Nieuwste nummer: In vredig Holland

Redactioneel | In vredig Holland
Een erfenis van oorlog en strijd

Op 11 november 2018 is het precies honderd jaar geleden dat de soldaten uit de loopgraven klommen, hun wapens neerlegden en huiswaarts keerden.In een spoorrijtuig in het bos bij het Franse stadje Compiègne was kort daarvoor besloten de oorlog te beëindigen op een symbolisch tijdstip: op de elfde dag van de elfde maand, om klokslag elf uur ’s ochtends, werd na vier lange oorlogsjaren de kanonnen het zwijgen opgelegd. De Eerste Wereldoorlog was afgelopen. Nu het einde van de honderdjarige herdenking van de Grote Oorlog in zicht is, groeit stilaan de vraag wat er in de nasleep van de oorlog volgde. Op internationaal niveau schiepen de vredesbepalingen van Versailles (1919) in wezen de voorwaarden voor het nieuwe wereldconflict dat in het najaar van 1939 zou uitbreken. Op velerlei manieren bleef de oorlog doorwerken in de naoorlogse samenleving, zowel in Nederland als daarbuiten.

Een nieuwgeboren vrede kan gepaard gaan met allerhande problemen: gemobiliseerde troepen dienen in goede orde naar huis te worden geleid; op veel plaatsen moeten recht- en wetgeving worden hersteld; daders en collaborateurs dienen gestraft en slachtoffers en vluchtelingen opgevangen te worden; en eventuele gevoelens van wraak, angst of wantrouwen onder de bevolking moeten worden bedaard. De weken, maanden of jaren die volgen op een gewapend conflict, vormen dus geen onveranderlijke toestand waarin alles ‘pais en vree’ is. Het bereiken van vrede is eerder een continu en actief process dat inspanning vereist van zowel de overheid als haar burgers. De wijze waarop mensen in vredestijd omgaan met de erfenis van oorlog en strijd staat in dit nummer van Holland centraal.

De bijdragen aan deze aflevering gaan niet over de eigenlijke conflicten, maar over de vraag hoe die conflicten werden herinnerd en doorwerkten na het sluiten van de vrede. Diverse gebeurtenissen in verschillende tijdsperiodes zullen de revue passeren. Het is vooral dankzij de multidisciplinaire aanpak van dit nummer dat duidelijk wordt dat de scheidslijn tussen perioden van oorlog en vrede niet zo eenvoudig te trekken is.

In het eerste artikel richt Marianne Eekhout zich op de remonstrantse en katholieke beeldcultuur die ontstond rondom de Synode van Dordrecht (1618) en de terechtstelling van Johan van Oldenbarnevelt (1619). Beide gebeurtenissen kregen een officieel beeldmerk in de vorm van prenten en schilderijen, maar welk effect hadden deze kunstuitingen in vredestijd? Met haar artikel geeft Eekhout een voorproefje van de tentoonstelling Werk, bid en bewonder. Een nieuwe kijk op kunst & calvinisme die op 11 november 2018 tot 26 mei 2019 te zien zal zijn in het Dordrechts Museum. Aan de hand van een 18de-eeuws dagboek van een Amsterdamse kantoorklerk laat Frank de Hoog vervolgens zien hoe omstanders het politieke conflict van 1748 beleefden en daar achteraf mee omgingen. Uit de oplossingen voor het geschil die deze burgers uit de brede middenklassen aandroegen, spreekt een duidelijk politiek bewustzijn. Colette Cramer en Rutger Noorlander geven in het derde artikel een impressie van verhalen die schuilgaan achter het Koude Oorlog-erfgoed in Noord- en Zuid-Holland. Veel gemeenten zijn zich nog niet bewust van wat er aan overblijfselen uit deze periode aanwezig is. Cramer en Noorlander maken inzichtelijk wat er zoal over het hoofd wordt gezien, en waarom het van belang is om dat verborgen erfgoed te conserveren.

Ook het Holland Bloc staat volledig in het teken van de gevolgen van vrede. Carin Gaemers spreekt voor de Tijdingen met Dennis Bos, gastconservator van het Theo Thijssen Museum in Amsterdam, over de literaire erfenis van de Eerste Wereldoorlog. Het Topstuk vertelt het bijzondere verhaal van de begrafenis van de hond van de Leidse schout Willem de Bont. Wouter Linmans laat hiermee zien dat de spanningen tussen de contraremonstranten en remonstranten enkele jaren na de Synode van Dordrecht nog altijd goed voelbaar waren in het dagelijks leven. In de Column staat Jeroen Vervliet stil bij de betekenis van Den Haag als internationale stad van de vrede in heden, verleden en toekomst. Tot slot brengt de Uithoek van Rob Leijen ons naar Egmond aan Zee, waar een monument tot op de dag van vandaag herinnert aan de dood van marineofficier Jan van Speijk.

Frank de Hoog, Wouter Linmans en Karin Lurvink

 

Getagd met