland. Populair nationalisme in negentiende-eeuws Amsterdam Amsterdam, Prometheus, 2017, ill., 368 p., ISBN 978903514374 6, prijs €29,99.

door Tymen Peverelli, Universiteit van Amsterdam

Iedereen kent ze wel: de uitbundig versierde straten tijdens voetbalvieringen of Koningsdagen. Daarmee lijkt nationalisme en koningsgezindheid tegenwoordig niet enkel voorbehouden aan de intellectuele en economische elite maar aan brede groepen in de samenleving. Het onderzoek naar vergelijkbare manifestaties van dit ‘nationalisme van onderop’ in het verleden is echter een te weinig betreden terrein. Historici van het nationalisme houden zich voornamelijk bezig met de ideeën en activiteiten van politici en intellectuelen. Anne Pettersons boek Eigenwijs vaderland, waarmee ze in 2017 promoveerde aan de Universiteit Leiden, streeft ernaar deze lacune in het Nederlandse nationalisme-onderzoek te vullen.

In haar boek brengt Petterson de veelzijdige manieren in kaart waarop gewone mensen in Amsterdam in de tweede helft van de negentiende eeuw vormgaven aan een nationale identiteit. Hiermee schaart ze zich in het recente, internationale onderzoek naar het nationalisme van onderop. Deze onderzoekschool beoogt inzicht te verschaffen in een aantal prangende kwesties in de nationalismestudies. Ten eerste is er de vraag wanneer het natiebesef doordrong in brede lagen van de samenleving en waarom sommige nationale bewegingen daarin succesvoller waren dan andere. Ten tweede biedt dit soort onderzoek de mogelijkheid om nationalisme niet enkel te bestuderen vanuit het oogpunt van politiek of beeldvorming maar ook als een vorm van maatschappelijk handelen. De veronderstelling hierbij is dat we er niet op voorhand van uit kunnen gaan dat de gewone burger de nationale identiteit per definitie op dezelfde manieren beleeft als de elite. Daarom gaat het erom te onderzoeken op welke uiteenlopende wijzen mensen natiebesef integreerden in hun alledaagse en rituele praktijken. Voortbouwend op inzichten uit de stadsgeschiedenis laat Petterson bovendien zien dat de ruimtelijke indeling van de stad een cruciale rol speelde bij dit groepsvormingsproces.

In haar boek brengt Petterson de veelzijdige manieren in kaart waarop gewone mensen in Amsterdam in de tweede helft van de negentiende eeuw vormgaven aan een nationale identiteit.

Eigenwijs vaderland is ingedeeld in vijf thematische hoofdstukken die verschillende aspecten van het Amsterdamse populair nationalisme behandelen. Omdat geschiedenis van onderop een notoir lastige vorm van geschiedschrijving is vanwege het chronische gebrek aan bronnen, maakte Petterson gebruik van de nieuwe mogelijkheden die de gedigitaliseerde kranten bieden. Daarnaast baseerde ze haar onderzoek op stadsarchieven, afbeeldingen en een enkele film. Het eerste hoofdstuk gaat over de nationale betekenissen van het standbeeld voor Rembrandt op het huidige Rembrandtplein uit 1852 en de reacties daarop van gewone stadsbewoners. Petterson laat onder andere via foto’s zien dat het gros van de gebruikers van de stedelijke ruimte zich niet per se op een emotionele manier verhielden tot het monument maar er eerder onverschillig tegenover stonden.

De daaropvolgende hoofdstukken stellen uiteenlopende performances centraal: het openbare gezang van volksliederen, feesten voor de Oranjes en bijeenkomsten in het kader van de Boerenstrijd in Zuid-Afrika. Hiermee toont zij aan hoe stadsbewoners een nationalistisch repertoire ontwikkelden dat een eigen dynamiek bezat die enigszins, maar zeker niet geheel, losstond van initiatieven van de maatschappelijke bovenlaag. Een van de meest vernieuwende hoofdstukken in het boek gaat over de Oranjegezinde activiteiten die de bewoners van de Jordanese Willemsstraat ontplooiden. Zo organiseerden zij geritualiseerde optochten door de stad, verenigden zich in een buurtgebonden Oranjecomité en bevochten de eer van het koningshuis op socialistische stadgenoten. Over zulke nationalistische praktijken van de arbeidersklasse was tot nu toe weinig bekend. Hetzelfde geldt voor het thema van het laatste hoofdstuk: de verspreiding van natiebesef via de commercie. Hoewel sinds de jaren negentig wetenschappers meer oog hebben gekregen voor dergelijke ‘banale’ vormen van nationale identiteit, blijft het aantal historische studies naar het onderwerp beperkt. Petterson geeft een mooi inzicht in de rol die winkeletalages, wassenbeelden en films speelden in de disseminatie van het nationalisme in de openbare ruimte.

Eigenwijs vaderland is ingedeeld in vijf thematische hoofdstukken die verschillende aspecten van het Amsterdamse populair nationalisme behandelen. Omdat geschiedenis van onderop een notoir lastige vorm van geschiedschrijving is vanwege het chronische gebrek aan bronnen, maakte Petterson gebruik van de nieuwe mogelijkheden die de gedigitaliseerde kranten bieden

Het boek is met merkbaar plezier en op een toegankelijke manier geschreven. Pettersons verhalende stijl maakt haar boek interessant voor zowel een niet-academisch als wetenschappelijk publiek. Niettemin zou ik een kanttekening willen plaatsen bij haar regelmatige nadruk op de al dan niet ‘oprechte’ overtuiging waarmee stadsbewoners hun Nederlanderschap zouden hebben vormgegeven. Een van haar centrale stellingen is dat nationalisme in veel gevallen niet de intentie was van het handelen van de gewone Amsterdammer, maar dat het vaak voortkwam uit een complex van drijfveren. Hiervoor verwijst zij naar de nationalismehistoricus John Breuilly, die betoogde dat de motieven van gewone mensen enkel kunnen worden achterhaald door heel precies ‘direct bewijsmateriaal’ te analyseren. Onder de noemer intentional fallacy hebben literatuurwetenschappers echter gewaarschuwd voor het toeschrijven van intenties aan auteurs en historische personages. Ook de historicus heeft simpelweg niet de middelen tot zijn beschikking die een psycholoog wel heeft om de psyche van zijn patiënten te analyseren. Beweegredenen kunnen bijvoorbeeld verborgen blijven achter allerlei genreconventies. De uiteenzetting van Petterson was niet minder sterk geweest als zij opmerkingen over de intenties van haar personages uit de weg was gegaan. Al met al is Eigenwijs vaderland een bijzonder sterk en goedgeschreven boek dat het belang van geschiedschrijving van onderop en het onderzoek naar nationalisme in lokale microstudies onderstreept.

Verwijzing: Historisch Tijdschrift Holland, Tymen Peverelli, 9 juni 2017.

Getagd met